den Brouwerbergh

21 Apr '06 - 00:04 by wPim

De meesten hebben het inmiddels wel begrepen: we zijn weer thuis, veilig en wel in onze leefgemeenschap 'Op Den Brouwerbergh'. Als je eenmaal met de trein arriveert in Moskou, ruik je de stal, en wordt de drang naar een Nederlandse bak koffie en een hap frisse lucht uit de Alblasserwaard wel erg groot. In een dag rollen we langs het Kremlin, het Rode Plein, en de Basiliuskathedraal en diezelfde avond nog pakken we de nachtbus naar de Letse hoofdstad Riga, om van daaruit gelijk een andere dag- en nachtbus naar Berlijn te nemen. Even fruhstucken en dan helemaal klaar voor ons laatste avontuur: liften naar huis. Vriendelijke Duitsers en Nederlanders brengen ons binnen zeven en een half uur in Utrecht. Bij de Duits-Nederlandse grens, of wat daar nog van over is, stopt onze gastheer even met de auto zodat ik de Nederlandse bodem kan kussen. Daarna zet hij ons af bij het eerste tankstation. Van die kus krijg ik gauw spijt, als ik op het tankstation direct word geconfronteerd met de Nederlandse regelzucht. Ik vraag namelijk aan de pompbediende om een stukje karton voor het opschrijven van een nieuwe plaatsnaam. Dat krijg ik, maar er volgt wel direct achteraan: "Je weet wel dat je hier niet mag liften, vanwege veiligheid enzo. Als de politie komt, heb je problemen. Op de parkeerplaats, dertig meter verderop, mag het wel." Welkom in Nederland, het land der millimeterregelaars en azijnzuurpissers. Ik was het bijna vergeten. Ik was het bijna gaan idealiseren! Maar nee. Ik verlang nu al weer terug. Waar zijn de mannen met machinegeweren gebleven die de rode loper voor je uitrollen als je ze iets vraagt? Waar staan zes pompbediendes je toe te lachen en zwaaien als een held omdat je er anders uitziet? Waar worden de regels met een lach door iedereen massaal genegeerd? Alleen in Azie. Ik wil terug.

de Transsiberie-Express

11 Apr '06 - 10:19 by wPim

Op het Irkutsker perron wacht trein nummer 9 op ons. Het is de trein die in een ruk door van het oosten van Siberie naar Moskou zal rijden. Een rit van zo’n 6000 kilometer, 78 uur, oftewel 3 dagen non-stop op de trein. We hebben er zin an. Geheel in stijl gaan we met onze tickets voor de laagste slaapklasse op de Russische treinen, de zogeheten Platskartny. Misschien iets minder luxe dan in de eerste klasse met champagne en een douche, maar kaartjes hebben ons dan ook slechts 67 euro per persoon gekost, wat het totaal brengt op minder dan 160 euro per persoon all the way van Beijing naar Moskou. Een lachtertje, als je het vergelijkt met de buitensporige woekerprijzen die we eerder via internet vonden bij reisagentschappen. De les die we al eerder leerden van deze reis wordt eens en te meer bevestigd: regel alles zelf in het land zelf en laat reisorganisaties voor wat ze zijn, de kaffers. Zo veel meer plezier voor zoveel minder geld.

De Platskartny-treinwagon valt alles mee en ziet er beter uit dan ik had verwacht. De compartimenten zijn weliswaar open, maar er zijn maar vier bedden. Aan de overkant van het gangetje zijn nog eens twee bedden boven elkaar. Er liggen dekens en matrassen, lakens moet je voor twee euro kopen. Wat de derde klasse tot de derde klasse maakt zijn echter de reisgenoten op de trein. De eerste etappe van onze rit naar Krasnoyarsk delen we met een Rus met 26 liter wijn in zijn tas. Die zijn bedoeld voor ouders en vrienden, maar zelf lust Serge er ook wel een flesje van. Zonder aarzelen breekt hij een eerste hervulde colafles rode wijn aan en schenkt ons fikse theeglazen vol. Hij zet zijn eigen glas aan de lippen en begint te slorpen alsof het limonade is. Martine houdt hem aardig bij, ik ken mijn grenzen. Helemaal feest wordt het als Serge van de trein gaat. Zijn plaats wordt namelijk opgevuld door een stel Oekraiense mannen op zoek naar geluk (werk) in Rusland. Na vijf minuten krijgen we de eerste fles wodka onder onze neus gedrukt. Of we willen. Wij passen, maar zelf klokken ze hem aardig door. De alcoholwalm in het treinstel intensiveert met de minuut. Na een tijdje flink innemen zijn ze zo moe dat ze op de bovenste bedden proberen te kruipen. Een van de kerels, die mij twee uur geleden nog trots een familiefoto van zijn pas getrouwde dochter liet zien, is zo lam dat hij de halfvolle fles wodka niet meer meester is en laat het ding uit zijn handen glijden. Op mijn hoofd. Een keiharde klap van de glazen fles op mijn hersenpan volgt en luttele seconden wordt het zwart. Ik hervind mijzelf en weet niet waar ik het zoeken moet van de pijn. Ik begin heel hard ‘fuck’ richting de arme man te roepen terwijl ik op mijn hoofd wrijf. Het spijt hem vreselijk en hij wil het goedmaken maar ik vertel hem in het Nederlands op te rotten. Hoewel hij alleen Russisch en Oekraiens spreekt, begrijpt hij de boodschap duidelijk en wisselt hij bedden met een kerel in het compartiment naast ons. De rust keert weder. Voor nu.

De volgende ochtend gaan de halve literblikken bier alweer om kwart voor zeven ’s ochtends lokale tijd open. In de loop van de morgen komt er een nieuwe passagier de trein binnen. Terwijl deze zijn koffer probeert weg te leggen kan meneer de flessengooier zich wederom niet beheersen. Zonder aarzelen spuugt hij een flinke straal kots over de spijkerbroek van de nieuwe passagier. De gehele cabine vervult zich met een indringende overgeefgeur, de nieuwe passagier kijkt radeloos om zich heen. De spuger helpt met schoonmaken van de broek en de gang en kijkt beteuterd. Ik prijs mijzelf met de minuut gelukkiger dat hij na het flessenincident een ander bed heeft genomen.

De monotonie van het drinken in de derde klas wordt iedere middag rond vijf uur afgewisseld met een bezoek aan Andy en Chelsea, een Australisch stel dat we op deze trein hebben leren kennen. Ze huizen zelf in een luxe eersteklas coupe en genieten daar zichtbaar van. En om vijf uur is het 'happy hour' en gaan de flessen bier en Bacardi open. Als we vertellen over de gebeurtenissen in de Platskartny, lachen ze hartelijk om deze ‘zoo’ en zijn ze blij dat ze daar zelf niet zitten. Dan leert Chelsea ons de trucks van het blackjack-spel, omdat ze zelf croupier is geweest in het Australische casino. Voor we het weten arriveert de trein na drie dagen in Moskou. Zelf de Oekraieners hebben het gered. Handen worden geschud, fouten en mogelijke irritaties vergeven. Spasiba, spasiba, spasiba, leve de wodka. En de Trans-Sib.

Irkutsk en het Baikal-meer

08:49 by wPim

De trein van Mongolie naar Irkutsk is fijn en gaat snel. We kunnen slechts een pot RISK spelen en de tijd verstrijkt of het niets is. De Russische grenscontrole in de trein is er eindelijk een van wat je van een grenscontrole verwacht: grondig, streng, rigoureus en het holst van de nacht. Enorme Russinnen, hoogblond en van het formaat klimrek, marcheren ons treinstel binnen. Ze dragen groene korte uniformrokjes en hoge zwarte laarzen. De paspoorten worden uitvoerig doorgebladerd en ingenomen. We worden bevolen uit onze coupe te komen. Als we vol spanning in het nauwe halletje van de trein staan, verschijnt een potige Rus met een zaklamp en keert ons cabine ondersteboven. Merci, dat bed had ik net opgemaakt. Als de Russen zijn verdwenen met onze persoonsdocumenten, herschik ik mijn bed en doezel in een zoete slaap, dromend over groene weilanden en een frikadel. Ik heb het dan ook niet door als de grens-Russen na enige tijd onze passen komen retourneren. Bij het ontwaken vind ik mijn paspoort naast mijn hoofdkussen. De lieverds. Ze zijn zo slecht nog niet.

In het Siberische Irkutsk is het koud vandaag. De ijzige wind giert langs mijn oren en het sneeuwt. Eigenlijk hebben we hier ook niet zoveel te zoeken en we vervolgen onze reis richting Listvianka, een dorp aan het Baikal-meer. Het uitzicht is er prachtig, maar leeg. Het hele meer, dat honderden kilometers lang is en zo een 65 kilometer breed, is door de koude omgetoverd tot een enorme witte ijsvlakte. De lege ijswoestijn strekt uit tot zover het oog reikt en wordt alleen onderbroken door een paar vissersschepen die vastgevroren liggen langs de kant en een paar vissers bij een rond gat in het ijs. Over het ijs lopen bandensporen van auto's en in de verte worden liefhebbers meegenomen op sneeuwscoorters over het meer. Ik wil ook op het meer, maar Martine blijft liever op de kant. Stel je voor, je zou er doorzakken.

Ulaan Baatar

04 Apr '06 - 06:48 by wPim

Ulaan Baatar is triestheid ten top. Ik zit in de taxi naar het UB-Guesthouse en kan niet anders concluderen, al doe ik nog zo mijn best. Fletse betonnen flatgebouwen worden afgewisseld met armoedige houten huisjes. In sommige wijken is alleen de schutting van hout en wonen de mensen zelf in gers, grote ronde traditionele Mongolische tenten, gemaakt van ooit wit doek. Het asfalt in de stad is door en door gebarsten en de lijnbussen die erop rijden, stammen nog van voor het jaar 1930. Ik heb met ze te doen, de Mongolen. Hun land is groot, maar er is niets te vinden waar je rijk van zou kunnen worden, bomen groeien er niet en water is enorm schaars. Veel mensen zijn arm en op straat is het vooral 's avonds wordt de straat onveilig gemaakt door rovende bendes, zo wordt er gewaarschuwd. Gelukkig is het gezellige drukte in 'het UB', waar Engelsen en Canadezen lusteloos onderuitgezakt een slechte Hollywood-productie bekijken. Een dag later zou ik ze begrijpen. In de stad zelf is weinig te zien en wat de moeite van het bezoeken waard is, is op het tijdstip van ons bezoek gesloten. Na anderhalf uur zijn we klaar met de stad, een record. We besluiten om met de Denen en de Zweden de biezen te pakken naar het Mongoolse platteland.

Dat blijkt een goede beslissing. Bijna twee uur rijden vanuit de stad bereiken we een nationaal park met een enorme oppervlakte. Om ons heen strekken de heuvels en bijzondere rotspartijen zich kilometers ver uit. Op een grote lege vlakte vinden we enkele gers en een stal met paarden. We wandelen een paar uur over de heuvels, mijmeren voor ons uit en rijden paard. Martine sluit een verbond met het beest waar zij op zit: het paard mag zijn eigen gang gaan. Het werkt. Ik waan me een cowboy van de Mongoolse steppe en probeer ik de versnellingen van mijn paard te vinden, maar wat ik ook probeer (hard 'tsjoe' roepen, trappen in de zij), het beest geeft geen sjoege. Pas als de echte Mongoolse cowboy, die ons begeleidt, een geheim signaal geeft, gaan alle paarden in galop. Het speciale signaal kan ik niet ontdekken. Dan maar geen cowboy der Mongoolse steppe. Al reis je tachtig maanden, je blijft een lullige backpacker uit het Westen. 's Avonds aanschouwen we een heldere sterrenhemel maken we uit verveling een eigen RISK-spel en drinken Mongools bier in onze tent. Maar niet te veel, want morgen is het weer vroeg op voor de trein naar Irkutsk.

Foto's bij dit verhaaltje