de trein van Delhi naar Goa

25 Dec '05 - 13:58 by wPim

Sinds het allereerste begin van onze reis maken we weer eens een lange rit. Zitten we normaal een makkelijke zes tot achttien uur in een bus of trein, deze treinreis van Delhi naar Thivim in Goa neemt 36 uurtjes in beslag. In Delhi was het met zo een 18 graden overdag behoorlijk koud, dus tijd om te overwinteren in het immer tropische Goa. De lange treinreis is vanaf de eerste seconde een belevenis. Het is altijd weer de vraag met wie je deze keer het compartiment deelt: met een leuke gezellige familie, of met een stel horken. Momenteel delen we de banken met een gezinnetje (vader, moeder, volwassen zoon) en twee kerels en een puber waarvan mij de onderlinge relatie niet duidelijk is. De puber irriteert mij, want hij staart Martine en mij onophoudelijk aan en heeft een eigenwijs smoelwerk. Dan gaat de walkman op. Die gaat zo hard dat het niet eens vervelend meer is: we hebben nu gewoon achtergrondmuziek in de coupe. De compartimenten in de laagste klasse van de Indiase slaaptreinen (sleepers) zijn nooit afgesloten, maar staan in open verbinding met alles wat er in het gangpad van de trein gebeurt. En dat is veel. Continu komen er mannetjes langs met thee, koffie, sleutelhangers, kettingen met hangsloten en sokken. Van het laatste kan ik wel een paar gebruiken en ik koop een nieuw fris paar, voor vannacht. In mijn sokken van de Hema vallen trouwens gaten, dus die mik ik toch weg. Tussen de niet aflatende stoet verkopers schuifelen ook nog bedelaars langs en een ventje dat schoenen oppoetst en repareert. De puber met de walkman heeft een enorme scheur in zijn schoen en geeft het ventje de opdracht deze te repareren. Uit zijn tas komt een doosje tevoorschijn met allerhande naaigerei en gehurkt in het gangpad gaat hij aan de slag met de kapotte schoen. De scheur wordt vakkundig met veertig steken gerepareerd en ik betreur het bijna dat ik geen scheur heb in mijn schoen. De puber betaalt het ventje vijf roepies, het equivalent van 10 eurocent, voor de bewezen dienst.

Het houdt niet op. Een irritant geratel teistert mijn oor vijf minuten. Het geluid komt naderbij en ik ontdek dat het gaat om een plastic nepgeweer. De vrouw die het geweer en haar andere prullaria aan ons, de reizigers, probeert te slijten, haalt het bloed onder mijn nagels vandaan. Ik wordt zo geagiteerd van het geratel dat ik haar kwaad aankijk. Dat heeft geen effect, ze ratelt er lustig op los. De tientallen Indiers in de trein lijken er niet door gestoord. Het verschil is dat ik nog niet gewend ben aan altijd en overal geluid, herrie, mensen, dieren, en alles tegelijk. En ze willen meestal iets van je. De eerste drie bedelaars in de trein geef ik nog een centje, daarna wend ik mij uit zelfbehoud af van de bijna onophoudelijke ontbrekende-ledematen-parade. Ik staar naar buiten, maar ook dat stemt mij niet vrolijk. Alle dorpen en steden die we passeren zien er bouwvallig uit en er liggen altijd grote stinkende hopen vuil in de straten en langs de gore riviertjes. Bij het passeren van een krottenwijk, is het inhouden van de adem soms aanbevelenswaardig. Tussen de vuilhopen lopen honden, koeien en zwijnen, zoekend naar iets te vreten. Altijd en overal. De landerijen tussen de dorpen zijn schoner, maar overal is het tegelijk stoffig, vies, vervuild. India is moe, heel erg moe.

Etenstijd. Als het lunchtijd is, krijg ik, net als iedereen twee aluminiumschaaltjes met kartonnen dekseltjes erop. Nog voor ik een van de dekseltjes eraf kan peuteren, druipt er geel uit het kleinste schaaltje over mijn broek. Fijn, die moet ik nog 30 uur aan. Als ik uiteindelijk mijn vegetarische rijst met curry (vlees eten in een trein in India? neuh..) heb verorberd en mijn broek heb schoongemaakt, krijg ik te maken met een logistiek probleem: waar laat ik mijn afval. Moedig ga ik in de trein op zoek naar een prullenbak of vuilniszak, maar tevergeefs. Ik zie mijn reisgenoten en masse hun vuil naar buiten flikkeren en navraag leert dat mij waarschijnlijk geen andere keuze rest. "Uit het raam gooien", zegt een man vrolijk. Als ik hem vertel dat dat in mijn land niet normaal is en dat er straf op staat, kijkt hij mij ongeloofwaardig aan. Ik heb geen keus: uit het raam ermee. Ik besluit dat anders te doen. Nu kijken mijn medepassagiers mij meewarig aan als ik mijn vuiltjes opspaar in een plastic zakje en deze af en toe tijdens een tussenstop leeg op een perron met een vuilnisbak. "That's the difference between India and Europe", roept een meneer. Dat klopt, hoewel ik mij nog wel meer verschillen kan bedenken. Later zie ik dezelfde man echter zijn vuil ook bewaren. Verandering in gedrag is dus mogelijk, maar of het ooit beklijft is de vraag.

De mensen waarmee we onze coupe delen blijken overigens erg aardig. De twee mannen met de puber spreken geen engels, maar het ijs is gebroken als ik de verkopers imiteer. Ze bescheuren zich van het lachen. De rest is erg geïnteresseerd in onze reis en de Nederlandse cultuur. Voor hen is het onbegrijpelijk om te horen dat jonge mensen in Europa het ouderlijk huis verlaten, zodra ze gaan trouwen of zelfs eerder. "Wie zorgt er dan voor de ouders?", wordt er gevraagd. "Tja, die zorgen voor zichzelf en als het niet meer gaat, is daar een tehuis voor"... Of ik dan ruzie heb met mijn ouders, omdat ik er niet meer woon. "Nee, absoluut niet, maar zo is nou eenmaal het systeem." Ze staren mij aan alsof ik van de maan kom. Het is ook lastig te begrijpen voor hen. Indiers wonen met gemiddeld drie tot vier generaties in een huis en bijna alle huwelijken zijn gearrangeerd. "Is jouw huwelijk ook gearrangeerd", vragen zij. "Nee, in Europa zijn alleen maar liefdeshuwelijken. Daarna moet je het wel zelf arrangeren", antwoord ik ze. Hoewel het allemaal moeilijk is te bevatten voor de heren dames, hebben we een hoop lol. Zelfs de puber komt los: hij glimlacht.
 
We weten niet hoe het komt, maar de 36 uur zijn omgevlogen. We moeten er alweer uit. Jammer, want we hebben het erg naar ons zin gehad. Handen worden geschud, adressen uitgewisseld. We zien waarschijnlijk nooit meer terug, maar we hebben er wel weer 15 Indiase vrienden bij.

de Sikh-tempel

18 Dec '05 - 13:26 by wPim

We weten eigenlijk niet of we naar binnen mogen. Het is namelijk zondag en behoorlijk druk tijdens de wekelijke samenkomst van sikhs bij de grote Gurudwara Bangla Sahib tempel in Delhi. Vrouwen met sierlijke gewaden en mannen met tulbanden lopen richting de tempel of juist er vandaan. Even verderop ligt een enorme hoop grind en draait een flinke cementmolen op volle toeren. Een lange rij wachtende mannen en vrouwen staan bij de molen totdat ze aan de beurt zijn. Als het zover is krijgen ze een volle schaal vers cement en dragen die op het hoofd naar een bouwplaats, naast de tempel. Een niet aflatende stoet vers cement passeert ons. Het is ons volstrekt onduidelijk wat hier gebeurt en we kijken hulpeloos om ons heen. De mannen met tulbanden kijken vragend terug. Dan verschijnt er een kerel met een lange, grijzende baard die ons aanspreekt. Hij heet Delgit en ik schat hem minimaal 80 jaar. Hij blijkt 37. Zijn Duits is beter dan zijn Engels en hij neemt ons mee naar een kantoortje, speciaal voor buitenlanders zoals wij. Daar mogen we onze schoenen en sokken uit doen en krijgen we een oranje kapje op. Op blote voeten en met de kapjes op ons hoofd leidt Delgit ons door de mensenmassa naar de tempel. Binnen lopen de sikhs rond een soort altaar in het midden, prevelen gebeden en geven geld aan een kerel in het midden. Drie mannen zingen luid door een luidsprekerinstallatie en bespelen instrumenten.

Eenmaal buiten krijgen we van Delgit Indiase thee en gekruide chapati die we niet kunnen weigeren. Delgit legt uit dat alle mensen die cement naar de bouwplaats brengen vrijwillig meewerken aan de bouw van een uitbreiding van de tempel. Hijzelf is maatschappelijk werker voor de Sikhs en heeft zes jaar in Duitsland gewoond, als monteur. Gecharmeerd was hij van het Duitse eten: braadworsten met bier. Sikhs roken niet en gebruiken geen drugs, maar alcohol is wel toegestaan. Ooit was Delgit in Frankfurt zo lazarus dat hij met zijn auto een politiewagen ramde, maar na drie dagen celstraf lieten ze hem weer gaan. Hij kan er zelf hartelijk om lachen. Een triester gegeven vindt hij dat (volgens hem) 75 procent van de Sikh-mannen aan de alcohol zijn verslaafd. Als de thee op is, mogen we weer gaan. Aangezien ik een kwartier met mijn blote voeten in een vieze plas met oude zompige rijst heb gestaan, vind ik dat niet erg. Primeur: Delgit verlangt geen geld voor zijn rondleiding. Sikhs zijn koel! Foto's bij dit artikel zijn er ook.

de houding

16 Dec '05 - 16:26 by wPim

Ik ben sinds kort anders gaan denken over soldaten in functie. Vroeger dacht ik altijd dat het hele serieuze mannen waren die in de gaten houden of alles goed ging en zo niet, dat ze me dan voor mijn raap zouden schieten. In Iran werd dat beeld al iets bijgesteld, toen ik foto's maakte bij de graftombe van Imam Khomeini. De soldaat die toen op mij af kwam, schoot me niet voor mijn raap, maar vroeg of ik iets voor hem op wilde schrijven in zijn dagboekje. Nepalese soldaten, die verantwoordelijk waren voor de bewaking van wegversperringen tegen maoisten, poseerden gewillig en lachend met machinegeweer in de hand voor mijn camera. In India is het niet anders. Vandaag bezochten we de India Gate, een soort Arc de Triomf, maar dan in Delhi, en daar was een gezellige tentoonstelling van het Indiase leger aan de gang. Met grote posters met daarop foto's van oorlogen tegen Pakistan (1965, 1971) probeerde het leger nieuwe recruten warm te maken. De soldaten poseerden wederom gewillig bij de tanks en vertelden dat het Vijay Diwas is, de jaarlijkse victorie-viering op Pakistan. De aanwezige muziekkorpsen van de Indiase marine, land- en luchtmacht pompten vervolgens vrolijke wijsjes van onder andere Grease de lucht in. Voor rapen geschoten werd er niet. Wel was het erg vermakelijk.

list en bedrog

15:07 by wPim

De firma List & Bedrog heeft een dikke vinger in de Indiase pap. Het lijkt wel of iedereen op straat voor dit bedrijf werkt. Met name riksja-chauffeurs doen goede zaken voor de firma. Als ik vraag of zij mij voor een bepaald bedrag van A naar B te brengen proberen zij mij meestal te verleiden om mij van A naar C en dan naar B te brengen. C is meestal in te vullen met een of andere zijde- of karpettenshop waar de heren riksja-chauffeurs een leuke commissie krijgen als ze buitenlandse klanten binnenbrengen. Als klant moet ik niet zelden hemel en aarde bewegen om duidelijk te maken dat ik alleen van A naar B wilt. Niet zelden gaat de prijs van het ritje daarna omhoog. Boos worden helpt soms. Als bestemming B echter een hotel is van mijn keuze is de kans groot dat de chauffeur mij weet te melden dat dat hotel gesloten, verbrand of vol is. Hij bied mij aan om mij naar een hotel van zijn keuze te brengen, waar uiteraard weer commissie ontvangt. Als ik ook deze kul keer op keer weet te omzeilen kom ik relatief snel op mijn gewenste plaats.

Ook op het treinstation heeft de firma flink wat in de melk te brokkelen. Als ik in New Delhi een treinticket wens te boeken in het officiele kantoor op de eerste verdieping, moet ik mij eerst door een haag van mensen slaan die mij weten te melden dat het office wordt gerenoveerd of is verplaatst en dat het nu aan de overkant van de straat is. Dan eindig ik dus bij een onbetrouwbaar travel agency office met dure tickets en een service van nul.

De zogeten scams (oftewel zwendel/oplichting) zijn in India alom vertegenwoordigd. Vriendelijke mannen zullen proberen je te verleiden tot de aankoop van mooi gesteente of karpetten die je voor veel geld in je eigen land daar en daar kan verkopen. De reut die de kerels verkopen is in tien van de tien gevallen waardeloos. De creditcard kun je in India ook maar beter diep in je moneybelt verstoppen. Na onzorgvuldig gebruik is het niet ondenkbaar dat het twintigvoudige bedrag van je rekening is verdwenen. Ook aardig is het om te weten dat sommige lui, bijvoorbeeld in de trein, je eten of drinken aanbieden met een slaapmiddel erin. Meestal word je wakker met behoorlijk wat minder geld op zak.

Wat ik gelukkig ook nog niet heb ervaren is de voedselvergiftiging-scam. Het gaat ongeveer zo: het restaurant of hotel waar je eet, stopt gif in je eten, waarna je moet worden afgevoerd naar het ziekenhuis. Daar geven ze je een reeks van onnodige behandelingen en als het nadien op betalen aankomt, blijkt de rekening astronomisch hoog.

De mooiste scam vind ik eigenlijk nog de 'geweerschot-schijt-op-de-schoen'-scam. Je loopt over straat en plotseling wijst een dubieuze schoenpoetser op een vreemde opvallende vlek op je schoen die er net nog niet zat. De schoenpoetser, die zelf verantwoordelijk is voor de vlek, biedt aan de vlek voor een absurd bedrag schoon te maken. Vandaag ben ik op het Connaught-place in Delhi op zoek gegaan naar deze 'geweerschot-schijt-op-de-schoen'-scam, want zoiets prachtigs wilde ik wel eens meemaken. Helaas heb ik het niet gevonden, want op het Connaught-place legt men een nieuwe metrolijn aan.

Het zou zonde zijn als lezers zich door dit verhaal laten ontmoedigen om naar India te komen, want het is een geweldig land. De scams zijn een deel van de fun, moet je maar denken. Maar hou ze verdimme in de gaten, die gasten.

India (in your face!)

10 Dec '05 - 13:23 by wPim

Twee overheidsdienaren, in een smoezelig kantoortje aan de Nepalese kant van de grens, schrijven, plakken stickers en zetten stempels in ons paspoort. We lopen naar buiten, terug in de drukte van het stoffige grensplaatsje Saunali. Het is inmiddels donker geworden en ik zoek een weg tussen de stalletjes van pindaverkopers, groentehandelaren, riksja's, vrachtwagens en mensen. Een grote betonnen poort heet ons welkom in India. We lopen er onderdoor en ineens staan we in een compleet andere wereld. Het aantal straatstalletjes is minimaal verdubbeld, maar de hoeveelheid verkeer ook. We hebben nauwelijks plaats om te lopen en worden aan de kant geduwd door riksja's, vrachtwagens, tuktuk's en koeien. Oversteken is een bijna onmogelijke opgave, daar we door de hoeveelheid motorvoertuigen de overkant van de straat niet meer kunnen zien. Een truck passeert en claxonneert oorverdovend naast mijn hoofd. We zoeken naar de Indiase kant van de grens, voor het stempeltje in het paspoort, maar dat blijkt moeilijk. Een klein bordje: Indian customs. Dat moet het zijn, kan niet missen. In een donker hok zitten twee mannen achter een tafel met hun stempels en bijbehorende kussens. Het enige licht komt van een kaars en of we het immigratieformulier in willen vullen. Dat willen we best doen, maar wilt u dan zorgen voor licht? Na een paar minuten blijkt dat er ook een tl-balk hangt die plotseling werkt. Wat een luxe. Na de stempels en formulieren nemen we een bus naar Gorakhpur.

Gorakhpur geeft mijn eerste India-shok. Vanuit de bus lopen we naar het station, want we moeten vannacht op de trein naar Varanasi. Ik loop het stoffige station binnen en luttele seconden geloof ik mijn ogen niet. In de grauwe stoffigheid van de slecht verlichte stationshal ligt een enorme hoeveelheid mensen te slapen onder dunne, gore dekentjes. Anderen zitten met grote ogen of juist versuft voor zich uit te staren. Duidelijk wordt dat de meesten niet op een trein wachten, maar dat ze hier permanent wonen. Ik struikel bijna over benen van diverse bedelaars als ik mij een weg baan naar het perron.

Varanasi, 5 uur 's ochtends. Het is niet prettig om in het donker in een Indiase miljoenenstad die je niet kent aan te komen, maar het is niet anders. Zodra we uit de trein stappen merk ik al dat we worden gevolgd door een mannetje met een groene sjaal. We zijn gelukkig samen met een paar Canadezen. We besluiten ergens te gaan zitten tot het licht wordt, maar zodra we buiten komen, staan de gemotoriseerde riksja-chauffeurs 'in disguise' al klaar. 'Onze vrienden' nodigen ons uit voor 'the best tea in town', maar Martine en ik vertrouwen het voor geen cent. De Canadezen wel, dus we lopen mee. We komen aan bij een klein theeshopje waar een hoop mannen voor staan. De meneer die de zaak runt staat achter een gasfornuisje met twee pannen erop: een met water en een met melk. Het kopje waar de best tea in town in zit is van aardewerk dat na gebruik op de staat kapotgegooid dient te worden. Na de thee staan de gemotoriseerde riksja's al klaar (daar is ook ineens het mannetje met de groene sjaal weer) en na wat onderhandelen brengen ze ons naar een hotel van onze keuze. Maar als dat vol blijkt te zijn, weet onze chauffeur uiteraard een ander fijn hotel, waar hij fijn commissie kan opstrijken. We hebben geen keuze. De kamer in het tweede hotel ziet er echter voldoende uit en is met een 250 rupies per nacht (5 euro) niet al te duur. De Canadezen zijn we uit het oog verloren: ze zaten in een andere riksja en zijn naar een ander hotel gebracht. Het kan ons niet meer schelen. We hebben een bed en vallen in slaap.

Een tweede shok. We nemen een fietsriksja, bekijken wat van de stad en hindoeistische tempels. Bij een van de tempels zit een rij bedelaars te wachten op goedgevigheid van voorbijgangers. We bezichtigen de tempel en daarna besluit ik mijn zak met kleingeld te ledigen in de metalen schaaltjes van de bedelaars. Dat had ik beter niet kunnen doen: als een stel hongerige wolven storten ze zich op het geld en mij. In plaats van zes staan er ineens zestien en schreeuwen om meer in mijn oor. Een man met lepra drukt zijn vingerloze gebarsten handen vlak onder mijn neus, maar mijn geld is op. Ik verontschuldig mij en vecht me naar de riksja. Eenmaal uit de menigte knapt er iets in mijn hoofd: dit land heeft echt een probleem. En ik kan er niks aan doen. Ik kan wel janken.

Chitwan

07 Dec '05 - 15:20 by wPim

Tijdens een paar dagen rust en relaxen aan de rivier bij de jungle van het Chitwan-park, maken we ons klaar voor een hectisch India. We staren wat in de rivier, ik neem een slok van mijn bier. De olifanten nemen hun dagelijkse bad. Dat lijkt me ook wel wat. Ze vinden het goed, ik mag ook in bad met de olifant. Tijdens de jeep- en later olifantsafari zien we krokodillen, rendieren, wilde zwijnen, neushoorns en een tijger, maar die zit in een kooi. Hij gromt kwaad naar me en als ik door het hout een foto van hem wil maken, slaat hij geagiteerd zijn klauw uit. Ik schrik en maak per ongeluk een foto van mijn voeten. Mijn reactie is terecht, want onlangs hebben tijgers nog vrouwen verscheurd uit een dorp dichtbij. Maar die tijgers zaten niet in een kooi en deze wel. Genoeg safari voor ons in ieder geval, morgen vertrekken we naar de grens, op naar een nieuw drama.

de zak van S.

04 Dec '05 - 12:29 by wPim

Sinterklaas is jarig en ook onze hotelkamer in Sauhara is hij niet voorbij gegaan. Martine heeft van de Sint de gloednieuwe editie van de Loney Planet van India gekregen. Het mormel telt 1150 pagina's en is meer dan een kilo, dus dat wordt weer sjouwen. Vanavond zet wPim zijn schoen en dat belooft wat, aangezien er nogal veel in kan. Wat ze met al dat extra gewicht gaan doen is nog niet helemaal duidelijk. Wel heeft wPim besloten wat onderbroeken en sokken waar inmiddels gaten in zijn gevallen weg te mikken. Nieuwe kopen hoeft niet, want drie paar sokken en drie onderbroeken blijkt genoeg voor een reis van zes maanden. Ook het overhemd met korte mouwen is hem een pijn in de aars, aangezien hij dat kreng nog maar twee keer heeft gedragen in drie maanden. Kan hij op zijn beurt weer Sinterklaas uithangen en een Nepalese of Indiase bedelaar blij maken. Het muskietennet had wPim ook bijna weggemikt, maar dat doet hij toch maar niet. Gisteren zijn Martine en wPim namelijk aangekomen bij het tropische wildpark Chitwan met olifanten, tijgers, neushoorns, maar vooral muggen. 's Avonds worden hun arme lijven bijna lekgestoken bij hun hotelletje aan de rivier. De DEET komt uit de medicijnkit tevoorschijn en als klap op de vuurpijl het leukste Sinterklaascadeau van allemaal: de malariapillen. Geen taaitaaipopjes en pepernoten voor Martine en wPim dit keer, maar Paludrine. Eet smakelijk!

Nagarkot

03 Dec '05 - 10:56 by wPim

In de bus naar Nagarkot zie ik een fraai staaltje 'hindoetje uit lagere kaste pesten'. Het tafereel speelt zich af als ik met dertig anderen in een kleine Mercedes-busje ben gepropt, de lokale lijndienst door de Kathmandu-vallei. Vol is vol kennen ze hier niet, dus moeten we plaats maken voor een mannetje met een verfromfraaid gezicht en twee balen rijst. Het mannetje draagt een smerige lichtblauwe pyama, heeft tanden die net zo bruin zijn als zijn huid en komt duidelijk uit een lagere hindoeistische kaste dan de twee kerels naast hem. Die hebben leren jasjes en hoedjes op het hoofd. Het mannetje met de pyama staart wat versuft om zich heen. De kerels beginnen hem te plagen. Een pakt zijn plastic tasje en kijkt erin. Het mannetje biedt geen verzet. Dan voelt de andere kerel in het borstzakje van de lichtblauwe pyama en haalt er een biljet van tien rupies uit, lacht erom, en stopt het weer terug. Er zit nog meer in het borstzakje, namelijk een aansteker. De kerel met het leren jasje zet de vlam op maximaal en test de aansteker nogal dicht bij het gezicht van het versufte mannetje. Deze deinst terug, maar doet verder niets. Het plagen stopt, de leren kerels zijn het zat. Ze laten het mannetje met rust. Even later verlaat er een de bus, maar ik zie hem niet betalen. In plaats daarvan pakt hij de arm van de geldophaler boos beet en bijt hem iets toe. Zeker ook een lagere kaste, de geldophaler.

Nagarkot zelf is een dorp van niks. Er zijn een handvol kleine winkeltjes in houten keten en 43 hotels. Je komt er eigenlijk alleen om de zonsonder- en opgang te bekijken, want die schijnen zo mooi te zijn. We stappen uit de bus en direct begint de standaard touwtrekkerij door allerlei mannetjes die je willen meenemen naar hun hotel met o zo veel faciliteiten. We willen dit keer echter een hotel met zo min mogelijk faciliteiten, want we moeten bezuinigen en douchen doen we vandaag toch niet. Een mannetje biedt extra weinig faciliteiten en goedkope kamers, dus we lopen met hem mee. We beoordelen de knusse houten slaaphuisjes voor 2,50 euro per nacht met een 'goed', maar dan valt mijn oog op een hotel op een hoge heuvel. Daar wil ik heen, aangezien we voor het uitzicht komen. We zeggen dag en klimmen op de heuvel. Het uitzicht over de bergtoppen van de Himalaya is hier fabuleus en de kamers zijn net zo duur, dus een keuze is snel gemaakt. Ik bestel een biertje, maar de zon weigert te wachten met ondergaan tot ik dit op heb. Met bier en al begeven we ons naar het dak van het hotel, waar het uitzicht helemaal 360 graden magistraal is. Het goudoranje zonlicht kleurt de wolken en de besneeuwde bergtoppen. Op een kaartje kunnen we zien welke berg welke is en na wat puzzelwerk ontdekken we ergens achter miniklein het topje van de Mount Everest. Dat pakken ze me niet meer af.

De zon is onder en wij gaan naar beneden. Naast de dining is een klein kamertje met een vuurplaats. In het kamertje zit een man te prutsen aan een nieuw te stoken vuur. De man nodigt ons uit om erbij te komen zitten. Dat doen we, want waar vuur is, is het warm. De man blijkt de eigenaar van het hotel. Twintig jaar geleden begon hij als eerste hier, maar door de jaren heen zijn er 42 concurrenten bijgekomen. Hij klaagt zijn nood en ik eet mijn spaghetti. De eigenaar pookt wat in het vuur. Dat brandt hard, zonder al teveel hout. Komt door de zuurstof die vanonder af met een pompje wordt aangevoerd. Zelf bedacht, meldt de eigenaar trots, net als de rest van het hotel. Mooi hoor. Nou de toeristen nog.

's Ochtends om zes uur worden we wakker voor de zonsopgang. Zelfde tafereel als gisteren, maar nu komt de zon. Het uitzicht is wederom adembenemend. Zo mooi dat we er maar foto's van hebben gemaakt.

Primeur: op de terugweg met de lijndienst zien we een eerste geit in de bus. Deze moet even later echter wijken voor iemand met zes balen rijst.

de Privé

10:10 by Martine

Ziek, zwak en misselijk is het heerlijk wanneer er een Nederlandse Privé, in het hotel ligt. In bed breng ik me op de hoogte van de huwelijksperikelen van Youp, zie kiekjes van de familie Kuijt en lees over de relatie tussen de zussen Beatrix en Irene.

Wat het koningshuis betreft, moeten de roddelbladen met jaloerse blikken het Nepalese koninkrijk volgen. Als incarnatie van Vishnu, onderhouder van deze wereld, heeft koning Gyanendra geen moeite met politieke inmenging. Zo heeft hij begin dit jaar de regering naar huis gestuurd en besloten dat hij de komende drie jaar het land regeert. Er zijn Nepalezen die zich hier wel in kunnen vinden. Na vier weken stilte is er eindelijk een Nepalees die zijn politieke mening kwijt wil. Hoewel hij de koning voor geen cent vertrouwt, geeft hij hem deze keer het voordeel van de twijfel. Regeringen wisselden elk half jaar af waardoor er nooit een langetermijn beleid gemaakt werd. Politieke partijen maken het land al jaren onstabiel met hun stakingen en demonstraties. Sinds de koning de macht genomen heeft, zijn er geen stakingen meer geweest en neemt het toerisme weer toe. Als hoteleigenaar is hij daar erg blij mee. In het pact dat de politieke partijen onlangs met de Maoisten gesloten hebben, heeft hij niet veel vertrouwen. Wanneer de populariteit van de Maoisten weer stijgt, zullen ze opnieuw geweld gebruiken.

Toch is de hoteleigenaar niet lyrisch over de koning. Zoals veel Nepalezen gelooft hij dat Gyanendra achter de moord op de koninklijke familie in 2001 zit. De officiele versie van dit verhaal is dat kroonprins Dipendra tijdens een familiediner tien leden van zijn familie doodschoot, inclusief zijn vader, koning Birendra, en zijn moeder. Hierna pleegde hij zelfmoord. Dit alles omdat zijn ouders zijn huwelijkskandidaat niet accepteerden. Volgens de hoteleigenaar weet iedereen in Nepal dat het zo niet is gegaan. Niet Dipendra, maar zijn neef Paras, zoon van de huidige koning, zou in opdracht van zijn vader de familie hebben vermoord. Men wacht nu op de dag dat Paras, nu kroonprins, zijn vader zal vermoorden.

Vroeger dacht de hoteleigenaar dat God langskwam, als hij de koning zag. Daar is hij inmiddels van afgestapt.

het weeshuis

09:39 by wPim

Nepal heeft een goed imago. Tenminste, voordat ik naar Nepal ging had het bij mij een goed imago. Qua ontwikkeling enzo. Het is zeker geen Afrika en mensen lijden er geen hongersnood. Ondanks de ongeregeldheden met de communistische Maoisten komen er jaarlijks nog steeds tienduizenden toeristen naar het land en dat is goed voor de economie. Dat zie ik ook. In steden als Kathmandu is alles volop te krijgen van croissants tot internet en luxe hotels met casino's bij de vleet. Maar toch is Nepal in een flink aantal opzichten nog steeds een ontwikkelingsland, constateer ik helaas. Wegen zijn vaak slecht of zijn er niet waardoor ernstige auto-, bus- en vrachtwagenongelukken om de haverklap plaats vinden. Op straat wordt er veel gebedeld. Zieke mensen met lepra zitten op de stoep, smekend om een paar rupies. Zo schrijnend dat je hart ervan breekt en je portemonnee ervan open gaat. Het onderwijs is een farce. Veel kinderen, zeker in de afgelegen gebieden, gaan nooit naar school. En als ze naar school gaan, is het nog maar de vraag hoe de kwaliteit van het onderwijs is. Het leerplan is voornamelijk gericht op het stampen van feitjes en rijtjes, maar oplossingsgericht leren denken is er meestal niet bij. Als ze niet opletten krijgen ze een pak slaag. Aangezien de staat het zelf voorlopig te druk heeft met het in het gareel houden van rebellen, zit er weinig schot in het oplossen van de problemen. Maar gelukkig zijn er de Europeanen die een handje proberen te helpen. Door het hele land lopen al jaren talloze projecten om bijvoorbeeld kinderen betere kansen te geven. Martine en ik bezoeken er twee.

In Patan, een bijstad van Kathmandu vinden we bijvoorbeeld Reiny de Wit van Early Childhood Education. Met de steun van onder andere Nederlandse kerken schoolt ze Nepalese leerkrachten, zodat ze niet meer slaan en educatiever les kunnen geven. Een andere tak van haar werkzaamheden is TEACH, een project waarbij jaarlijks zo'n duizend leiders van christelijke zondagscholen door het hele land worden gesteund met materialen en cursussen. Het aantal kerkgenootschappen en zondagscholen is de afgelopen jaren enorm gegroeid door het hele land, al is het aantal christenen in Nepal met zo'n 3 procent (schatting) nog marginaal. Ook brengen we een bezoek aan een weeshuis dat wordt ondersteund door Nepalhilfe Beilngries, een Duitse organisatie. Christine, het meisje dat we hebben ontmoet tijdens de trekking rond de Annapurna werkt daar als vrijwilligster. De kinderen in het weeshuis gaan iedere dag naar school, krijgen goed te eten en hebben kans op een betere toekomst. Goed om af en toe ook dit soort dingen te doen...