Langmusi, een yak te ver

28 Feb '06 - 09:32 by wPim

We zetten onze barre tocht voort door het ruige berglandschap van midden-China. De bergen en heuvels zijn nog kaal en bruin van de winter en af en toe besneeuwd. Kleine boerendorpjes en kuddes yaks met hun herders zijn het enige dat de leegte van het land doorbreekt. Langzaam zakken we af naar het zuiden in de hoop dat de temperatuur daarbij boven nul gaat komen. Het wordt ons vooralsnog niet gegund als we na een hobbelige en asfaltloze busrit aankomen in het dorp Hezuo. De wind snijdt me om de oren in de brommerriksja van het ene naar het andere busstation. We willen vandaag het liefst doorreizen naar Langmusi, maar de vrouw van het ticketkantoortje maakt duidelijk dat de eerstvolgende bus pas morgenochtend om zeven uur vertrekt. Er zit niets anders op: we moeten hier overnachten. Een vrouwtje wenkt ons en maakt ons met handgebaren duidelijk dat ze een hotel heeft. We lopen mee. Het blijkt een woonhuis van een familie met achter het huis een reeks kamers. De kamer ziet er keurig uit, maar het is er vreselijk koud en er is geen kachel. Bovendien is het toilet achter in de tuin. Het betreft een hok met een rechthoekig gat in de betonnen vloer en daaronder een berg uitwerpselen. In de hoek van het poephuis ligt een hoop zand met een schepje erbij, een alternatief voor doortrekken, zeg maar. Ik heb echter geen zin om verder te zoeken de prijs van 3 euro per nacht spreekt me ook wel aan, dus we besluiten te blijven in dit koude kot. Het leed wordt enigszins verzacht: er is een elektrische deken en de moeder des huizes brengt een thermoskan heet water en groene thee en ze naait mijn op zes plekken gescheurde spijkerbroek voor dertig cent. Toch voel ik me in en in triest. Het is zes uur 's avonds en ik lig in bed met al mijn kleren aan en drie dekens over mijn kop te vernikkelen van de kou. De damp komt uit mijn mond en de tv is stuk.

Kwart over zes 's ochtends. Het is nog aardedonker buiten, maar voor ons is de nacht eindelijk voorbij. De bus vertrekt om zeven uur. De wachthal is lekker warm, maar bij de bus staan de ijsbloemen op de ramen. Aan de binnenkant. De verwarming van de bus werkt niet en de deur gaat hinderlijk vaak open voor in- en uitstappende Tibetanen die nergens last van hebben met hun dikke harige jassen. Met verkleumde handen en bevroren tenen kruipen Martine en ik dicht tegen elkaar aan. Ik huil zachtjes om ons leed, terwijl Martine de moed erin houdt met imitaties van kennissen.

De reis naar Langmusi duurt korter dan gedacht. We rollen uit de bus direct het eerste restaurantje in dat we zien en warmen onze lijven bij de kolenkachel. Martine blijft wat zitten, terwijl ik op zoek ga naar een geschikt hotel. Wijzer geworden van de laatste nacht: het doorslaggevende criterium is nu warmte. Zonder aarzelen loop ik daarom het hotel in dat er het duurst uitziet. Ik inspecteer de kamer en voel dat de centrale verwarming hier volop loeit. Hier kan ik naakt van de douche naar mij bed lopen zonder dood te gaan. Dit wordt 'm.

We zijn bijgekomen en nuttigen bij Leisha's Restaurant een stevig ontbijt van Tibetaans brood, eieren en noedelsoep. Ze hebben hier ook yakburgers die worden verkocht onder de wervelende naam 'Big Mc Yak Attack'. Dat belooft wat voor straks. Goed ingepakt beginnen we aan een middagwandeling door en om Langmusi, een dorp dat wederom wordt gekenmerkt door een overvloedige aanwezigheid van Tibetanen en boeddhistische monniken. De inwoners zijn lieve mensen; ze poseren gewillig voor mijn camera. De plaats wordt omgeven door indrukwekkende rotspartijen en grazige heuvels, waar schapen en yaks lustig grazen. Hun dikke vachten zijn om jaloers op te zijn. In mijn volgende leven word ik ook yak. Altijd warm, en na je dood dien je de mens als lekker maal. Als u mij nu wilt excuseren: ik ga er nu eentje verorberen.

Xiahe

26 Feb '06 - 10:30 by wPim

Langzaam maar zeker krijgen we grip op westelijk China. We zijn in staat om ons door het land voort te bewegen met briefjes met daarop overgetekende Chinese karakters om duidelijk te maken wat we willen. We beginnen enkele karakters te herkennen zodat we borden kunnen lezen en kunnen zien waar een bus heen gaat. Martine heeft weer een warme jas gekocht (ik had die andere van haar in Nepal verpatst), zodat ook zij de barre koude moeiteloos kan trotseren. We ontdekken wat we lekker vinden. Zo weet Martine hoe ze in het Chinees moet zeggen dat ze er geen vlees in wil. Ik weet dat ik warme noedels lekker vind, omdat er geen inktvis, of kippenhart in zit. Met stokjes eten gaat ons af, alsof we het al jaren doen. Gut o gut, wat worden we toch flexibel van zes maanden reizen! Alleen het poepen en pissen op wc's met muurtjes van slechts een meter hoog blijft wennen. Je hurkt toch, moet de filosofie erachter zijn, maar ja.

Omdat we wel een beetje schrikken van het kosmopolitische China, met alle enorme flatgebouwen, winkelcentra en woonblokken, vluchten we naar landelijker gebied. We reizen af naar Xiahe, een klein dorp, midden in de bergen van de provincie Gansu. Het ligt niet in Tibet, maar is wel grotendeels bevolkt door boeddhistische Tibetanen. De koude nevel trekt door de omliggende heuvels en de boeddhisten maken hun ronde langs de oneindige rij gebedswielen en tempels die het dorp rijk is. De dorpelingen, met hun traditionele klederdracht, kijken ons nieuwsgierig aan. Waarschijnlijk zijn we de eerste toeristen van dit jaar, want de reisgezelschappen van Koning Aap en Baobab worden pas in april weer over dit dorpje uitgekotst. Nu is het nog een oase van authentieke rust. Het religieuze centrum van de gemeenschap bestaat uit een groot klooster waar Tibetaanse monniken bidden, wonen en studeren. Op een van de pleinen voor de tempels is een ceremonie bezig waar honderden monniken aanwezig zijn. Het is ons niet helemaal duidelijk wat voor ceremonie dit betreft, maar op de grond zitten monniken in meditatie, terwijl de anderen ze met handenklappen en schreeuwen proberen af te leiden. Dichter bij de tempel gaat het er vrij serieus aan toe, helemaal achteraan staan de jongste monniken in hun rode gewaden met elkaar te knokken en Magnums te eten. Ik begrijp het niet. Ik dacht dat die jongens hun hele leven devoot werken aan spirituele zelfontplooiing, maar tegelijkertijd zie ik ze met de nieuwste flitsende mobieltjes en spelen ze agressieve schietspellen in internetcafe's. Hoort dat er ook bij? De monniken van tegenwoordig... Of word ik een oude lul?

Onze wandeling door Xiahe.

China

23 Feb '06 - 09:36 by wPim

Snorrebaardenland achter ons gelaten en, na een schitterende vlucht over de Tibetaanse Hoogvlakten, geland in het Chinese Urumqi. Nee, wij hadden er ook nog nooit van gehoord, maar het was de goedkoopste optie om het 'o zo gevaarlijke' Pakistan te ontvluchten met het vliegtuig. Nu dus China. Het lijkt wel of we op de maan zijn geland. Ieder referentiekader qua taal is nu echt verdwenen. We kunnen uiteraard niets lezen en het Engels van de Chinezen is van een erbarmelijk niveau. En toegegeven, ons Chinees is niet geweldig, waardoor het bestellen van een maaltijd, het inchecken in een hotel en een biertje kopen (het kan weer!) een hilarische en soms tijdrovende aangelegenheid is. Ik ben inmiddels begonnen met Chinese tekens (uit de Lonely Planet) op briefjes te schrijven om duidelijk te maken wat ik wil. En het werkt! Een treinticket kopen naar Lanzhou ging vanmiddag zonder problemen, dus vanavond hebben we weer 30 uur treinen voor de boeg. Het vriest dat het kraakt in Urumqi met een dagtemperatuur van zo een -5 en een nachttemperatuur van -12. Een reden om zo snel mogelijk vanuit deze stad in het noordwesten van het land naar het zuiden af te reizen, alwaar het hopelijk iets behaagelijker zal zijn. Totdat onze trein vertrekt, vergapen we ons nog even aan de hoge gebouwen en de eindeloze hoeveelheid mega-grote shoppingcenters in deze stad van 1,2 miljoen. Want de islam is misschien uit ons beeld verdwenen, maar een andere religie is er dubbel en dwars voor in de plaats gekomen: het Chinese consumeer-meer-meren.

kunst en kitsch

18 Feb '06 - 09:10 by Martine

Als ik in Nederland langs de schappen van de Blokker liep, voelde ik vaak de pijn van de lelijkheid van de wereld. Het kan echter nog pijnlijker dan een Laaf-alfabet, kristallen vogels of stenen hondenkoppen. In Turkije word ik voortdurend geconfronteerd met de onyx-industrie die van elk natuur/cultuurschoon een oerlelijke miniatuurweergave van steen moet maken. Iran is zwaar met plastic palmbomen, Armeense Kermissen Ter Nagedachtenis Aan en lichtjes, vlaggen en spiegeltjes bij het mausoleum van Imam Khomeini. Nepal doet apengod Hanuman een jas aan en op elke uitstekende straatsteen zit rode smurrie. India voegt hier nog roodgeschilderde koeien met vijf poten aan toe, neon en knipperlichtjes die nooit synchroon lopen en Chinese reut, die er voor zorgt dat ik als een berg tegen de komende maand opzie.

Ik kan niet zeggen dat Pakistan een verademing is, met mannen met roodgeverfde baarden en nagels en kohl, en een twee-dimensionale minarettenkunst. Echter, voor het eerst wordt het leed verzacht. Een blik op de weg doet alle kitsch vergeten met trucks en bussen waar ambachtslui en kunstenaars zich op uitgeleefd hebben. Op de buitenkant zijn landschappen, dieren, hartjes en vrouwenogen geschilderd. In de bus is eigenlijk geen plaats voor de passagiers, ik zit met mijn hoofd tussen de stoffen bloemen die uit het plafond komen. Aan de versnellingspook hangen belletjes, net als aan de achterkant van de bus waar de belletjes over de weg slepen. Voorop draaien molentjes rond en wapperen vlaggen. Eindelijk een kermis die ik kan waarderen.

In Rawalpindi zien we hoe de trucks beschilderd worden.

Kalashnikov-land

17 Feb '06 - 09:09 by wPim

"Ik kan jullie er wel mee naar toenemen", zegt Hussain met samengeknepen ogen, "naar de Khyber-pas en naar Darra." Ik heb mijn twijfels. De Khyber is de ruige bergroute die Pakistan met Afghanistan verbindt en in Darra worden met de hand alle mogelijke vuurwapens geproduceerd. Beide plekken liggen in tribal areas, waar de Pakistaanse wetten niet gelden, maar de eigen regels machinegeweren van de Pashtun-stammen. "Is het niet gevaarlijk?", vraag ik. "Nee, absoluut niet", zegt Hussain stellig. Hij drukt een stoffig fotoboekje in mijn handen. Ik bekijk tientallen foto's met daarop lachende backpackers in de Khyber-pas en met machinegeweren in de hand. Sommige mensen herken ik, omdat ik ze heb ontmoet in Iran of ergens anders op onze reis. De backpackerswereld is klein.

Ik kijk rond in het professorisch in elkaar gezette kantoortje van Hussain en zijn 'baas' Prince Mahir Ullah Khan, de Jaap de M. van Peshawar. Prince kent iedereen in de stad, begeleidt toeristen, geeft zijn eigen magazine 'Problems of the World' uit en doet welzijnswerk. Zijn negen vierkante meter grote kantoor is volgepropt met een versleten driezitsbank, twee bureaus met daarop Windows98-bakken, enkele stoelen en een tafeltje. De muren hangen vol met allerhande prullaria zoals bakelieten langspeelplaten en Afghaanse jurkjes. Ik weet niet of ik de mooie verhalen van Prince en Hussain kan vertrouwen, maar de foto's in het mapje zeggen veel: een dagje op pad in het 'wetteloze' Pakistan kan weinig kwaad. Na wat fikse onderhandelingen over de prijs van hun tour zijn we eruit: morgen gaan we en Hussain regelt vermommende Pakistaanse kledij voor mij. Martine kan haar eigen omslag- en hoofddoek gebruiken.

Met de slaap nog in onze ogen beklimmen we het gammele trapje naar het office van 'Prince'. Daar worden we, zoals iedere keer, weer hartelijk ontvangen met een kop groene thee. Hussain laat nog even op zich wachten, want die is nog steeds bezig met het regelen van mijn vermomming, de salwar kameez. Even later komt hij en een oude blauwe opel met chauffeur wacht op ons. Eerst rijden we langs het Khyber Political Agent's Office om een permit voor de Khyber-pas te regelen en een 'gunman'. Deze stapt in de vorm van een politieagent met machinegeweer bij ons in de auto. Veiliger kan het niet. De rit vervolgt en na ruim een uur rijden arriveren we bij de poort van de Khyber-pas. Na het nodige fotowerk, rijden we door.

Het landschap wordt bergachtiger richting Afghanistan. Ook de mensen veranderen: het percentage vrouwen verstopt onder een burqa is hier nog hoger dan in Peshawar, namelijk 100 procent. We passeren een groot blauw bord waarop staat 'foreigners are not allowed beyond this point'. Gelukkig hebben wij een permit en mag het wel. We rijden een tijd lang langs ruige rotspartijen en talloze nederzettingen van de Pashtuns. Die zien er meestal uit als enorme zandkastelen met lange muren, uitkijktorens en gesloten ijzeren poorten. Bij een van de nederzettingen is het bal. Langs de weg staan en zitten honderden mannen. Veel hebben machinegeweren bij zich. Hussain beveelt ons strak voor ons uit te kijken en het raampje van de auto dicht te draaien. Een van de mannen op de weg geeft een schop tegen onze auto en het zweet breekt me uit. Maar het gaat goed, we mogen door. Martine vraagt zich hardop af wat we aan een gunman hebben met zoveel gewapende Pashtuns om ons heen. Ik weet het niet en vertrouw maar op de kunde van mijn gids, chauffeur en gunman.

We zijn 'er'. De chauffeur parkeert de auto op een uitkijkpunt bij een legerpost. "Dit is het laatste punt voor Afghanistan", vertelt Hussain en wijst in de verte: "kijk, daar ligt het." We zien de bergen van Afghanistan duidelijk liggen en de weg die vanuit Pakistan doorloopt naar de grens. Hussain beweert dat twintig kilometer verderop Tora Bora begint, een van de schuilplaatsen van Osama Bin Laden. "Daar hebben de Amerikanen gebombardeerd", lacht hij. En daarna: "Volgende keer neem ik je mee naar Afghanistan". Daar moet ik nog even over nadenken.

Op de weg terug geeft onze gids wat meer uitleg over de boze mannen met machinegeweren langs de weg. "De stammen hebben regelmatig een meningsverschil met de Pakistaanse overheid. Meestal gaat het over de stroomrekening. Die willen ze niet betalen. Als er een conflict is, gooien de Pashtuns de weg dicht en houden passerende auto's vast totdat de overheid ze hun zin geeft." "Hoelang duurt zo'n blokkade?", vraag ik. "Soms enkele uren, soms enkele dagen". Als ik uit mijn ooghoeken kijk, zie ik inderdaad een verzameling auto's staan op een stoffig parkeerterrein langs de weg. De mannen langs de weg lijken rustiger dan daarnet en laten ons wederom zonder problemen door.

De trip naar de Khyber-pas is succesvol geweest. Na het tanken is het tijd voor het middagprogramma: een bezoek aan het vuurwapendorp Darra. De overheidsgunman zal er niet bij zijn, want dit uitstapje is echt illegaal voor buitenlanders. We droppen hem langs de weg en ik duw hem een afgesproken fooi in zijn hand. De weg naar Darra gaat makkelijk, ondanks enkele politieposten waar wij weer strak voor ons uit moeten kijken om niet op te vallen. We worden niet gecontroleerd. De adrenaline pompt door mijn bloed, Martine valt in slaap. We rijden het dorp binnen. Hoewel we van Hussain nog steeds strak voor ons uit moeten kijken, zie ik een ondoorbroken rij met winkeltjes waarin vuurwapens worden verkocht. De Opel draait een klein ongeasfalteerd zijstraatje in en we mogen eruit. Ik sta nog niet buiten of luide geweerschoten klinken. Ik schrik me de tyfus, maar Hussain lacht: "er wordt hier doorlopend getest." Daarna verschijnen er twee forse politiemannen die Hussain met een hartelijke omhelzing begroet. Dat zijn dus de heren die zich iedere keer voor een paar euro laten omkopen om buitenlanders rond te leiden. We worden geleid naar een van de kleine 'workshops' in het straatje. Daar zitten we dan, omringt door breed glimlachende vaklui die ieder pistool of geweer ter wereld met de hand en een paar ouderwetse draaibanken kunnen namaken. Onder het genot van een kop groene thee, krijgen we alle creaties te zien. Een jongetje van vijf geeft de verschillende pistolen en geweren een voor een aan. Een greep uit de selectie: een shotgun, een pistool naar Italiaans model en een replica-Kalashnikov. Trots geeft oom agent uitleg en ik baal ervan dat ik zo weinig weet van al deze blaffers die ik hier in mijn handen houd. Of ik er een wil kopen. Grapje natuurlijk. De meeste wapens worden verkocht aan de inwoners van de tribal areas en er gaan er heel veel naar Afghanistan. Een rondleiding volgt. We krijgen ieder stadium van het fabriceren van een machinegeweer te zien. Foto's maken is geen probleem als we de omgekochte overheidsdienders er maar niet op zetten.

Voorzichtig informeer ik naar de mogelijkheid tot het afvuren een der wapens. De agenten nemen ons mee naar een klein binnenplaatsje en de onderhandeling begint. Het worden vijftien patronen van een Kalashnikov, vijf uit het vuistje, tien op automatisch. De 1,50 euro per kogel drukt op ons dagbudget, maar dat mag best een keertje, tijdens zo'n dagje uit. De geladen AK-47 wordt op mijn schouder geplaatst en mijn vinger bij de trigger. "Op die bergtop richten daar", zegt de agent terwijl hij mij in positie brengt. De veiligheidspal gaat in de juiste stand en een voor een vuur ik de eerste vijf kogels af, terwijl iedereen op een veilige afstand toekijkt. Vervolgens klikt mijn instructeur het apparaat op automatisch en 'babababababababababam', leeg is ie. Dat geeft best een lekker gevoel. Of Martine ook wil. Nee, niet, want ze koopt liever een mooie Pakistaanse jurk voor dat geld. Bovendien is ze pacifist. Ik ook, maar wel een erg nieuwsgierige.

Onze foto's bij dit artikel.

de hotelkamer

16 Feb '06 - 19:04 by wPim

En hup, nog maar een potje yathzee in onze hotelkamer. Veel anders zit er de laatste dagen namelijk niet op, want de straat op gaan in de Pakistaanse steden gaat niet meer zonder risico. Het land van de snorrebaarden is namelijk na vier maanden ook wakker geworden vanwege de cartoonrel. Nu tijdens gewelddadige protesten verschillende doden vallen en zelfs de Kentucky Fried Chicken in lichterlaaie wordt gezet (hoe durven ze!), beginnen we ons een heel klein beetje ongerust te maken. De meest geweldadige protesten hebben weliswaar steeds plaats in steden waar we al zijn geweest (Peshawar, Lahore), maar al een paar keer hebben we een blokje om moeten lopen als er weer een stoet heetgebakerde moslims met spandoeken naderde. En je loopt niet meer lekker ontspannen over een oude bazaar, als je weet dat ze twee straten verder de boel afbreken. Binnen blijven dus. We hebben ons verschanst in een heel fijn hotelletje in Rawalpindi met een hele goede chicken quorma. Veilig, want Pakistan heeft nog geen vogelhoest. Bovendien is het in deze stad tot op heden rustig, al is het iedere ochtend weer spannend als ik de gordijnen open schuif. Voorlopig rollen in ieder geval de dobbelstenen nog. Komende woensdag 22 februari, vliegen we met de staart tussen de benen naar Urumqi in China. Daar heb je ook islamieten, maar het nieuws over de Deense cartoons wordt daar pas januari 2009 verwacht.

Route

10 Feb '06 - 21:31 by wPim

Over de route

meer...

zelfkastijding

17:33 by wPim

Dat het de laatste tijd niet zo botert tussen het Westen en onze islamitische broeders mag duidelijk zijn, maar tussen de moslims zelf, gaat het ook niet altijd van een leien dakje. Je hebt namelijk sji'ieten en soennieten. Het grootste twistpunt tussen de twee stromingen is dat ze het niet met elkaar eens over de opvolgers van de profeet Mohammed. Ook houden ze er hier en daar andere rituelen op na. Een daarvan is het Festival van Muharram, waarbij door shi'ieten het martelaarschap van imam Husayn ibn Ali nogal letterlijk wordt herdacht. Mannen met ontblote bovenlijven lopen in groepen door de stad en slaan zichzelf hard met kettingen en messen. De soennieten vinden dit maar niks en proberen de processie meestal te verstoren. Vandaag is het zover.

We gaan mee op oorlogspad met Hussain, een kerel die toeristen door Peshawar rondleidt en ook journalist is voor een plaatselijk blad dat zijn vriend Prince Mahir uitgeeft. Hij vertelt over de bloedige processie die vandaag in de stad zal plaatsvinden. Ik weet niet of ik het wil zien, maar zoals altijd is de nieuwsgierigheid weer eens sterker. We komen aan in het oude centrum van Peshawar, waar een vreemde, spannende stilte heerst op straat. Er lopen heel veel mensen, maar de auto's en riksja's zijn vandaag ver te zoeken. Grote groepen soennieten worden door de politie met slagstokken op afstand gehouden van de plaats waar de zelfkastijdende shi'ieten straks langskomen. Wij, Hussain en nog een aantal journalisten en vrouwen worden niet weggestuurd en krijgen een mooi plekje langs de kant van de weg. Toch presteren de soennieten het iedere keer weer dichterbij te komen dan door de politie gewenst, zodat er weer hardhandig ingegrepen moet worden. Heel erg op mijn gemak voel ik mij niet door en al helemaal niet als een verwilderde kerel met een lange baard als een schreeuwende bezetene langsrent om de ongewenste toeschouwers weg te jagen met een grote stalen ketting waarmee hij rond zwaait. Volgens Martine is hij niet van de politie en we overleggen of we niet liever weggaan uit deze hectiek. Voor we een besluit kunnen nemen, komen de rouwende sji'ieten eraan om te beginnen hun processie.

Zo'n honderd mannen met blote basten hebben zich verzameld op het kruispunt. Onder begeleiding van luid geschreeuw slaan ze zichzelf hardhandig op de borstkas totdat deze rood begint te zien. Na enkele minuten versnelt het geschreeuw en de bewegingen van de processiegangers. Ze pakken hun gereedschap erbij: een handvat met daaraan een stuk of zes korte schakelkettingen met kleine ovale venijnige messen aan de uiteinden. Met zwiepende bewegingen slaan de mannen zichzelf in hoog tempo op de rug. Na vijf klappen beginnen de ruggen er al wat geforceerd uit te zien, na drie minuten zitten alle lichamen compeet onder het bloed en na vijf minuten bezwijken de eerste deelnemers. Die worden direct met ziekenauto's afgevoerd die af en aan rijden op het kruispunt. Het geschreeuw en het slaan gaan onverminderd door. Na zes minuten word ik zo kotsmisselijk dat ik direct weg wil. Met Hussain en Martine nemen we de benen en daarna een riksja. Hussain gaat even later nog even terug, hij heeft nog meer foto's nodig. Met een cola'tje in het hotel kom ik bij van mijn zoveelste cultuurshock. Ik kan mij voorstellen dat de soennieten het maar niks vinden. Hulde overigens voor de politie van Peshawar die erin slaagde eventuele ziekzoekers op afstand te houden. Het BBC-nieuws op tv meldt dat in een andere Pakistaanse stad 27 doden vallen door een soennietisch bommetje.

Onze foto's bij dit artikel

relatieproblemen

16:50 by Martine

Tijdens ons eerdere bezoek in Lahore hebben we Sohail ontmoet, een zeer vriendelijke, maar ook enigszins opdringere jongeman die graag met buitenlanders praat. We zijn bij hem thuis geweest, en hebben de familie van zijn verloofde bezocht. De familie wilde erg graag dat we bleven slapen maar daar hadden we geen tijd voor. Nu we terug zijn in Lahore laten we de kans om de nacht bij een Pakistaanse familie door te brengen niet voorbij gaan.

We komen echter niet bij de familie terecht. Sohail staat erop dat we bij hem thuis slapen. Zijn thuis bestaat uit vijf broers en een zus, zijn ouders zijn overleden. De keuken heeft de hygiene van een studentenhuis en de woonkamer bestaat uit afgebladderde muren, twee banken, een grootbeeldtelevisie en een loopband. Dat laatste omdat hij en zijn broers nogal lijden onder vetzucht. De zus van Sohail laat zien dat de loopband ook zonder electriciteit gebruikt kan worden; ze schuift hard met blote voeten over de band en ja, de band schuift mee. De broers hangen op de bank en kijken naar Pakistaanse clipzenders. Sohail gebiedt ons met hem inkopen voor het avondeten te gaan doen. WP gaat mee en ziet hoe het leven van een kip op halal wijze wordt beeindigd, terwijl ik met zus de rijstkorrels selecteer. Vier uur later ligt de kip eindelijk op ons bord, en we eten heerlijk. Zus niet, die rent de keuken in terwijl ze 'Purdah' roept, omdat een vriend van Sohail het huis inkomt en mee eet. Ze komt twee uur later weer tevoorschijn als de vriend het huis verlaat.

We voelen Sohail aan de tand waarom we niet bij zijn schoonfamilie kunnen slapen. De aap komt uit de mouw. De verloofde heeft Sohail laatst iets geweigerd, en nu vindt hij haar arrogant en heeft hij ruzie met haar en haar familie. Hij vraagt ons morgen met haar te praten en haar te vragen niet zo arrogant te zijn. Tja. Zus blijkt andere problemen te hebben en vertelt me dat ze twee gekke broers heeft die haar vaak slaan. Of ik haar wil helpen. Tja. Ik beloof haar morgen met Sohail te praten.

De rest van de avond beantwoorden we vragen als: waarom gebruiken jullie toiletpapier? Waarom hebben jullie geen respect voor ouderen? Vervelen jullie je thuis niet met z'n tweeen? Worden jullie niet vergiftigd als je wijn drinkt? Is wijn lekker? Hebben alle Britten acne? Enzovoorts. Om half twee maken de broers eindelijk aanstalten om te slapen. Ik deel de woonkamervloer met zus, terwijl WP met vijf broers in de bedloze kamer ernaast verdwijnt.

Na een slechte nacht staan we op om bij de schoonfamilie te gaan ontbijten. Sohail strijkt zijn blouse op de bank, terwijl hij klaagt dat wij zo vies zijn, omdat we niet elke dag schone kleren aantrekken. We proberen uit te leggen dat dat lastig is als je maar twee paar bij je hebt, maar hij blijft erbij dat Europeanen vies zijn en Amerikanen helemaal. Als we bij de schoonfamilie aankomen, gaat hij er met hen nog eens over door. De vrouwen zijn het er mee eens; ze vinden zoiezo dat we er armoedig bijlopen. Ze bieden kleding aan en ringen en willen zich graag op mijn wenkbrauwen storten. Wil ik misschien lipstick gebruiken? Ik bedank hen vriendelijk. Sohail vertelt dat alle zes vrouwen in dit tweekamerhuis huisvrouwen zijn en ze vermaken zich de hele dag met koken, eten, tv kijken en op bed (hier wel!) liggen. We krijgen dan ook een flink ontbijt voorgeschoteld en na de laatste hap beginnen ze alweer met het voorbereiden van de lunch.

We zitten hier met een missie, maar het is erg moeilijk om Sohails verloofde te spreken in huis met twintig mensen. Er is totaal geen privacy. Uiteindelijk blijkt de kwestie opgelost te zijn zonder dat we het doorhadden. De zus van de verloofde heeft excuses aan Sohail aangeboden. Nu moet jij dat ook doen, zegt WP. Maar dat kan niet. Sohail verzucht dat hij zich als man niet zo kan vernederen voor een vrouw. Tja. In het bijzijn van tien anderen ('ze verstaan toch geen Engels') praat ik met Sohail over zijn zus. Hij zal zijn uiterste best doen zijn zus te beschermen en belooft ook haar mening te vragen wanneer de broers op zoek gaan naar een huwelijkskandidaat voor haar.

We eten als lunch weer een rijst met kip en vertrekken onder luid protest. Pakistaanse gastvrijheid is grenzeloos maar zeer vermoeiend.

de eerste klas

09 Feb '06 - 16:20 by wPim

Op het stoffige perron van Bahawalpur wachten we op onze trein naar Lahore, maar de 'Khyber Mail' is te laat vanwege een ongeval op het spoor. Een dode en gewonden aldaar. Ik loop naar het informatiehok om meer te weten te komen over de vertraging van onze trein. Ik moet per se iets weten over onze trein, want als je in Pakistan een treinticket naar een stad koopt, dan doe je dat voor een specifieke trein met een specifiek treinstel en een specifiek stoelnummer. Je koopt nooit een ticket voor een trein naar Lahore. In het informatiehok is niemand te vinden. Wel hangt er een lijst met de namen van de gewonden bij het treinongeluk. Naar het perron maar weer. Naar twee uur zitten op mijn tas, schrijvend in mijn dagboekje, met twintig nieuwsgierige starende Pakistanen om mij heen, vind ik het genoeg. Met een verkeerd ticket springen we op een van de andere treinen die langskomen en ook naar Lahore gaan. We zien wel wat er gebeurt, in het slechtste geval krijgen we een boete. Kennelijk hebben we de verkeerde deur gepakt, want we komen met onze rugzakken in de machinekamer terecht waar een groot motorblok loeit en raast dat het een lust is. Als we doorlopen komen we in een klein hok waar kratten en spullen staan, enkele tassen liggen en een zitbank is. Drie mannen lachen ons hartelijk toe en nodigen ons uit erbij te komen zitten. Ik heb toch geen zin om nog verder te denken of te zoeken naar een conducteur om ons probleem aan uit te leggen. Zonder protest ploffen we met onze rugtassen neer op de bank. Een hoop gezelligheid volgt. Waar we vandaan komen, hoe we heten en of we thee willen, de gebruikelijke vragen. Thee willen we wel. Het blijkt dat we zijn beland in het schafthok van het treinpersoneel zelf. Achter elkaar komen er geuniformeerde theemannetjes binnen die een sigaret komen roken en zelf een bak thee drinken. Ook een grote meneer in een witte overal komt erbij. Dat is de man van de machinekamer. Dan komt er lunch: dal met wittebrood. Een van de personeelsleden presteert het om onze kleine rugzak in zijn bord met dal te laten glijden, waardoor deze nu gedeeltelijk geel ziet en sterk ruikt. We smikkelen heerlijk van wat de pot schaft totdat er een conducteur komt. Blijkbaar vallen we om tussen het personeel, want hij heeft ons in de smiezen. 'Ticket please'. Hij komt al snel tot de conclusie dat we niet op de juiste plek zitten in de juiste trein. Hij commandeert ons mee te komen, bij het personeel blijven is geen optie. We nemen emotioneel maar gehaast afscheid van de rest en lopen als betrapte kinderen achter de gezaghebber aan. Een treinstel verder draagt hij ons over aan een andere conducteur. We worden in een ruime airconditioning eerste klasse coupe geleid. Een vragenvuur begint: waar komen we vandaan, waar gaan we naar toe, wat vind je van Pakistan? Wederom wordt ons ticket bestudeerd. 'Verkeerd ticket', is de conclusie. 'Jullie zitten met een economie-ticket in de eerste klasse van de verkeerde trein. Dat is strafbaar', zegt de conducteur. 'Ja, maar...', begin ik. De conducteur lacht zich te barsten. 'Jullie zijn mijn gasten', vertelt hij, 'blijf hier maar lekker zitten'. Later laat de man nog het boekje zien waarin hij de boetes opschrijft. 'Leuk he?', vraagt de conducteur. Erg leuk. Leve de Pakistaanse spoorwegen.

gezeept

13:47 by wPim

In Nederland zou ik het niet in mijn hoofd halen, maar in Azie kan ik mij de luxe van een wekelijkse scheerbeurt bij de plaatselijke barbier prima permitteren. Rustig en ontspannen leun ik achterover in de stoel, terwijl mijn gezicht vakkundig wordt ingezeept. Daarna gaat het mes er netjes langs en klaar is kees: 30 eurocent. Vandaag moet ik, met dank aan de Denen, toch even angstig zweten in de stoel van de kapper. Het Pakistaanse tv-nieuws staat aan in de zaak en het item van de Deense Cartoonrel komt voorbij. Demonstraties in Karachi en Lahore. Daar zit ik dan. Ik, vertegenwoordiger van het Westerse kwaad, en hij, een islamitisch kapper met een scherp scheermes in de buurt van mijn keel. Het zweet gutst uit mijn oksels. Maar het gaat goed. De kapper doet keurig zijn werk en mijn slagaders blijven heel. Natuurlijk. Wat belachelijk om hieraan te twijfelen. Het Pakistaans kappersgilde is uiterst professioneel.

Multan

02 Feb '06 - 16:32 by wPim

Onze ervaringen met het gezag zijn deze reis, zoals eerder vermeld, uitermate goed. In Pakistan krijgen ze zelfs een jolig tintje. In de trein van Lahore naar Multan praten we met Fida Hussain, een gestudeerde jongeman die nu als rechter-assistent bij het Pakistaans Hooggerechtshof werkt. Hij nodigt ons uit om een kijkje te komen nemen in het High Court van Multan. Uiteraard zijn we daarvoor te porren. Na een korte rondleiding door het gebouw en het bijwonen van een rechtzaak in het Urdu, belanden we met Fida in een lege rechtzaal en krijgen een kopje groene thee. De thee wordt opgediend door politiemannen die ondersteunende taken in de rechtbank vervullen, zoals het brengen van thee en het recht leggen van dossiers. De politiemannen begroeten ons hartelijk en hebben samen met Fida erg veel lol in ons bezoek. De namen van de mannen blijven onduidelijk, maar ze noemen elkaar continu 'djabroes number 1' en 'djabroes number 2' en bescheuren zich daarbij van het lachen. Fida legt ons uit dat djabroes 'joker' betekent en dat het dus erg lollig is. We maken foto's van de jokers, ons en de dossiers. Helemaal feest is het als djabroes number 3 binnen komt. We lachen ons te barsten in de rechtzaal. Morgen wordt hier weer iemand ter dood veroordeeld.

de startblokken

01 Feb '06 - 12:25 by Martine

Vandaag rennen 12.000 mensen de internationale Lahore Marathon. Al dagen lang staan de kranten vol van dit evenement, niet vanwege de internationale kopstukken die meedoen, maar omdat ook vrouwen deelnemen. Volgens de MMA (Muttahida Majlis-i-Amal), een verzameling islamitische politieke partijen, is een gemengde race niet islamitisch en tegen de Pakistaanse normen. De behoefte bij vrouwen om te sporten wordt erkend, maar dit moet dan apart en niet buiten op straat. De MMA dreigt de race te verstoren en alle Ciska's op straat tegen te houden. De plaatselijke overheid zit met de handen in het haar omdat ze geen flater wil slaan ten opzichte van het buitenland door de regels aan te passen, maar ook geen rellen wenst op straat. 5.000, 6.000, 12.000 agenten worden ingezet. Onze interesse is gewekt.

Zondagochtend lopen we naar de grootste winkelstraat van Lahore, waar straks de renners langs zullen komen. De toegang tot de straat blijkt afgesloten en wordt bewaakt door zes man politie. Omdat we er niet uitzien als bommenwerpers mogen we als enige door en we komen bij een weg die, afgezien van honderden agenten, compleet uitgestorven is. Een van de agenten verklaart ons tot 'zijn gasten' en wijst ons een plek waar vandaan we de marathon kunnen volgen. Hij snapt niet waarom we niet weggaan, zonder publiek is er toch niets aan. Pakistan is slecht, vindt hij en hij strijkt daarbij over een denkbeeldige flinke baard. Als even later een Pakistaans burger met zo'n baard de weg over probeert te steken, wordt hij door 30 agenten tegengehouden. Na tien minuten discussie vertrekt hij weer.

Uiteindelijk komen de renners. De Afrikaanse kopgroep wordt begeleid door loeiende sirenes. Tien minuten later komen de eerste vrouwen, eveneens Afrikaans, zonder olympische blote buiken. Zowel de organisatie van de marathon als de MMA hebben hun zin. Er wordt gelopen en er is niemand die het ziet. De uitkomst van het Pakistaanse poldermodel is zooo saai.

hongerstaking

11:56 by wPim

Ik heb zojuist het besluit genomen: ik stop vanaf nu met eten. Ik heb er genoeg van. Genoeg van voedsel en vlees in het bijzonder. Het klinkt misschien vreemd dat ik, de snack- en out-of-home-koning, dat zeg, maar na een verblijf van enkele dagen in Pakistan zou je het misschien begrijpen. Op het menu staat namelijk uitsluitend en alleen maar vlees, vlees en vlees met vette randjes. En om mij specifieker uit te drukken: kip, kip, schaap en soms gebakken koe. In Nederland sta ik weliswaar te boek als doorgewinterde carnivoor, maar in Pakistan ligt dat anders. De levende kippen staan in een nauwe kooi voor het eethuis, de dode geplukte kippen hangen aan hun pootjes boven het straatfornuis en de gebakken kipjes belanden op je bord. Op straat ruik je tussen de uitlaatgassen door immer een misselijk makende barbecuelucht. In een restaurantje bestel ik soep (uiteraard met kip erin, zonder hebben ze niet), die smaakt naar warme azijn. In een ander eethuis bestel ik droog chapati-brood omdat dat bijna het enige is wat hier te vreten is, maar brengen ze ongevraagd een bord dampend vlees erbij. Erg aardig, maar zonde van het vlees. Was het in India nog mogelijk gevarieerd vegetarisch te eten, in Pakistan kun je het schudden. Hoewel ik sinds het begin van de reis al 15 kilo kwijt ben (nu 73 kilo schoon aan de haak), staat mijn besluit vast: geen eten meer voor deze jongen. Ik probeer wel weer wat als er in China straks gebakken hond op het menu staat. Tot die tijd zing ik het uit met groene thee.