Lahore
27 Jan '06 - 13:22 by wPim
Ik maar denken dat Teheran erg was, maar Lahore spant de kroon als het gaat om een uitlaatgas-vervuilde stad. Mijn ogen prikken en ademhalen laat ik de laatste dagen liever achterwege. Ik weet niet wat ze voor brandstof in de riksja's gooien hier, maar je kunt er beter niet achter staan als ze optrekken. Welkom in Pakistan. Bovendien ben ik als blanke weer zeldzaam hier. Hoewel alle mogelijke westerse televisienetten via de sateliet verkrijgbaar zijn, worden we op straat door iedereen aangestaard alsof we van Pluto komen. Komen we ook, zeggen we dan maar, want The Netherlands of Holland is meestal onbekender. Of ze zeggen uit beleefdheid 'yes', zoals ze ook doen wanneer je vraagt welke straat naar het Lahore Fort leidt. 'Yes'.
En de islam is weer terug! Werd ik in India nog wakker gehouden door blaffende en jankende honden, hier lig ik om zes uur weer te schudden in mijn bed als de azan klinkt. Overdag betekent het vooral dat de mensen weer aardiger en gastvrijer zijn dan in India. Concreet vertaalde zich dat de afgelopen twee dagen in een gratis busrit vanaf de grens, gratis pelpinda's bij een kraampje en oneindig veel thee.
's Avonds bezoeken we het Data Durbar Complex (foto's) waar de tombe staat van Data Ganj Bakhsh, een heilige figuur voor de soefi-moslims. Rond het complex stikt het van de mensen, hoofdzakelijk mannen. Ik word aangeklampt door enkele kerels die mij een kaartje met daarop een tabelletje met getallen voorhouden. Ze spreken helaas geen engels en kunnen mij niet duidelijk maken wat het tabelletje inhoudt. Ik wil doorlopen maar twee houden me vast. Boos uitvallen helpt en bovendien nadert oom agent al. We hebben geen idee van wat er vanavond gaande is, maar er zijn honderden mensen op de been. Nieuwsgierig stappen we het Data Durbar Complex binnen. Een tiental mensen duwt en trekt ons richting de plek waar je de schoenen moet uittrekken en inleveren. Een procedure die we inmiddels wel gewend zijn. Wederom krijg ik een tabelletje onder mijn neus geduwd, maar nu door een man die wat Engels spreekt. Hij legt me uit dat het een tabelletje is waar de prijzen van kilo's gekookte rijst op staan. Ik heb geen kilo's gekookte rijst nodig en bedank hem vriendelijk, maar dan vertelt hij dat het gaat om rijst voor de armen en bedelaars in het complex. Het was Martine en mij eerder op de dag al opgevallen dat er minder bedelaars op straat zijn, maar nu wordt duidelijk waar ze zich met zijn allen hebben verschanst. Voor 950 roepies koop ik zes kilo rijst, voor 1100 roepies acht kilo en zo voort. Toch heb ik nog niet veel fedusie in het systeem en bovendien: ik wil eerst zien wat er binnen gebeurt.
Uit de luidsprekers schalt gezang en op de marmeren vloer van het complex liggen, zitten en lopen honderden mensen. In het midden staat een gebouwtje waarin de tombe moet zijn. Een kerel die goed Engels spreekt, benadert ons en biedt ons aan kort rond te leiden. Dat willen we wel, maar het probleem is dat er bijzonder veel nieuwsgierige Pakistanen op de been zijn vanavond. We staan nog geen twee minuten met de man te praten, of er staat een kring van vijftig man om ons heen. Terwijl we dachten niet op te vallen met onze nieuwe omslagdoeken. We worstelen ons door de aangapende massa en ik word gebracht naar de mannenkant van de tombe. Het enige wat ik wil is even binnen kijken, maar ik heb geen keus, ik moet en zal de marmeren tombe aanraken. Tot nu toe heb ik alle religieuze plichtplegingen weten te omzeilen, maar nu word ik als een echte VIP langs de rij wachtende moslims geleid en daar sta ik dan. "Raak de tombe aan", sist mijn begeleider. Ik doe het met een devoot gezicht en loop daarna weg. De man die met mij meeloopt lacht: "Nu word je door iedereen gerespecteerd." Martine vind ik buiten terug, wederom met een schare van tientallen mensen om haar heen. Plotseling rent een horde mensen als een gek naar een plek: een nieuwe pot met gekookte rijst wordt gebracht. Als enkele mensen agressief worden en bijna knokken om een hand rijst, vinden we het tijd om te gaan. Die tabelletjes laat ik maar even voor wat ze zijn.
Pakistan (A Tourist Paradise)
25 Jan '06 - 17:57 by Martine
We hebben het reisgevoel weer te pakken. De gastvrijheid van de Sikhs doet ons denken aan ervaringen met de islamitische cultuur en we kijken uit naar Pakistan. WP drinkt 100 meter voor de grens zijn laatste biertje, terwijl we kijken naar een video van de vlaggenceremonie die we straks live gaan zien. Aan de Indiase zijde van de grens worden we begroet door een ambtenaar die graag een pen als geschenk wenst. Van kinderen zijn we dit gewend, van een man van veertig niet. We lopen door en komen bij de immigratiedienst, waar het opvallend rustig is. De Pakistaanse overheidscampagne (Pakistan: A Tourist Paradise) spreekt blijkbaar niet heel veel toeristen aan. Dankzij een fijn staaltje Indiase bureaucratie duurt het een kwartier voordat de stempel in het paspoort staat. We worden doorgestuurd naar de goederenaangifte, maar daar vragen ze wat we komen doen. Geen idee, wij werken hier niet. We mogen door en lopen Pakistan binnen, waar het leger ons hartelijk welkom heet. Ook hier hebben ze geen zin om in onze vuile onderbroeken te spitten.
Een half uur later lopen we weer terug naar de grens om vanaf de tribune de dagelijkse vlaggenceremonie te volgen samen met duizenden Indiers in India en iets minder mensen aan Pakistaanse zijde; WP op de mannentribune, ik voeg me bij de vrouwen. Om het publiek warm te maken rent een man gehuld in Pakistaans shirt rond met de Pakistaanse vlag. Luid gejuich en applaus. Er volgt een show van een drie kwartier waarin soldaten rondmarcheren en daarbij hun knieen optrekken tot de kin. Minachtend schudden ze het hoofd naar hun Indiase collega's. Een Pakistaan met Pakistaans shirt en Pakistaanse baard heeft intussen de vlag veroverd en hitst de menigte op. Zijn Indiase kopie doet hetzelfde. Pakistan! Hindustan! Pakistan! Hindustan! Allah-o-Akbar! Pakistan Zindabar! God is groot! Pakistan is de beste! Wanneer de vlaggen eindelijk gestreken zijn, lopen we richting de bus naar Lahore. WP stapt achter in, ik neem plaats in het vrouwengedeelte. Ik krijg lekkers, een armband en een taalcursus aangeboden van vier meisjes uit Karachi en WP krijgt een uitnodiging om een kijkje te nemen bij de Bata schoenenfabriek. We zijn al helemaal in de stemming.
Amritsar
24 Jan '06 - 12:36 by Martine
Amritsar is van de Sikhs. In de trein neemt het aantal baarden en tulbanden toe naarmate we de stad naderen. Naast me zit een jongetje van twee dat duidelijk niet blij is met het knotje haar voorop zijn hoofd en steeds het gehaakte kleedje weggooit dat het knotje moet bedekken. Zijn vader probeert de aandacht af te leiden door het kind met zijn mobiel te laten spelen en later met de autosleutels. Het kind ziet er goed doorvoed uit, net als alle andere Sikhs die we tegenkomen.
Een student in de trein wil me graag wat bijbrengen over het Sikhisme. Hij is bang dat er in Europa veel negatieve vooroordelen over zijn religie bestaan. Ik verzeker hem dat de meeste mensen in Nederland niet dagelijks over deze religie nadenken. In Europa is het leven als Sikh soms lastig. In Frankrijk mag de tulband niet meer gedragen worden en in het vliegtuig is de dolk niet welkom. Zelf draagt hij nog geen dolk, omdat hij nog niet gedoopt is. De dolk is puur voor zelfverdediging, want de Sikhs zijn vreedzame mensen, verzekert hij. Hij is bang dat de wereld een ander beeld heeft gekregen door de gebeurtenissen van 1984, toen een groep extremistische Sikhs zich in de Gouden Tempel in Amritsar had verschanst. Zij voerden een gewapende strijd om een onafhankelijke Sikh staat. Het Indiase leger greep in, vermoordde honderden Sikhs en beschadigde de tempel. Uit wraak werd de toenmalige premier Indira Gandhi enkele maanden later door haar Sikh bodyguards vermoord.
Hij raadt ons aan naar de Gouden Tempel te gaan. De tempel heeft vier poorten, wat symboliseert dat iedereen welkom is, ongeacht sekse, geloof of kaste. "Geniet van de rust en mediteer over God, of zelfs over Christus, als je dat wilt."
Het is avond als we aankomen bij de Gouden Tempel. Naast het complex is een slaapzaal waar we gratis kunnen overnachten, speciaal voor buitenlanders. Een ander gebouw is bestemd voor Indiers, maar die ruimte is duidelijk niet toereikend. Tientallen mensen slapen op de grond, opgerold in dekens. De zaal wordt bewaakt door zes jolige blauwhelmen, regelmatig verwikkeld in een stokkengevecht. Een van hen loopt rond met een speer. We weten niet of we ons veilig of bedreigd moeten voelen als we bedenken dat ze ook nog een dolk bij zich hebben, maar we laten toch onze tassen achter en gaan richting de tempel. Ik bedek mijn hoofd, maar ben deze keer niet als enige de klos. WP heeft een bandana op de kop getikt en vindt dat die hem goed staat. De tempel en het meer zijn schitterend bij nacht en er heerst een serene rust. Een groep gelovigen heeft zojuist de Guru Granth Sahib, het heilige boek, uit de tempel teruggebracht. De ceremonie wordt afgesloten met een gebed. Dan wordt de stilte verstoord door een fikse boer. Het blijven Indiers.
Ondanks de harde stemmen van de bewaking en de houten bedden, slapen we heerlijk. Om half negen worden we gewekt door de schoonmaakploeg en op het bed naast me leest een Sikh de krant. We krijgen een rondleiding over het complex, samen met een groep baadt-het-niet-dan-schaadt-het-niet-Hindoes. Wanneer de gids vertelt dat het water in het meer geneeskrachtig is, aarzelen ze geen moment en gaan het water in, dat er overigens aantrekkelijker uitziet dan de Ganges. We zien de keuken van de tempel, waar elke dag 50.000 gratis maaltijden bereid worden. 30 man/vrouw is alleen al bezig met het bereiden van chapatti's (brood) en op het vuur staan 5 megapotten met dal (linzensoep). In het museum blijkt dat Sikhs hun lijden graag herdenken. Gedetailleerde schilderijen van veldslagen en foto's van bebloede martelaren; zo houden ze het gevoel van pijn en vernedering levend. Geen woord over 1984.
We bedanken de Sikhs voor hun gastvrijheid en verlaten de Gouden Tempel. Buiten is het weer circus. Deze keer zijn het vooral shops met zwaarden, dolken, bandana's en andere cadeaus voor thuis. En tours naar de Pakistaanse grens om de sluitingsceremonie te bekijken. Die willen we morgen zeker zien, maar dan aan de Pakistaanse zijde en we gaan liever zelf voor 14 roepies.
een gemiddelde Noord-Indiase stad
23 Jan '06 - 12:11 by wPimHet is niet alleen maar mooi wat ze over India beweren. Ik loop op straat. Die stinkt naar poep, kots en pis tegelijk. Dat heeft te maken met het open riool langs de weg. Daarin stroomt inktzwart water en drijven uitwerpselen en plastic. Uit een afvoerbuisje van een huis valt een verse drol, vlak naast me. Een spettertje belandt op mijn voet. Een afgebladderde hond staat bijna tot zijn middel in het water van het riool en kauwt op iets wat ooit een vogel moet zijn geweest. Uit zijn bek bungelt een druipende zwarte vleugel. Ik moet kokken van het tafereel en omdat te voorkomen draai ik me om. Dan sta ik oog in oog met twee magere koeien en een harig zwijn. Ze duiken met hun snuiten in een grote hoop stinkend afval met vliegen erop, op zoek naar iets te vreten. Dat vinden ze. Een van de koeien eet een plastic tas, de ander houdt het bij een schoenendoos. Het zwijn rent weg, waardoor een ronkende riksja een noodstop moet maken. Het toilet van het restaurantje waar ik lunch heeft geen dak en een lage muur waardoor ik het dak van de keuken kan zien terwijl ik pis. Daar schiet een rat weg. Terwijl ik eet kijken eekhoorns vanaf twee meter afstand toe. In de verte spelen 25 apen op het dak van een huis, midden in de stad. Op straat snuit een man zijn neus in de lucht. Alles valt op het trottoir, behalve iets dat nog aan zijn hand kleeft. De kamelen blijken de enige nuttige schepsels in deze stad: ze trekken karren met spullen van A naar B.
Mount Abu
22 Jan '06 - 07:38 by wPim
Even de drukte van India uit en de rust van de natuur in. Denken we als we met de bus naar Mount Abu rijden. Mis. We arriveren in de zoveelste toeristische kermis van travel agencies, souvenirshops en restaurants. Blijkbaar is het laagseizoen, want als we naar het hotel van onze keus lopen, worden we aangeklampt door hotelmannetjes van andere hotels die ons een warmpje en droogje beloven voor nog geen twee euro per nacht. We slaan ze beleefd van ons af. We moeten namelijk per se naar het Shree Ganesh hotel om te doen waar we voor kwamen: vier uur wandelen over Mount Abu, samen met de zoon van de eigenaar. Het is volgens mij het enige hotel in het dorp dat wel vol zit, maar dat komt waarschijnlijk door de vermelding in de Lonely Planet. Na drie kaasomeletsandwiches ga ik naar bed, klaar voor de nacht.
Fris als een hoentje beginnen we de volgende ochtend met lopen. Met een Spaanse, een Brit, een Amerikaan, een Oostenrijkse, een Israelische, en drie Koreanen gaan we op pad. Mooie wandeling, wel erg lang, volgens Martine.
Het hoogtepunt van onze missie naar Mount Abu vinden we echter tijdens een lunchwandeling in de toeristische kermis van het dorp. Ik word aangeklampt door een jongetje dat mij een 'magic show' aanbiedt voor het luttele bedrag van tien roepies. Ik weet af te dingen tot vijf roepies en de show begint. Uit een klein vies lakentje komen propjes papier, muntjes en bekertjes. De propjes papier worden een voor een weggetoverd. Hetzelfde gebeurt met de muntjes, maar deze worden weer teruggetoverd uit mijn neus. Hokus pokus pilatus pats. Ik sta versteld. Ik betaal hem de afgesproken vijf roepies en controleer of er niet meer door mini-Hans Kazan uit mijn zak is getoverd. Dat is niet zo.
Udaipur
18 Jan '06 - 16:00 by wPim
"Ben je de vissen aan het voeren?", vraag ik. "Ja", zegt Pradiip en schudt de plastic zak met kruimels verder leeg boven het water. "Ik zie geen vissen", zeg ik en wijs op het groengore water van het Pichola-meer in Udaipur. "Je kunt ze niet zien, maar ze zitten er wel. Vandaag is het 14 januari en dus Makar Sankranti, het jaarlijkse hindoefestival van het geven", vertelt Pradiip. "Geven aan vissen?", vraag ik. "Aan iedereen die het nodig heeft. Dus vooral de armen en de dieren." Dat verklaart het feit dat ik vandaag inderdaad opvallend veel mensen baksheesh zie geven aan bedelaars. Dan nodigt Pradiip mij uit voor de thee vanavond bij hem thuis. Ik grijp deze mogelijkheid om een echt Indiaas huis van binnen te bekijken met beide handen aan en spreek met hem af. Half negen. We zullen er zijn.
Een bezoek aan de hindoeistische Jai Jagdish-tempel in de stad leert mij wat het festival 'van het geven' letterlijk inhoudt. Voor de tempel heeft zich een schare van zo'n zestig bedelaars zich verzameld. Netjes op een rij wachten ze op de goedgevigheid van de bezoekers van de tempel. Maar als een bezoeker iets geeft, is de ordentelijkheid snel verdwenen. Een man in een net pak wordt door de bedelende kinderen bijna verscheurd als hij een paar muntjes uitdeelt, een Indiase vrouw kan net ongeschonden wegkomen na het uitdelen van handen ongekookte rijst aan de ouderen. De armen hebben er zichtbaar lol in vandaag, voor de goedgevigen is het lastiger. Makkelijker is het om boven aan de tempeltrap een donatie te maken aan. De tempel heeft een eigen keuken en maakt met behulp van het ingezamelde geld gratis voedsel voor de armlastigen. Maar mijn goedgevigheid van vandaag wordt al snel gerelativeerd door een riksjachauffeur met wie ik even later in gesprek raak. "De bedelaars die hier met zijn zestigen onder aan de trap zitten, hebben het niet zo slecht als je misschien denkt. Als je hun zakken zou legen, komen er honderden roepies uit. Veel slapen er op straat, maar ze weten niet beter en willen niet anders. Geef ze een huis, ze verkopen het gelijk. Ze houden het geld liever in hun zak. Kunnen ze lekker van zuipen." "En het gratis voedsel in de tempel", vraag ik. "Daar komt bijna niemand op af. Vaak eet de organisatie er zelf van", lacht de chauffeur. Een beetje beduusd loop ik weg. Het t-shirt dat ik weg wilde geven, houd ik nog maar even in mijn tas.
's Avonds bezoeken we Pradiip. We worden ontvangen in een kleine slaapkamer en een zus brengt de thee. Een voor een verschijnen nu ook de andere familieleden: vader, zus twee, baby van zus twee, broer en ten slotte moeder. Moeder is actief lid van de lokale afdeling van de politieke partij Indian National Congress en daarom erg bekend in Udaipur. Ze heeft veel goede dingen gedaan voor de stad: eten uitgedeeld aan armen en een regendans voor een flinke moesson. Dan staat het meer namelijk weer vol en komen er toeristen. We worstelen ons door een stapel fotoboeken van de bruiloft van zus twee (Pradiip zelf is nog niet getrouwd vanwege een ongunstig sterrenbeeld) en andere zaken en daarna mogen we de rest van het huis zien, dat voornamelijk bestaat uit kleine vertrekken met bedden, kleden en dozen vol spullen. Het uitzicht vanaf het platte dak is het mooist: we zien het stadspaleis van de plaatselijke Maharaja. Dan is het tijd om te gaan. Ik begin nog even over het festival van vandaag en over doneren aan de tempelkeuken. "Niet doneren hoor", zegt Pradiips' broer, "het personeel eet alles zelf op." Teleurgesteld kijk ik hem aan. Het valt ook niet mee om het goed te doen als naieve toerist. Bedelaars vullen ongegeneerd hun zakken en frauduleus tempelpersoneel vreet zich vol van het geld voor armen die er blijkbaar niet eens op zitten te wachten. Volgend jaar weet ik het goed gemaakt: dan voer ik de vissen.
heilig Pushkar
17 Jan '06 - 12:22 by wPimIk word omringd door de daken en koepels van tientallen witgekalkte tempels. De zon gaat onder en onophoudelijk gezang klinkt uit een luidspreker van een van de tempels op de achtergrond. In de verte hoor ik trommels en koeien in de straat loeien dat het een lust is. Ik zit op mijn matje en kijk vanaf het hoteldak uit over het kleine meertje in Pushkar, dat voor hindoeisten een heilige bedevaartsplaats is. Dit was immers de plaats waar Vishnu ooit verscheen, waar Brahma een bad nam en de as van Mahatma Ghandi werd uitgestrooid. Daarom nemen dagelijks tientallen hindoes een heilig bad bij een van de vele ghats, de stenen trappen langs het water, die het heilige meer omringen. Omdat Pushkar zo'n heilige plaats is, wordt er geen vlees gegeten en zijn zelfs eieren, of producten bereid met eieren, niet verkrijgbaar. Ook alcohol en tabak zijn er uit den boze. Alhoewel... Het is mogelijk dat de zoon van de hoteleigenaar 's avonds naar je toekomt en lispelt: "Wil je iets roken of iets drinken?" Een biertje is weliswaar dubbel zo duur, maar illegaal is alles wel dubbel zo lekker. De zoon duwt onze hotelkamerdeur zachtjes open. "Hier is het", zegt hij en tovert een ijskoude 0,6 literfles uit zijn broek en vanonder zijn shirt vandaan. Het bier is van het merk 'Knock Out' en bevat 8 procent alcohol. Dat wordt genieten. Het etiket liegt niet: ik ga inderdaad knock out van het sterke bier en slaap veertien uur aan een stuk. Mijn bedevaart naar het heilige Pushkar is geslaagd.
Foto's bij dit bericht
vervoering
13 Jan '06 - 16:17 by MartineHoly Cross Tours brengt ons even goed als Swastiek Travels, Mekka hangt verlicht voorin de bus, terwijl Shiva ons beschermt met zijn drietand tegen het boze, derde, alziende, bijziende oog. Boven de Pepsi-poster van Britney plakt een sticker van een bloedende Jezus met doornenkroon en de mededeling dat aids en kanker prima te genezen zijn met Ayurvedische behandelingen. Bij mijn treinticket wordt gratis een briefje met gebed geleverd. Ik kan krijgen wat ik wil, mits ik dit gebed drie dagen lang oplees.
De eerste snelweg sinds maanden is dunbevolkt met auto's. Op de linkerbaan bevinden zich grazige weiden waar honden, koeien, zwijnen, kamelen, kinderen, apen gezamenlijk herkauwen. Allahs zwarte oogverblindende lappen zijn vervangen door Shiva's oranje, groene en rode; artistiek gezien een verbetering en toch nog respectvol. Het matrixbord boven de weg waarschuwt mij: DON'T PAY CASH TO ANYONE ON THE HIGHWAY. Mijn voorstellingsvermogen kent grenzen. De chauffeur passeert de middenberm om een drankje te nuttigen aan de andere kant van de weg en wordt daarbij niet gehinderd door tegenliggers, die keurig uitwijken. HORN PLEASE, het is hier zo rustig er is zo weinig chaos dat ik in slaap dreig te vallen.
In Pushkar dut ik verder onder onophoudelijk Brahmin gezang, begeleid door trommels en oorverdovend klokgelui.
Drie dagen blijf ik in bed, geveld door koorts en het gezang, de trommels en klokken blijken nooit op te houden. 's Nachts luister ik naar jankende honden en overdag ben ik getuige van een ruzie waarbij een vrouw betrokken is met een stem waar Grover jaloers op zou zijn. Waarom maken 20000 mensen zoveel herrie? Ik verlang naar huis, eigenlijk in het bijzonder naar de Albert Heijn, naar kant en klare fruitsalades, vruchtensappen, waarvan ik weet hoe ze smaken en misschien smaken ze niet zo vers, maar ik ben er van overtuigd dat AH geen slootwater toevoegt en dan nog is slootwater in Nederland van andere kwaliteit dan hier. WP ontpopt zich als de enige echte statisticus van ons twee, meten is weten, en zwaait voortdurend met de thermometer, geen genade kennend voor mijn droge anus, maakt tabellen, tekent grafieken, sluit meer mogelijke ziekten in dan uit, tot op dag drie. We moeten verder, beslist hij, je bent beter. De 37.0 op de thermometer kan ik niet ontkennen, hoewel ik mijn boek nog graag uit had willen lezen. Vanavond vertrekken we naar Udaipur, dat een oase van rust schijnt te zijn.
Jaipur
09 Jan '06 - 17:50 by wPimZe kijkt me vragend aan met haar twee prachtige bruine ogen. Haar zwarte haar is warrig en vies en in haar jurkje zitten gaten. Dan pakt ze me bij mijn arm en brengt vervolgens haar handje naar haar mond. Het is duidelijk: ze wil eten. Wat kan ik doen? Zij, 7 jaar oud, blootsvoets, slaapt op straat en vecht iedere dag voor haar bestaan in een Indiase miljoenenstad. Ik ben 26 en loop door dezelfde stad met grote dikke schoenen, eet lekkere dingen, en kan ieder moment weer weg naar een andere stad. Of een ander land. Ik kijk haar aan. Zij kijkt mij aan. Ik ben verkocht.
"Wat zou je lusten?", vraag ik haar. Ze wijst op een winkeltje waar ze gefrituurde ballen met bruine bonen verkopen. Ik vraag de eigenaar wat het kost en betaal een maaltijd voor het meisje. Nog voor ik weg kan gaan, staan er ineens nog twee kinderen op blote voetjes en gescheurde kleren: ik schat een meisje van zes en een jongetje van drie. Ze kijken me hoopvol aan. Ik betaal nog twee gefrituurde ballen met bruine bonen en volg van een afstandje wat er gebeurt. Het jongetje van drie gaat het winkeltje binnen, maar wordt door de eigenaar resoluut weer buiten gezet. Het ventje begint te janken op de stoep. Ik begrijp niet waarom en loop er heen. Als ik hem troost zegt de eigenaar van de winkel zegt dat hij onnodig drama maakt. Het eten is klaar, maar van binnen opeten is geen sprake. Een schop onder hun hol kunnen ze krijgen. Daar gaan ze met hun eten, de avondkou van Jaipur in. Daarna slapen, ik vermoed op straat. Driehonderd meter verderop rust de Maharaja in zijn paleis.
Mumbai
06 Jan '06 - 15:06 by wPimZo, dat was me het dagje wel vandaag. Na een extreem rustige week aan een verlaten strand in Goa, enterden wij gisteravond het cosmopolitische Bombay (Mumbai). Sinds vanochtend dompelen we ons weer onder in een chaotische drukte. Alsof ze je alle twintig miljoen persoonlijk welkom komen heten, zoveel aandacht dat je krijgt. Zonder ontbijt beginnen we onze ochtendwandeling vanuit de wijk Colaba op naar de Gateway of India. Het stikt er van de aanzichtkaartenverkopers en weet ik wat meer voor reut, dus geen plaats om uren te blijven hangen. We vervolgen onze weg door de rest van de wijk en zien een kantoor. Normaal loop je daar voorbij, maar de ingang is versierd en er knipperen lampjes, dus de aandacht is gewekt. In de entreehal ligt een groot paars tapijt dat bij nader inzien van kleurig poeder is gemaakt. Ook staat een met bloemenkransen versierd beeld van Ganesha, de hindoeistische god met het olifantenhoofd. Achter het tapijt staan enkele versierde beelden, waaronder een plastic koe die electronisch aangedreven spastische bewegingen maakt met zijn kop. We bewonderen de prullaria. Beveiligingsmensen van de receptie maken ons duidelijk dat we naar de vijfde verdieping moeten. We stappen uit de lift en worden naar een drukke menigte mensen geduwd. Zonder dat we kunnen tegenstribbelen worden we langs een rij wachtenden getrokken, naar de voorkant van de rij. Daar is een soort altaar waar iedereen een voor een neerknielt, een gebedje prevelt en een slokje melk uit een nap neemt. Een cameraploeg filmt het ritueel en ons. Ongemakkelijk lachend staar ik in de camera en bedenk hoe weg te komen. Een man uit de organisatie lacht ons vriendelijk toe en zegt dat wij ook maar mee moeten doen met de bedrijfspuja. We bedanken voor de eer en lopen terug naar achteren, waar rijen met tientallen Indiers ons hartelijk uitlachen. Als we uit de crowd ontsnapt zijn, ontdekken we dat we te gast zijn bij New India Assurance en dat het hindoeistisch ritueel iedere januari bij wijze van nieuwjaarsreceptie op het verzekeringskantoor wordt gehouden. Heel gebruikelijk bij bedrijven in India. Als we de aangeboden masala-thee en heet gekruide Indiase snacks verorberen, raken enkele verzekeringsagenten door het dolle heen. Ze vragen onze namen, geven handen en vragen waar we vandaan komen. Na alle uiterst lollige plichtplegingen mogen we weer weg.
We vervolgen onze weg door de rest van Bombay en eindigen na een fikse wandeling door de drukke straten, oude Britse gebouwen, de universiteit en het publieke cricketveld bij een van de vele treinstations in de stad. Omdat we de krankzinnige drukte en het gedrang in de lokale treinen ook wel eens mee willen maken, kopen we een kaartje. De massa mensen op het station is enorm en de treinen stoppen hooguit tien seconden op het perron. Tijdens het rijden springen er al tientallen mensen in en uit de trein, wat het geheel erg levendig maakt. Martine en ik maken ons de kunst van het in en uitspringen al snel eigen, maar het onnodig ver uit de open deuren van de trein hangen tijdens de rit, laten we nog maar even achterwege. Hoewel ik mijn ogen haast uit mijn kop schaam tegenover de bedelende moedertjes en halfnaakte kinderen voor de deur, eindigt onze drukke dag bij McDonalds.
Goa
03 Jan '06 - 12:05 by wPimAls het dertig graden is en de palmbomen wuiven zachtjes in de wind, als je een koud biertje in je handen hebt en uitkijkt over een paradijselijk strand, is de motivatie om te schrijven minder, zo heb ik ervaren. Mijn excuses dat het hier de laatste tijd zo rustig is. Er zijn enkele verhalen in de maak, maar nu houd ik het kort. Vanuit Goa willen Martine en ik iedereen een gelukkig en gezond 2006 toewensen en doe geen gekke dingen. Doen wij ook niet. Wij pakken nog vier dagen rust aan het Agonda-strand om ons klaar te maken voor Bombay, Rajasthan (India) en Pakistan. Als u me het niet kwalijk neemt, ga ik nu weer naar het strand, anders wordt mijn pilsje lauw.
trance
02 Jan '06 - 16:58 by wPim
Naar Goa ga je voor zon, zee, strand en goatrance-raves. Na 3,5 maand geen degelijke house- of technobeat te hebben gehoord, kan ik wel weer eens een rave gebruiken. Volgens de verhalen is deze vrijstaat vol gefreakte hippies het decor van eindeloze feesten op het strand van zonsondergang tot zonsopgang. Dat belooft wat. Na de eindeloze treinrit en een dollemansrit met een riksja waarvan de bestuurder mij behoorlijk stoned over komt, arriveren we in het dorpje Vagator. Hier gebeurt het. Denk ik. We zijgen neer in de stoelen van Willy's, een restaurantje. Twee Indiers bij de pooltafel begroeten ons hartelijk en gefixeerd op 'een party' vraag ik hen of er met oud en nieuw nog iets te feesten valt op de Goaanse stranden. Direct worden mijn illusies lekgeprikt. 'Haha, er zijn nauwelijks parties meer in Goa. De politie heeft overal een einde aan gemaakt. De nieuwe overheid treedt op tegen geluidsoverlast." Even later spreek ik een Amerikaans meisje bij de receptie van een hotel. "Die feesten zijn een mythe", zegt ze. Ze is hier al twee weken, dus zij kan het weten. Mijn hooggespannen verwachtingen knallen als een pudding in elkaar.
Maar goed. Tijdens de dagen die komen, ontdek ik dat er wel degelijk feesten zijn te vinden, maar dat je er wel erg goed naar moet zoeken. Samen met Rebecca en Nathan, een Brits stel, bezoek ik Nine Bar in Vagator, de tent waar 'iedereen' heen gaat, vette goatrance wordt gespeeld en waar je kunt ontdekken waar 'de parties' zijn voor de komende nacht. Het is mijn eerste ervaring met feestend Goa en als ik binnenstap wordt ik gegrepen door de magie en de atmosfeer. De dansvloer is in de open lucht en wordt omringt door palmbomen. Boven de hoofden van de dansende massa schittert een kristalheldere sterrenhemel. Nine Bar ligt op een duin aan het strand, zodat je een prachtige uitkijk hebt over de maanverlichte zee. Op een klein podium geeft een vent een flitsende vuurshow. De stemming zit er goed in; honderden Indiers, hippies met dreadlocks en normalo's gaan uit hun dak op de snelle energieke beat en psychedelische geluiden die uit de speakers knallen. Tegelijkertijd gaan de mineraalwater en de hashpijp rond. Tientallen dansen op blote voeten in het mulle zand op de dansvloer. Leeftijd speelt geen rol, jong en oud danst door elkaar heen. Mijn oog wordt getrokken door een kerel met een lange grijze baard die compleet uit zijn dak gaat vlak voor de luidsprekers. Het enige wat hij aan heeft is een zwembroek en wordt omringt door enkele jonge vrouwen. Ik schat hem minimaal zeventig jaar, maar dat lijkt de vrouwen niet te deren. Ze dansen als bezeten om hem heen in het paarse licht van de blacklights. Dit is dus Goa. De opzwepende beats grijpen ook mij: stilstaan is niet meer mogelijk.
Dan is het ineens tien uur 's avonds en de muziek gaat uit. Moet, vanwege de overlast voor de omwonenden. Iedereen loopt rustig naar de uitgang en het geruchtencircuit begint: "weet jij waar vannacht de party is?" Ik weet niets en loop naar buiten. Bij de uitgang krijg ik een klein papiertje in mijn handen gedrukt: 'tonight, open air rave, till sunrise, Dolce Vita, South Anjuna'. Ik overleg met Nathan en Rebecca. We regelen een riksja en gaan er heen.
Anjuna is een paar kilometer ten zuiden van Vagator en staat bekend om het weidse strand en de vele parties. Dolce Vita ligt echter niet aan het strand, maar enkele kilometers landinwaarts. Ook hier is de setting op het eerste gezicht magisch: een grote open-lucht locatie omringt met jungle-achtig struikgewas. Op het terrein ligt een heuvel met daaronder een flinke bunker waar een dj speelt. Buiten liggen overal rieten matten waar je kunt relaxen en Indiase vrouwtjes verkopen thee met biscuitjes. De muziek knalt ons al vanuit het bos tegemoet, maar als we binnenkomen zien we dat er niemand is. We vragen aan de organisatie of er iets mis is. Nee, de mensen komen straks, jullie zijn gewoon vroeg, is het antwoord. Maar hoelang we ook wachten, zelfs om half twee 's nachts zijn er niet meer dan twintig man. Een beetje teleurgesteld zakken we neer op een van de rieten matten bij de theevrouwtjes. Onder het genot van een kop thee ontmoeten we Raymond, een donkere kerel uit Bombay met rood doorlopen ogen. Hij kijkt ons mismoedig aan. "Kunnen jullie mij vertellen wat er hier mis is? Waar zijn de mensen?", vraagt hij ons. Dat vragen wij ons ook af. "Misschien ligt het aan de pr", zeg ik, "mensen vragen allemaal waar de party is, maar weten blijkbaar niets van deze locatie". Raymond vindt dat onzin. Bovendien is het volgens hem gevaarlijk om veel pr te maken. "Dan sluit de politie het feest", klaagt Raymond. Zijn triestheid komt niet alleen voort uit het lage bezoekersaantal van de party, blijkt na een langer gesprek. In de eerste golfoorlog heeft hij als soldaat in Koeweit gezeten en gevochten aan Amerikaanse kant. "Ik heb vreselijke dingen gezien. Afgerukte ledematen en dat soort shit. Daardoor is er hier iets fout gegaan", zegt Raymond terwijl hij op zijn hoofd wijst. Daarom gebruikt hij iedere dag bij het ontbijt een paar flinke potten bier alvorens hij aan de drugs gaat. "Als is dat niet doe, gaat er iets goed fout". Arme Raymond. Hij geeft ons nog wel een goed advies: "If some Indian guy tries to cheat you, just hit the fucker on his head. That will teach that fuck." Dat zijn nog eens adviezen.
De andere nacht proberen Nathan en Rebecca en ik wederom ons geluk in Dolce Vita. Nu zijn er zo'n 150 man, maar nog steeds is het geen bouncend feest te noemen. De muziek is vanavond vrij monotoom en Raymond is kwijt. "Hij is verdwenen zonder iets te zeggen en niet meer terug gekomen", vertelt iemand anders van de organisatie. We druipen af, want de nacht is nog jong en misschien zijn er nog wel andere feestjes. Als we het hek van Dolce Vita uitlopen, zien we een stel jongelui in een gele jeep. Ze komen uit Engeland en Hongarije en staan op het punt te vertrekken naar een party op het strand in Anjuna. Daar hebben wij wel oren naar en springen in de auto.
Bij de strandtent waar de tranceparty zou moeten zijn, heerst een oase van rust. Tientallen gedreadlockte types liggen te slapen als rozen in en rond de houten keet met het rieten afdak. De mensen die nog wakker zijn staren relaxt voor zich uit en roken joints. Het feest begint namelijk pas om vier uur, over een uur. We zitten wat bij de zee en ouwehoeren over het leven. Dan begint ineens de muziek. Het strand wordt vervuld van strakke en harmonieuze goatrance en wij gaan los. Na anderhalf uur komt echter de zon alweer op en ik heb het wel zo'n beetje gezien. Met een taxi ga ik terug naar mijn bedstee.
De laatste nacht, oud en nieuw. Ik heb Martine een goedenacht gekust en ga wederom op zoek naar het avontuur. Nu alleen, want Nathan en Rebecca ben ik uit het oog verloren. Na veel zoeken, rondlopen en vragen, kom ik aan bij Hilltop Motels in Vagator, waar een party is. Ze vragen bij de ingang echter een exorbitant bedrag van 1000 roepies per persoon (20 euro). Voor dat geld lig ik liever in mijn bed en loop weg. Verderop blijkt nog een ander feestje te zijn voor 100 roepies. Dat is de gok wel waard en ik ga het terrein op. Een groot grasveld met daarop een dj en een pompend soundsystem tref ik aan. De dj is een westerse kerel met dreadlocks en mixt de tracks met de muis van zijn computer fantasieloos en slecht in elkaar over. In tegenstelling tot Nine Bar en Anjuna is er hier niets in de muziek wat mij grijpt. De tracks zijn loeihard, snel en saai. Wederom beland ik bij een van de theevrouwtjes en raak in gesprek met een Amerikaan en een Israelier die mijn positieve verhalen over Iran met verbazing aanhoren. Nadat locals op de vuist gaan met toeristen, besluiten we dat dit toch niet het feest is waar we naar zochten. Wat het jaar van de vrolijke strandraves had moeten worden, eindigt een beetje in een deceptie. Ik heb er genoeg van. We lopen we naar het strand en zijgen neer bij een kampvuur, praten met de Australiers en Amerikanen en drinken juice met gin van de Britten. Tot de zon opkomt. Happy new year. Maar volgend jaar zeker niet op Goa.