het hotel

27 Okt '05 - 15:45 by wPim

Het stikt er van de backpackers, maar in de goedkope hotels hoor je nog eens wat. Ik vermaak me kostelijk door te beluisteren hoe en waarheen en waarom iedereen reist. Zo komen we een Oostenrijker tegen die anderhalf jaar geleden met zijn oude auto naar India vertrok, die daar een jaar parkeerde, en nu weer op de terugreis is. Een in het zwart gehuld Deens meisje dat tot de islam is bekeerd zoekt haar heil vooral in Pakistan en Afghanistan en heeft nu bezoek van haar bezorgde vader. We ontmoeten Belgen op de fiets, en een Zwitsers stel en een Australier die op de motor richting India gaan. De een reist voor een half jaartje, anderen nemen twee jaar de tijd of 'zien wel wanneer ze terugkomen'. Paul (Engeland) reist gewoon een paar jaar rond op zijn Prada-schoenen en zijn koffer op wieltjes en doet dat omdat hij zijn succesvolle baan en zijn verschillende appartementen zat was. Ilse en Maarten uit Den Haag zijn, zoals eerder vermeld, op weg naar Nieuw-Zeeland met de motor, op zoek naar een nieuw bestaan. Vanmiddag kwam er een meid binnen uit Nieuw-Zeeland die uit haar kraakpand in Den Haag was vertrokken op een 'gevonden' Gamma-fiets. Omdat zelfs de zigeuners in Bulgarije haar uitlachten om haar oer-Hollandse fiets en deze niet wilde stelen, vond ze het niet erg dat ze het ding tijdens een dronken bui in de prak reed. Al snel 'vond' ze een nieuwe fiets waarop ze naar Iran kwam. Ze kan gelukkig kostelijk lachen om haar eigen avontuur en ik ook. Wel doen we onze hotelkamer extra goed op slot.

Esfahan

14:16 by wPim

In Esfahan kun je weer adem halen. Echt, de luchtvervuiling is hier stukken minder dan in veel andere grote steden van Iran. Toch is dat niet de reden dat we in deze stad vijf dagen blijven hangen. De ambiance in Esfahan en het backpackershotel Amir Kabir bevalt ons zo goed dat we er niet wegkomen. Het is zes uur 's ochtends en we arriveren met de bus in de koude stad. Na te hebben ingecheckt in het hotel en een paar uurtjes verkwikkende slaap, willen we wat van de stad zien. We gaan naar het grote Imam Square, het bekendste plein van het land. Het plein is aan alle kanten omgeven door een gebouw in de Persische stijl met daarin talloze winkeltjes met souvenirs, tapijten en versierd aardewerk. Aan het plein zijn tevens twee moskeeen en een paleis te vinden met alle daarbij behorende pracht en praal. De tweede dag pluizen we de bazaar uit met oneindig veel straatjes en koopwaar.

En er zijn mensen. Zoals bijvoorbeeld Hamed. Hamed benadert ons op het Imam Square en vertelt ons enthousiast over zijn baan als tolk voor Unicef en zijn droom om Europa te bezoeken. Hij wil ons vanavond graag meenemen naar een goed theehuis waar je veel jonge Iraniers zoals hij kunt ontmoeten. Bovendien wil hij het een en ander weten over Europa en hij heeft ook wat 'private questions'. Altijd leuk, maar door zijn gladde en snelle praat, zijn we een beetje sceptisch. Hij weet wel heel erg makkelijk te vertellen wat hij wil, dus dat heeft hij vast vaker gedaan. Zijn laatste vraag maakt ons helemaal argwanend: "Komen jullie samen of met anderen?" Samen, maar wat doet dat ertoe? In ieder geval een afspraak om half zeven op dezelfde plek en dan zien we wel waar we heengaan.

Later deze middag besluiten we de eer aan onszelf te houden en naar een theehuis van onze eigen keuze te gaan. Als we daar aan het eind van de middag binnenkomen, zien we Paul (Engeland, Londen) en Leo (Zweden) lurken aan de waterpijp, beide uit ons eigen hotel. Zij zitten daar samen met Ali en Mehran, twee Iraanse jongens waar we nog een hoop lol mee zullen beleven. We gaan bij hen zitten en vertellen over onze afspraak met Hamed. Een tapijtenverkoper, Hamid, die er ook zit, hoort het verhaal en zegt Hamed te kennen. Hij schudt afkeurend zijn hoofd en zegt dat we voorzichtig moeten zijn. Martine vraagt waarom, maar daar wil hij geen antwoord op geven. We voelen ons wat ongemakkelijk en proberen meer informatie los te krijgen. Hamid zegt dat Hamed niet gevaarlijk is, ons geen haar zal krenken en ons niet zal bestelen. Mooi, maar wat dan wel. "Geloof gewoon niet alles wat hij zegt", zegt hij.

Ik loop naar het Imam Square voor de afspraak met Hamed om half zeven, terwijl Martine in het theehuis blijft met Leo en Paul. Daar staat Hamed en begroet mij joviaal. Hij is echter niet alleen, er is een jongetje van een jaar of acht bij hem. Hamed vertelt dat het gaat om een kind van Afghaanse vluchtelingen die hij af en toe opvangt in het kader van Unicef. "Moet hij niet naar huis om te slapen", vraag ik als ik het jongetje ijselijk zie rillen in de avondkou. Na een korte discussie tussen Hamed en het jochie vertrekt het ventje inderdaad alleen in het donker. Ik stel voor om naar het theehuis te gaan waar wij al zaten. Hamed vraagt me wie daar allemaal we niet zitten en waarom. Ik lul er omheen en hij volgt me. De rest van de avond verloopt rustig. Hamed vertelt over zijn Europese plannen, zegt naar Duitsland te gaan, wil naar Finland en stelt vragen over de prijs van treinkaartjes in de Oekraine. Dan komen de 'private questions' over wat je moet doen als je uit gaat in Europa en hoe je het aanlegt met een meisje. Leo, Martine en ik hebben veel lol met hem, hoewel hij continue nerveus om zich heen kijkt en door zijn haar strijkt en geen thee neemt. Na vijf uur discussies over het Westen, Iran, Amerika, prijzen van treinkaartjes, en het relatieve begrip vrijheid gaan we moe en voldaan terug naar het hotel.

In het hotel zien we Ilse en Maarten (met de motor op weg van Nederland naar Nieuw Zeeland), en die horen over onze ontmoeting met Hamed. "Wij hebben ook een Hamed ontmoet, waar we gisteren mee zijn wezen eten", zegt Ilse. En dan vertelt ze over de jongen die volgens haar filmmaker is en steeds nerveus om zich heen kijkt en door zijn haar strijkt. Dat van dat nerveus en dat haar klopt, maar filmmaker?? Daar had onze Hamed met geen woord over gerept, hij werkte immers als tolk voor Unicef. Een ander stel, Ilka en Sabi uit Zwitserland, zeggen hem ook te hebben ontmoet, maar bij hun had hij weer een ander beroep maar wilde wel ook naar Europa. De persoonsbeschrijvingen van de drie Hameds komen zo overeen dat we zeker weten dat het om dezelfde persoon gaat. Het blijkt een compulsieve leugenaar die graag toeristen imponeert met zijn verhalen. Vandaar dat Hamid de tapijtenverkoper moedeloos schudde met zijn hoofd, die gozer neemt iedereen in de maling. Maar wat rot het, onze dag is compleet en met zijn allen bescheuren we ons van het lachen.

de reisplannen gedoken

22 Okt '05 - 15:17 by wPim

Okee, even een update wat betreft onze reis. De plannen zijn namelijk een beetje gewijzigd. Het oorspronkelijke plan was om te vliegen naar Pakistan en daarna over land te reizen naar India en Nepal. Aangezien we behoorlijk wat tijd hebben gespendeerd in Turkije en Iran (het is er ook zo leuk), slaan we Pakistan en India vooralsnog over en vliegen volgende week van Teheran (Iran) naar Doha (Qatar) om daar over te stappen op een vlucht naar Kathmandu (Nepal). De beste tijd om trekkings te maken rondom het gebergte van de Mount Everest of de Annapurna is namelijk oktober en november. Dat willen we natuurlijk niet missen en begin november gaan we dus hopelijk de bergen in. Daarna zullen we alsnog over land naar India reizen en misschien nog naar Pakistan. Tot slot is het de beurt aan China, maar zover is het nog lang niet.

Ispahaan

15:07 by wPim

Aangeland in Esfahan, dus tijd voor een toepasselijk stukje oer-Hollandse poezie...

De tuinman en de dood
Een Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: "Heer, Heer, één ogenblik!

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!" -

Van middag (lang reeds was hij heengespoed)
Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.

"Waarom," zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
"Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?"

Glimlachend antwoordt hij: "Geen dreiging was 't,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen 'k 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan,
Die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan."

P.N. van Eyck

de salon

12:34 by Martine

In de bus naar Shiraz ontmoeten we Samira, een twintigjarige devote moslima die goed Engels spreekt. Ze wil graag tourguide worden, en drukt ons op het hart om haar de volgende dag te bellen, zodat ze ons Shiraz kan laten zien. Onze plannen wijzigen echter, en de volgende ochtend bezoeken we Persepolis. Wanneer we terugkomen in het hotel, blijkt dat Samira gebeld heeft en langsgeweest is. Of we haar alsjeblieft terug willen bellen. Eigenlijk zijn we het melden een beetje moe, maar we spreken toch af bij de tombe van Hafez. Jongeren in Iran hebben (nog) oog voor poezie en ook Samira is lyrisch over de grootste Perzische dichter ooit. Zijn gedichten zijn perfect, in Farsi in ieder geval. Aan de Engelse vertaling schort volgens haar wel het een en ander. Ik merk op dat hij veel over wijn schrijft. Samira zegt dat hiermee de liefde voor God bedoeld wordt en niet de drank die gemaakt werd van Shiraz-druiven.

Wij hebben na een paar uur vasten wel trek en we vragen haar of ze mee gaat eten als de zon onder is. Samira nodigt ons echter uit om bij haar thuis te eten. Ze belt haar ouders, die zeer vereerd zijn en we nemen een taxi. We komen aan bij het grootste huis dat ik tot nu toe gezien heb in Iran. We worden hartelijk begroet door haar ouders en ik krijg van moeder een hand ingepakt in de chador en vier zoenen. De mega-kamer staat vol met stoelen die waarschijnlijk schitterend zijn, maar ingepakt zitten in groezelige hoezen om ze mooi te houden. We eten echter op de grond voor de tv. Samira's moeder verontschuldigt zich voor het simpele eten, maar dat slaat nergens op. We hebben meer keuze dan ooit en eten tot we niet meer kunnen. We praten via Samira met haar ouders en vader blijkt baas van de bank te zijn. Dit verklaart de luxe en ook hun tevredenheid. We horen hier geen wanklank over de regering zoals bij andere mensen die ons aanspreken. Samira legt ons nog wel even uit dat Amerika in oorlog is met Iran en daarom Iran zwartmaakt in het westen. Terwijl Iran alleen maar kernenergie wil. Moeder heeft het druk met het volgen van de dagelijkse soap.

Met de nog in plastic verpakte afstandbediening wordt na het eten de sataliet tv aangezet. We kijken naar de Perzische MTV, uitgezonden vanuit Amerika. Samira speelt zelf ook een muziekinstrument en we luisteren naar haar voordracht. Ze blijkt niet alleen muzikaal te zijn, maar schildert ook graag en schrijft gedichten. We bewonderen haar creaties, van Disney's Mulat tot een tekening van Imam Ali, van wie ze zoveel houdt.

Samira's moeder blijkt ook te werken. Ze is kapster, maar haar specialiteit is het epileren van wenkbrauwen. Ze ziet wel heil in mijn twee borstels. Ik twijfel. Tanja hield de vorige keer nog rekening met mijn natuurlijke lijn, dus ik vraag of ze niet te drastisch te werk wil gaan. Dit begrijpt ze volkomen en ik ga met haar en Samira mee naar boven, waar ze een volwaardige salon heeft. Samira verzekert me dat haar moeder veel beroemde klanten heeft en ik laat me twintig minuten lang bewerken met pincet, scheermesje en tandenborstel. Ze zijn zelf zeer tevreden over het resultaat. Ik toon mijn dankbaarheid en accepteer dat ik de komende tijd ietwat verbaasd door het leven ga.

Het is tijd om te gaan. Het zoenen en omhelzen neemt even in beslag. Daarna vertekken we met een kopie van Imam Ali in onze tas.

Yazd

12:32 by wPim

Ik zit op het dakterras van het hotel tijdens het ondergaan van de zon en adem de sfeer en de uitlaatgassen van de stad in. Als ik voor me kijk zie ik het plein voor het Amir Chakmag-gebouw in Yazd. Op de achtergrond klinkt de oproep tot gebed voor de moslims, maar veel mensen in de straat lijken er niet door gestoord; alles gaat zijn gang. Het zonlicht achter de minaretten van de Amir Chakmag vaagt langzaam weg en de straatlantaarns gaan aan. Op het plein, dat is omringd met huizen, zitten een aantal mannen in een soort pyjama's op de bankjes langs het gras en de fonteinen. De gebouwen rond het plein bestaan uit lichte bakstenen die zijn bedekt met een gedroogde laag modder, zoals bijna alle gebouwen in het oude gedeelte van de stad. Enkele windtorens steken uit boven de huizen. De torens, die vroeger werden gebruikt om de wind op te vangen voor koelte in de huizen staan er sinds de komst van de airconditioning, werkloos bij. Sommige huizen zien eruit alsof ze ieder moment kunnen instorten, aan anderen wordt nog gebouwd. Achter de oude stad ligt een dikke chronische laag smog, net als bij de meeste Iraanse steden. Daar doorheen kun je nog net iets van de bergen erachter ontwaren. Nu is het donker, tijd om te eten.

Ludduvuduh

Hassan (24) spreekt ons aan op straat, spreekt goed Engels en nodigt ons voor later op de avond uit in zijn stamtheehuis Keremat in Yazd. Als we om 19.30 uur binnenstappen, zit het theehuis vol locals en dienstplichtigen die ons allemaal met grote verbaasde visogen aanstaren. Gelukkig worden we direct opgevangen door Hassan die ons onder het genoegen van een kop thee confronteert met zijn aangrijpende verhaal van een onbereikbare liefde, een Nederlandse vrouw die hij een tijd geleden in Iran heeft ontmoet. De vrouw was zelfs terug gekomen naar Iran om hem weer te zien, maar werd tijdens deze reis verliefd op een andere Iranier die ook in Nederland woont. Hassan's hart brak toen hij het nieuws hoorde en hoopt nog steeds op een wonder. Hij is van plan om over zes maanden naar Nederland te komen, en als dat lukt, komt hij ook bij ons thee drinken en daarna bier. Dat hij dat graag lust, ontdekte hij eerder tijdens zijn 'pelgrimsreis' naar Syrie, toen hij een disco bezocht. Geen heilige plaats, zoals hij zijn moeder voor houdt, maar ach. Hassan neemt ons mee naar het dak van de plaatselijke bazaar voor een mooi uitkijkje over de historische stad van Yazd, maar even later worden we weggestuurd door twee soldaten die het niet goedvinden dat we 's avonds over het dak van de bazaar lopen.

De tweede avond gaan we met Hassan en een vriend mee kijken naar de 'powertraining'. Dat is een traditionele Persische en islamitische sport voor mannen. We komen binnen in een soort ronde gymzaal, met een diameter van ongeveer 25 meter. In het midden van de zaal is een grote ronde verdieping waar de sporters in gaan staan. Op de rand van deze verdieping liggen allerlei attributen zoals grote massief-houten kegels. We wachten af tot het begint. Een flinke man met een royale baard komt tevoorschijn en klimt, na ons begroet te hebben, op een soort verhoging achter in de zaal. Boven zijn hoofd schitteren de portretten van de grootayatollah's van Iran en de rest van de tl-verlichte zaal wordt opgesierd door een dozijn Iraanse vlaggen. De bebaarde man blijkt de muzikaal leider van het geheel en haalt een fikse djembe tevoorschijn. De trommel klinkt hard en zwaar door het ronde vertrek. Voor zijn mond hangt een microfoon. De training begint. De tien mannen staan in hun sporttenue dat bestaat uit een t-shirt, een trainingsbroek en een ruitjeslaken om de middel. De leider drumt er op los en zingt onderwijl op luide toon islamitische gezangen door de microfoon. De sporters bewegen mee op de muziek en later gebruiken ze de houten knotsen en zwaaien die over het hoofd. Volgens mij moet je daar verschrikkelijk sterk voor zijn. Tussendoor worden alle profeten en heilige imams gegroet door de sporters door middel van het roepen van leuzen. De drum wordt luider en het geschal sterker. Als apotheose van de een uur durende training komt de draaisessie. Om de beurten gaan de sporters in het midden van de zaal staan en draaien zo lang mogelijk om hun eigen as, begeleid door de maat van de drum. De beginners haken snel af, de gevorderden niet en oogsten applaus. Het is afgelopen. Hassan, enorm bedankt en tot ziens in Den Brouwerbergh.

het hol (Mashad)

14 Okt '05 - 15:36 by wPim

In de vroege ochtendschemer van vrijdag 14 oktober komen we met de nachttrein aan op het station in Mashad, het heilige bolwerk voor de Sjiitische moslims. De stad ligt er verlaten bij en wij moeten op zoek naar een hotel. De Lonely Planet zegt dat er een goeie is, vlakbij het enorme heilige centrum Astan-e Qods-Ravazi, maar hoe goed onze taxichauffeur ook zoekt, we komen er niet uit. We bedanken hem vriendelijk en willen op eigen gelegenheid verder zoeken; er zijn immers genoeg hotels voor pelgrimgangers in de omgeving. Voor we verder kunnen lopen, ontmoeten we Milad, een Iraanse puber van 17 jaar, die net uit een van de moskees van het Astan-e Qods-Ravazi komt om te bidden. Hij zegt dat hij ook een hotel zoekt en biedt ons aan om samen met hem te zoeken. Dat is erg aardig van hem, hoewel we dan nog geen notie hebben dat zijn overijverige behulpzaamheid ons later behoorlijk zal gaan irriteren. Dat begint al om kwart voor elf 's diezelfde ochtend, als ik nog bij lig te komen van de treinreis. Milad klopt op de deur van onze hotelkamer en ik schiet halsoverkop een broek en een t-shirt aan. Hij wenst dat we binnen een kwartier klaar zijn om met hem mee te gaan naar het heilige complex voor een speciale rondleiding. Mijn klomp breekt en ik herinner hem aan onze afspraak van 12.00 uur. Dat is waar, maar 11.00 uur is 'much better'. Dat zal best, maar eerst douchen. Als we om half twaalf met Milad meelopen naar het complex, komt de aap uit de mouw: hij heeft voor ons een gids weten te regelen die ons vanaf 11.00 uur rond had willen leiden. Mijn andere klomp breekt: langzaam krijg ik het gevoel dat ik de regie over ons gaan en staan aan het verliezen ben. Ik druk Milad op het hart dat ik zijn gastvrijheid zeer op prijs stel, maar dat ik absoluut zelf bepaal wat we doen en dat ik zelf wil betalen voor wat ik doe en laat. Eerder deze ochtend had hij ook al een deel van onze hotelkamer willen betalen. Ik vermoed dat hij de boodschap begrijpt. We naderen Astan-e Qods-Ravazi. Het complex is gebouwd rondom de haram-e-motahhar, de heilige graftombe van Imam Reza, de achtste imam en heilig voor de Sjiitische moslims. Bij de ingang geven we onze tas (met camera :( ) af en gaan naar binnen. Martine moet uiteraard een andere ingang nemen, en krijgt een speciale lap voor over haar hele lichaam, zodat ze er net als alle andere vrouwen als een pinguin bijloopt. Het is erg druk, want de vrijdagochtendgebeden zijn aan de gang. Onze gids, Yasser blijkt een Sjiitische student en is in de leer voor iets dat net iets lager is dan een imam. Ik ben onder de indruk van zijn witte tulband en zijn zwarte gewaad met daaronder een witte pyama. Hij begroet mij vriendelijk met een ferme handdruk, maar weigert die van Martine. Milad zegt dat buitenlanders zoals wij op slechts een zeer beperkt aantal plekken mogen komen in het heilige complex van in totaal 75 hectare, maar dat met Yasser alle deuren open zullen gaan. We zullen zien. Via enkele pleinen lopen we naar de grootste binnenplaats, de Ravazi Grand Courtyard.

Wat is dan zie is overdonderend en doet tientallen eerder bezochte moskeeen in een ogenblik in het niet vallen. Als aan de grond genageld ervaar ik het grootse gebeuren op het 250 meter lange en honderd meter brede plein. Een zee van duizenden mensen zit op de grond. De vrouwen zijn, met een enkele uitzondering gekleed in allesbedekkende pikzwarte gewaden en zitten of liggen, net als de vele mannen, te luisteren naar de islamitische gebeden die op luide toon uit de luidsprekers schallen. Een groot aantal mensen is geknield, in aanbidding. Ik word overmand door een gevoel van tweestrijdigheid: enerzijds onbeschrijfelijk indrukwekkend om te zien, anderzijds voel ik mij in het diepste hol van de leeuw.

We moeten verder, naar het museum. Milad vertelt ons een hoop en geeft de arme Yasser geen kans. Inderdaad, alle deuren gaan open, want het museum was eigenlijk al gesloten. Na het museum wil Yasser ons meenemen naar het allerheiligste deel van het complex: de graftombe van Imam Reza. We aarzelen, want we weten dat alleen moslims toegang hebben en we willen vooral niet tot last zijn. Maar als we de tombe van dichtbij hebben gezien, worden we misschien ook wel moslim, zo is de overtuiging van Yasser wellicht. Hij en Milad houden voet bij stuk en nemen ons mee naar de speciale binnenplaats met het gebouw waarin de tombe moet zijn. Ik word wederom overdonderd, maar nu door de pracht van de bebouwing. Overal waar je kijkt zijn koepels, bogen en enorme poorten van tientallen meters hoog en die van top tot teen zijn ingelegd met mozaiekjes van een onvoorstelbare hoeveelheid gekleurde tegeltjes. De Efteling is er helemaal niets bij. Voor de gebouwen liggen rijen Persische tapijten waar wederom een veel mensen bidden, praten of voor zicht uit staren. Het gebouw waar de tombe zelf staat komt nu erg naderbij en bij iedere stap voel ik mij een steeds grotere indringer. Ogen uit alle windrichtingen staren ons vijandig of verbaasd aan en Milad sist ons toe dicht bij Yasser te blijven. Een enorme drukte heerst er in het gebouw van Imam Reza. Moslims lopen in heilige vervoering richting de tombe voor de gestorven geestelijk leider. Een situatie die 24 uur per dag en 365 dagen per jaar duurt. We hebben onze schoenen al uitgedaan bij de ingang, maar Martine en ik zijn eruit: dit is voor ons de absolute grens. Verder willen we niet, kunnen we niet en mogen we niet. Met veel moeite kunnen we Yasser duidelijk maken dat we genoeg gezien hebben. Hij begrijpt het, en brengt ons naar een raam waar we de tombe goed kunnen zien, van een afstand. De mensenmassa verdringt zich rondom een grote gouden kooi en mensen proberen deze allemaal aan te raken. Ik vind het mooi geweest, en loop opgelucht naar buiten.

Maar van Milad zijn we nog niet af. Hij gaat mee lunchen, internetten, kijkt mee op mijn scherm en pas als ik hem duidelijk maak dat ik dat liever niet heb, gaat hij iets voor zichzelf doen. In een traditioneel theehuis 'Hezardestan', komen Martine en ik 's avond echt tot rust onder het genot van een paar potten thee en veel zoete Iraanse 'lekker'-nijen. We bestellen ten slotte een waterpijp met appelsmaak en Martine krijgt heeft een nieuwe passie bij. Ze gaat zo op in het roken dat ze de Shah zelf wel lijkt.

Teheran

12 Okt '05 - 17:11 by wPim

Teheran in your face! Waar de uitlaatgassen van de Iraanse trots, de 'Paykan', je keel en je eetlust verzieken, waar het, in tegenstelling tot de frisse bergen weer 30 graden is en waar weer alles te koop is. De stad waar de hardcore-sympatisanten van de Islamitische revolutie van 1979 zich hebben verschanst in de voormalige ambassade van de Verenigde Staten en waar de universiteit, een paar kilometer verderop, een politiek broeinest is van hervormingsgezinde en niet-hervormingsgezinde jonge vrouwen en mannen. De stad waar de make-up van vrouwen beter zichtbaar is dan hun hoofddoek en waar je kunt bivakkeren voor een appel en een ei.

Liefhebbers van goedkope vakanties: het Oostblok is uit en Iran is in! Het land waar je nog een taxi neemt voor 50 cent, kan slapen in een hotel voor 2,50 euro per persoon en waar ze je haar knippen voor 80 centen. Als je lekker wilt eten, reken dan op een bedrag van 5 euro, met zijn tweeen uiteraard, drinken erbij. Als je echt platzak bent kun je altijd de metro nog nemen voor 7 cent en de bus voor twee cent. Neem wel een grote portemonnee mee, want het grootste bankbiljet heeft een waarde van 20.000 rial, oftewel slechts 2 euro.

het nieuws

15:40 by Martine

Behalve 20 Farsi-talige kranten zijn in Teheran ook vier Engelstalige Iraanse kranten te koop. Dus koop ik voor tien cent per stuk op maandag de Iran News, op dinsdag de Tehran Times en vandaag de Iran Daily. Ik ben benieuwd naar het wereldnieuws en bovendien wordt me regelmatig onder de neus gewreven dat we in Europa sterk gemanipuleerd nieuws voorgeschoteld krijgen. Ik wil weleens lezen hoe het er in de wereld dan echt aan toe gaat.

Het nieuws valt grofweg in te delen in regionieuws (20%), Iraanse succesverhalen (25%), Amerikaanse missers (50%) en overig nieuws (5%). Het belangrijkste nieuws in de regio betreft de aardbeving in buurland Pakistan. Geen verhalen van overlevenden, maar met name berichten over condoleances van Iraanse regerings- en religieuze leiders en hoe dit gewaardeerd werd aan Pakistaanse zijde.

Dat het prima gaat met Iran blijkt uit indrukwekkende koppen als: 'Iraanse economie blijft groeien volgens Belgische official' en 'Duits toeristenbureau wil zich vestigen in Iran'. Over regeringsbeslissingen wordt niet gesproken, alleen persoonswisselingen in het parlement worden genoemd.

Dan het grootste thema van de krant: de VS. Elke dag minstens twee pagina's over Irans nucleaire programma en de invloed van de nobelprijs op het IAEA. De columnisten geven zelf geen mening, maar citeren allerlei deskundigen van de overheid die verwachten dat El-Baradei zich nu nog meer door de VS zal laten leiden. Daarnaast minimaal een pagina over de negatieve gevolgen van de Amerikaanse bezetting van Irak. Door de VS zijn het terrorisme en de drugshandel in de regio sterk toegenomen. Verder dagelijks nog een aantal artikelen over de persoon G.W. Bush.

Overig nieuws handelt oa over de de verkiezingen in Duitsland, over make-up, dat een slechte huid veroorzaakt en dat er nu ook koranwedstrijden zijn voor vrouwen.

Dan is er nog sport. Ik lees dat Van der Sar een strafschop stopt en zie een foto van ene Opdam. Eigenlijk is dit het enige dat ik hoef te weten, aangezien elk gesprek op straat uitloopt op het roemen van het Nederlands elftal.

de bergen bij Ghazor Khan

11 Okt '05 - 21:35 by wPim

Na in Bulgarije en Turkije vooral in grote steden te hebben gebivakkeerd, proberen we nu eens wat anders. We willen de Alborz-bergen in en wel naar het volgens onze Lonely Planet veel belovende Ghazor Khan, bij Alamut, jeweetwel. Een hele onderneming om er te geraken. Van het Iraanse Zanjan reizen we naar de stad Qazvin, meer richting Teheran. Daar kunnen we blijven om de volgende ochtend met een minibus de bergen in te gaan, of we kunnen nu een taxi nemen. Een groep taxi-chauffeurs staart ons gretig aan en roepen 'Alamut, Alamut'. Ja, Alamut. Ghazor Khan om precies te zijn. Ik maak met veel handen en voetenwerk duidelijk waar we heen willen en als dat helder is, komt er een heikel punt: de prijs. Ten eerste: daar hebben we geen notie van. Ten tweede: van afdingen hebben we nog niet veel kaas gegeten. Als ze beginnen bij 30 euro oftewel 300.000 rial, lachen we hartelijk en bedanken voor de eer. Even later wordt er 150.000 gezegd en wij beginnen te twijfelen. We proberen nu 100.000 maar de heren taxichauffeurs houden voet bij stuk. 15 euro voor een rit van drie uur door de bergen voor twee personen. Ach, dat is toch best redelijk. We accepteren de deal en hebben al na twee minuten spijt. De taxichauffeur rijdt namelijk als een bezeten dolleman. Iedere keer als hij een auto inhaalt, zie ik mijn hele leven aan mij voorbij flitsen terwijl tegenliggers claxonneren, met koplampen flitsen en met grote snelheid naderen. Een adembenemend uitzicht in de bergen, dat wel. Maar als een achterlijke idioot door bochten scheuren langs steile afgronden zonder vangrail is ook erg adembenemend. Plotseling stopt onze chauffeur de auto langs de kant van de weg en gebaart mij uit te stappen. Ik loop met hem mee naar de afgrond en hij wijst naar een compleet verwoeste auto diep in het ravijn. De lul.

Hij steekt nog een sigaret op, zet de Iraanse jengelmuziek nog wat harder en vervolgt zijn weg. Langzaam maar zeker leggen we de 90 kilometer door de bergen af en arriveren in Ghazor Khan, het dorpje vlakbij het opgegraven kasteel op de berg. De huizen zijn bruin, eenvoudig en armoedig. Op het 'dorpsplein' staan een aantal mannen die bezig zijn met bouwwerkzaamheden, al is mij niet helemaal duidelijk wat ze bouwen. Wel zie ik grote hopen zand en heel veel modder. Een verdwaalde hond struint voorbij en oude vrouwtjes ingepakt in lappen staren ons nieuwsgierig aan. De mannen hebben het druk; bij een vrachtwagen wordt het puin gewogen met een vooroorlogse bascuul voor het op de wagen kan. Aan een van de huizen hangt een half verroest bord: 'Hotel & Restoran'. Dat kan niet missen, daar moeten we zijn. In hotel Koosaran van meneer Ali en zijn vrouw worden we hartelijk ontvangen met verse thee. Eten krijgen we over een half uur, als de ramadan voor vandaag er weer op zit. De kamer waar wij slapen is de enige in het 'hotel' en is boven de woning van Ali. Via een trap bereiken we het dakterras met een boom, banken en een tafel. De kamer zelf kan niet op slot, heeft Persische tapijten op de grond en geen meubels. Een bed moeten we zelf maken van een stapel dunne matrasjes, dekens en foezelige lakens. Tijdens het eten van de tomaat-omelet met plat brood bij Ali zien we het nieuws van de aardbeving in Pakistan en India. Vreselijk. Wij hebben er niets van gemerkt, te ver weg. Daarna vraagt Ali mij wat ik voor de taxi heb betaald. Hij schrikt van het bedrag, 15 euro, belachelijk. 5 euro was genoeg geweest. Tja... Na het nieuws gaan we spugen en naar bed. Voor ik het licht uit kan doen, zie ik echter een schorpioen van een centimeter of acht langswandelen. Gelukkig staan er slippers die als een effectief slagwapen dienen. De schorpioen belandt in de prullenbak. Een-nul voor de mens.

Zondag

De zon komt op en we leven nog. Dat is mooi meegenomen, want dan kunnen we vandaag gaan wandelen naar het kasteel op de berg of wat daar nog van over is. De mist is echter zo dik als rijstepap, maar toch gaan we om 11.30 uur maar. Eerst willen we boodschappen doen bij het winkeltje in het dorp, maar het is gesloten. Plots komt er een vrouwtje met een bochel van 90 graden in haar rug en een sleutel in haar hand. Nu is de winkel open. Water, chips en koek voor een euro totaal. Op naar het kasteel of wat daar nog van over is, maar ik zie een waterbeekje waar ik dammetjes wil bouwen, want dat deed ik vroeger ook altijd. Het mag van Martine. Als ik het water van het beekje zodanig de verkeerde kant op stuur zodat het oorspronkelijke beekje bijna droogvalt, verschijnt er een oud vrouwtje gekleed in lappen. Ze doet geirriteerd en breekt mijn dammetje af om het water weer in de oude richting te sturen. Ik help haar, want ik vermoed dat ik de watervoorziening van het dorpje heb geblokkeerd. Sorry, ik zal het nooit meer doen, maar hoe zeg je dat in Farsi?

Nu dan eindelijk op naar het kasteel of wat daar nog van over is. We beklimmen de berg en de trappen er naartoe en we zien een schitterend wolkendek in het dal en wij staan erboven. (zie foto's Ghazor Khan) Langzaam lost de wolkenmassa zich op en komen prachtige rotspartijen in zicht. Het kasteel, of wat daar nog van over is, stelt niet veel voor, maar het is wel leuk om te zien dat de opgravingen nog steeds bezig zijn. We worden begroet door een Iranier met een smoezelig ruitjesoverhemd. Hij blijkt de curator van het geheel, doet opgravingen en slaapt in een tent op de berg. Hij nodigt ons uit voor thee, walnoten en mini-appeltjes. De Iraanse gastvrijheid op de meest onwaarschijnlijke plekken overdondert ons iedere keer weer. Dat je er bijna van moet huilen hoe lief.

Maku en Tabriz

07 Okt '05 - 19:32 by wPim

Iraniers zitten erg in de war. Over hun imago in het Westen. Bijna iedereen die ik spreek begint er in een conversatie vroeg of laat over. Je voelt hem al aankomen als de eerste vraag gesteld wordt: "Wat vind je van Iran?" of "Wat vind je van de mensen in Iran?". Dan antwoord je naar alle eer en geweten dat het land je tot nu toe zeer goed bevalt en dat de mensen erg aardig en zeer gastvrij zijn. Langzaam maar zeker laten ze weten dat ze het heel erg vinden dat Amerika en Europese landen een verkeerd beeld schetsen van Iran door het land neer te zetten als kwaadaardig. "Jullie denken dat er alleen maar terroristen in Iran wonen", zegt een man verbitterd, "maar dat is niet zo". Nee, dat weet ik ook wel, anders zou ik hier niet komen. En wat ik vind van Amerika enzo. Moeilijke discussies, maar wel een eye-opener. Als het aan de gewone bevolking ligt, heeft ze het liefst een goede relatie met het westen. Veel mensen zijn bovendien niet tevreden met hun eigen overheid en omschrijven die op een gedempte toon als "very, very bad." Vanmiddag in de bus van Tabriz naar Zanjan sprak een kerel mij aan die in het Iraanse leger werkt als helicopterpiloot. Hetzelfde verhaal, maar met de toevoeging dat hij heel voorzichtig moet zijn met contact met buitenlanders en toeristen zoals ik; "Als ze daar achter komen, heb ik problemen."

Maku

Na de Iraanse grens reizen we door naar Maku, een klein plaatsje dichtbij. Met Ali de Koreaanse bezoeken we diezelfde middag nog een Armeense kerk, de Qareh Kalisa, ongeveel 60 kilomter bij Maku vandaan. We nemen daarvoor een taxi die ons voor de 120 kilometer lange rit slechts 3 euro per persoon kost. De taxichauffeur is een aardige jongeman die nauwelijks Engels spreekt. Gelukkig is Ali hard op weg om wat Farsi-woordjes te leren, zodat een brokkelige conversatie toch mogelijk is. Eenmaal bij de Armeense kerk werkt ook een man die het Engels nauwelijks machtig is, maar wel heel erg zijn best doet om ons op de hoogte te stellen van de ins en outs van de kerk. Hij vertelt over de Armeniers in Iran, hoe aardbevingen de kerk enkele malen heeft verwoest en hoe deze weer is opgebouwd. Kogelgaten zitten in de muur en reliefen van Maria, engelen en andere dingen uit de bijbel. Om de jaartallen van de gebeurtenissen aan te duiden gebruikt onze gids een rekenmachientje. Erg aandoenlijk, zodat Martine er bijna van moet huilen hoe lief.

's Avonds in het hotel is het een gezellig weerzien van bekenden. We komen Tom en Carolien weer tegen, twee Belgen die een jaar door Europa en Azie fietsen. We hadden al enkele avonden met hen doorgebracht in Dugobayizit (Oost-Turkije), luisterend naar Koerden die vol emotie zingen over hun volk in het eetlokaal van Murat Camping. We zitten enkele uren in de lobby van hotel Lalah en dat draait uit op een dolle boel. De hotelbaas met zijn foezelige baardje zegt geen boe of bah en heeft woeste ogen. Hij doet er alles aan om het ons naar de zin te maken, zoals het penetrant hard zetten van de televisie tijdens onze conversatie met Ali, Tom en Carolien. En hij maakt pas thee als we bijna naar bed gaan. Ook komt er nog een student bij die Engelse literatuur studeert maar nog nooit heeft gehoord van Beowolf en verder zijn er nog enkele Iraniers waarvan een erg op Herr Derrick lijkt en bovendien Duits spreekt omdat ie in Dusseldorf woont. We lachen beleefd mee met zijn grappen waarvan de clue ons ontgaat. Tijd om te slapen, morgen vertrekken we naar Tabriz.

Tabriz

In Iran liggen veel dikke snelwegen en de geur die je overal de hele dag ruikt is benzine. Vooral op straat, maar ook in de bus, taxi en soms in het hotel. Daarbij start vandaag de Ramadan dus eten of drinken in het openbaar is taboe. Een droge strot en een lege maag, maar het is niet anders. In het drukke Tabriz worden we direct welkom geheten door Nasser die acht talen spreekt "Ghoe ghaat het? Alles ghoet allemachtig prachtig!" Nasser is van het toeristenoffice en geeft ons in de taxi naar het centrum ongevraagd een hoop nuttige informatie en verkoopt ons een nep-exemplaar van de Lonely Planet van Iran. Maar wat kan ons het verbranden, het ding kost maar 7 euro. In Tabriz hebben we het druk. We hebben 's ochtends een afspraak met Barat, een Engels-docent op het taleninstituut Global Village. Hij heeft een overdreven Brits accent en wil graag met ons van gedachten wisselen over Engelse literatuur, want daar wil hij een diepgaand artikel over schrijven. We worden overstelpt met moeilijke vragen over het land Iran, de politiek van Bush en hoe de dood zich volgens ons verhoudt tot de liefde. Of we denken dat liefde een voedingsbron voor heldenmoed kan zijn en wat Hemmingway erover schreef. Tenslotte; geloven we wat Freud zegt over seks en dood en wat we vinden van de leer van Nietsche en Karl Marx? Tja. Langzaam maar zeker proberen we hem duidelijk te maken dat we er waarschijnlijk niet zo lang en diep over hebben nagedacht als hij en we storten ons op de thee, het brood en de kaas die hij ons heeft voorgezet. Barat neemt zelf ook nog maar wat, want vasten doet hij niet. Wel verstopt hij het eten en de thee als er anderen binnenkomen. Of we vanavond weer komen eten en hem willen helpen met het artikel. Geen probleem, zes uur zullen we er zijn.

In de middags bezoeken we de blauwe moskee die niet meer heel blauw is en de bazaar en een museum. Moe en voldaan komen we weer bij het instituut van Barat aan die de heerlijkste lekkernijen heeft laten aanrukken, deze middag gefabriceerd door zijn moeder. Salade, rijst, kippenpoten en de zure drinkyoghurt smaken heel erg goed. De conversatie over literatuur zet zich nog even voort, maar even later komen er ook minder zware onderwerpen op tafel: voetbal en persische tapijten. Een vriend van hem, Reza, eet ook mee en is ontwerper van tapijten! Hij tekent een prachtig bloemenmotiefje in mijn schrijfboekje.

's Avonds zitten we ook vol. We hebben afgesproken met twee meisjes Mekri en Swana die ons uitnodigen om langs te komen. Acht uur in het park... We hebben net onze mond afgeveegd bij Barat en gaan op pad. We worden opgewacht door de twee dames en een broer van Mekri, Arman. We stappen in de auto van Arman en rijden naar het grote Elgoli Park, buiten het centrum. We lopen rond het water en zien heel erg veel jongeren. Aangezien er geen discotheken of andere grote uitgaansgelegenheden zijn toegestaan in Iran zijn deze plekken erg in trek bij jeugd. Martine loopt en praat met Mekri en Swana, ik breng de tijd door met Arman. Hij vraagt me veel over het leven in Nederland en bertreurt het dat er geen disco's zijn in Iran. "It's forbidden." Ik vraag hem of hij denkt dat dat ooit gaat veranderen. "Misschien, maar niet snel. Misschien dat over twintig jaar mijn kind naar de disco kan". Tot die tijd houdt Arman af en toe disco thuis. Daarvan heeft hij nog een filmpje op zijn mobiel. En of ik wel eens alcohol drink. Hij ook; whiskey en wodka. Hoe hij daar dan aan komt... Tja, je kunt overal aan komen in Iran, als je de weg maar weet.

Iran

05 Okt '05 - 18:55 by wPim

Daar staan we dan. Gevangen tussen twee grote krakende sluishekken. Achter me zien we Turkse mannen in uniform en voor ons zien we twee levensgrote portretten van de twee Iraanse Ayatollahs Ruhollah Khomeini en Ali_Khamenei. 'Welcome to the I.R. of Iran' staat er te lezen in grote goudkleurige letters. Precies op de geografische grens tussen Turkije en Iran moeten we enkele minuten wachten tot het Iraanse hek met veel gesteun en gepiep open gaat. We gaan er door en enkele soepele paspoortcontroles volgen. Dan de bagagecontrole. Maar de dienstdoende mannen maken ons direct duidelijk dat de aan ons geen tijd willen verspillen. 'Toeristen? Loop maar door, dan kunnen wij nog een sigaret roken. Buiten wachten andere mannen ons op: 'Welkom in Iran, geld wisselen?'

Samen met een Koreaanse vrouw die we hebben ontmoet in het busje naar de grens hebben we de grens gedaan. Zij spreekt gelukkig goed Engels, Frans en Duits en samen met haar besluiten we mee te rijden met een Iraanse man die we in hetzelfde busje hebben ontmoet. We stappen in de auto en dat blijkt heerlijk: de wegen zijn aanzienlijk beter dan in Oost-Turkije, Iraniers houden van flink doorrijden en de benzine kost 1 euro voor 14 liter. Ik ga het hier naar mijn zin hebben...

-gepakt

18:22 by Martine

Om de nieuwsgierigheid te bevredigen hierbij eenmalig een foto met hoofddoek. Want ja, een hoofddoek is verplicht en ja, ook nog een lange blouse/jas. Echt handig is het niet, want de hoofddoek valt steeds af en ik hoor ook een stuk lastiger met een lap over mijn oren.

Ik hoop dat reacties over dit onderwerp beperkt kunnen blijven tot dit stukje. Het irriteert me dat toeristen die we tegenkomen alleen naar Amsterdam komen om te roken. Zoals je in Nederland meer kunt dan blowen, zijn er in Iran interessanter dingen dan sluiers.

Daarover later meer.

Hotel Köse

03 Okt '05 - 13:53 by Martine

Otel Köse biedt haar gasten een aangename en gastvrije sfeer. Dit wordt meteen duidelijk bij binnenkomst, wanneer de receptionist u in het Engels verwelkomt en u een drankje aanbiedt in de altijd gezellige lobby. Vervolgens wordt u via de decoratief hoogstaande hal naar uw kamer geleid.

Alle kamers van Otel Köse zijn comfortabel en gezellig, met een elegante en praktische inrichting. Iedere kamer is voorzien van twee luxe kingsize bedden en een dressoir met diverse handige apparaten, zoals een asbak en een telefoon waarmee direct de receptie gebeld kan worden.

De ramen zijn voorzien van dubbel glas, zodat straat- en moskeegeluid tot een minimum beperkt wordt. Om de privacy van onze gasten te waarborgen, zijn de ramen voorzien van ruim dekkende gordijnen. Ook de kamerdeur is gemaakt van goedsluitend materiaal, zodat u geen last heeft van de gezelligheid op de gang of van gasten die gebruik maken van het sanitair.

Elke kamer heeft een eigen badkamer met douche en wastafel. Laatstgenoemde is ietwat schuin bevestigd, zodat er nooit water in de bak blijft staan. In de kamer vindt u twee paar nieuwe slippers, zodat u niet blootvoets de badkamer in hoeft.

Tegenover de kamer bevindt zich het immer frisse toilet. Het altijd handige squat-toilet is iets dichter tegen de muur geplaatst dan normaal, zodat u wat steun heeft bij het hurken.Hierbij is rekening gehouden met de onervarenheid van westerse toeristen in dit type toilet.

Otel Köse kost € 14 per kamer per nacht.

Oost-Turkije

01 Okt '05 - 17:10 by wPim

Een oerwoud van straatjes met talloze huisjes van ruwe blokken beton, deuren met afgebladderde verf, dakterrasjes met schoon maar versleten wasgoed. Ontelbare kinderen die 'hello' en 'money money' roepen zodra ze een vreemdeling zien, mannen en vrouwen die me aanstaren alsof ik van Jupiter kom. Welkom in Oost-Turkije, 540 graden verschil met het westen van het land. Naast het busstation is een veemarkt waar koeien en schapen lustig worden verhandeld door mannen wiens zweetgeur sterker is dan die van de uitwerpselen van hun koopwaar. Als ik uit de bus stap op de Otogar om een frisse neus te halen en de benen te strekken, staat een jongetje ongevraagd mijn bergschoenen te borstelen en wordt een vers gepelde komkommer onder mijn neus geduwd door een man met een houten kar vol met dezelfde komkommers en twee fietswielen eronder. Kinderarbeid is hier een algemeen geaccepteerd verschijnsel. Schoffies met vuile handjes en gaten in hun kleding bieden van alles te koop aan. De een heeft pakjes zakdoekjes, de ander flesjes water en een derde doet zaken in kauwgum. Zelfs in een internetcafe ben ik niet veilig en word ik geconfronteerd met ventjes met smoezelige snoetjes die me een brood proberen aan te smeren of ze zwaaien met een weegschaal voor mijn neus voor het geval ik mezelf wil wegen. Kost een kwartje.

Koerdistan

In de oostelijke steden als Urfa, Diyarbakir en Tatvan wemelt het bovendien van de Koerden en dat laten ze merken ook. Ik kan geen gesprek aanknopen of het onderwerp is alweer duidelijk: Turken zijn slecht en Koerden zijn goed en aardig. Daarbij wordt vervolgens een taalles koerdisch gegeven. Heel hartelijk bedankt maar met het Turks hebben we momenteel al even moeite genoeg. In een internetcafe heet de man achter de kassa ons welkom in Koerdistan en op een samenzweerderige toon vertelt hij mij in zeer gebrekkig Engels dat hij het helemaal gehad heeft met de Turken en of wij daar niet een stokje voor willen steken bij de Nederlandse regering. Nou bij deze; meneer Balkenende, doe er wat aan! Het is onmogelijk om uit te leggen dat ik als Nederlandse toerist neutraal wil blijven in de kwestie.

de mannen-hamam

In Urfa slapen we, zoals eerder vermeld, bij Aziz en Ferida, een Koerdisch stel met een eigen pension. Martine en ik willen allebei een keer naar de hamam en dit is een mooie middag ervoor. Ferida gaat met Martine naar de vrouwen-hamam, maar ik moet alleen. Ferida's kleindochter schrijft voor me op waar ik naar moet vragen: 'Erkek hamami nerede?', oftewel 'mannen-hamam, waar is die?' Gewapend met het briefje, 10 lira en een handdoek ga ik op stap door de hete zon. Via de hoofdstraat en de drukke bazaar kom ik waar het ongeveer moet zijn. Ik vraag een meneer 'erkek hamami nerede'. Er gaat een wereld voor mij open en na zo'n vier keer vragen ben ik waar ik moet zijn. Ik haal diep adem en stap het gebouw binnen. De ruimte lijkt op een muffe wachtkamer met banken met rode bekleding. Achter de kassa staat een man die vraagt of ik een massage wil na het wassen. Ja, graag het hele pakket. In het kleedhokje vind ik een speciale doek die ik om mijn middel moet wikkelen. Het ding dreigt steeds van mijn middel te glijden maar desondanks begeef ik mij naar de wasruimte. Een klamme hitte overvalt me in de wasruimte die van boven tot onder van marmer is. Onwennig kijk ik om me heen en zie hoe een local wordt gescrubt door een man die wel raad weet met andere mannenlichamen. Ik krijg van hem een stuk groene zeep in mijn handen gedrukt en een washokje toegewezen om mijzelf te reinigen. Ik ga zitten op een klein marmeren bankje en pak het rode bakje waarmee ik water kan scheppen uit een grote marmeren bak naast me. Ik was me en stap weer uit het hokje. Een kerel met een dikke buik en lage wenkbrauwen begroet me hartelijk in het Engels. Daarna houdt zijn kennis van deze taal helaas op, maar dat hindert hem niet, want hij begint luidop tegen mij te oreren in het Turks. Eerst lach ik beleefd in de hoop dat het stopt, maar dat heeft geen zin. De woorden 'Allah' en 'koran' vallen nu wel erg vaak en uit zijn gebaren maak ik op dat ik moslim moet worden en de boodschap moet voortzeggen in Nederland. De boodschap is duidelijk, maar de kerel laat me pas met rust als ik aan de beurt ben voor de scrub. Hij wil alleen mijn naam nog weten. 'WP, en jouw naam?', vraag ik hem. 'Jihad', zegt hij. Ik schrik er van, maar het verklaart een hoop. De scrub maakt mij weer rustig, de massage wat minder. Wel ontdek ik dat mijn lichaam op de meest onwaarschijnlijke plekken kan knakken en kraken.

de PizzaPizza

13:03 by Martine

İn Erzurum hebben we maar een doel: ons İraanse visum ophalen. De busreis vanuit Tatvan duurt ruim acht uur in plaats van de beloofde zes. Overal is de weg opgebroken. Dit betekent niet dat we omrijden, maar dat we kilometers lang over grind rijden. Drie keer worden we door militaire controles opgehouden en het is me totaal niet duidelijk wat ze zoeken.

İn Tatvan hebben we ons laten verleiden tot een echte Koerdische maaltijd, waar we absoluut geen buikpijn van zouden krijgen. De volgende avond rent WP naar de wc en de dag erna ren ik ook. Dit precies in de plaats waar de westerse toiletten verdwenen zijn en we gedwongen zijn te hurken. Toch besluiten we de bus te nemen naar Erzurum, omdat ons hotel juist nu besloten heeft om de verdieping waar wij slapen te verven.

Tijdens onze busreis stopt onze bus op stations die te triest zijn voor woorden, waar naar schaap stinkende mannen met snorren instappen. Om acht uur 's avonds komen we eindelijk in Erzurum. De buschauffeur vertikt het om ons naar het busstation te brengen en dropt ons langs de weg. Gearmd met een meisje dat liever ook niet alleen loopt, gaan we richting centrum.

Dan... WP ziet de PizzaPizza. İk wil eigenlijk liever eerst een hotel zoeken, maar WP is vastbesloten. Na drie weken kebab, tomaat, komkommer en aubergine heb je zo acht uur in de bus over voor een heerlijk combo menu met pizza, patat en cola. Eenmaal binnen worden we als vorsten onthaald. De deur wordt voor ons opengedaan, twee mensen lopen mee naar de tafel, waarna een de weg wijst naar het toilet. En hoewel het logo bestaat uit mannen met dikke snorren, zitten er fijn geschoren mannen en (!) er zitten vrouwen. We kunnen ons geluk niet op. Afrekenen doen we bij zes man en daarna wijst twee man ons de weg naar een hotel. Daar aangekomen, legen we onze darmen weer.

Update: ons visum is binnen.