Stimmung am front

18 Jul '07 - 11:23 by wPim

Het was wegens vakantie een tijdje stil op wplog. Nu tijd voor wat verstrooiing. Zo trok ik een aantal weken geleden met een zeer deskundige collega op het vlak van de Tweede Wereldoorlog richting de Belgische Ardennen voor een uitgebreid bezoek aan musea over het Duitse Ardennen-offensief wat in 1944 plaatsvond. De Duitse wanhoopspoging om de haven van Antwerpen te heroveren op de geallieerden mislukte jammerlijk en de tanks strandden in plaatsen als La Gleize en Poteau. Een videoverslag om het allemaal nog eens live mee te beleven... De collega in kwestie is overigens van harte bereid al uw vragen over tijdvak 40-45 te beantwoorden!

You need to upgrade your Flash Player to at
least version 8 to view this video content.

Click here to download the latest version of Flash Player.

den Brouwerbergh

21 Apr '06 - 00:04 by wPim

De meesten hebben het inmiddels wel begrepen: we zijn weer thuis, veilig en wel in onze leefgemeenschap 'Op Den Brouwerbergh'. Als je eenmaal met de trein arriveert in Moskou, ruik je de stal, en wordt de drang naar een Nederlandse bak koffie en een hap frisse lucht uit de Alblasserwaard wel erg groot. In een dag rollen we langs het Kremlin, het Rode Plein, en de Basiliuskathedraal en diezelfde avond nog pakken we de nachtbus naar de Letse hoofdstad Riga, om van daaruit gelijk een andere dag- en nachtbus naar Berlijn te nemen. Even fruhstucken en dan helemaal klaar voor ons laatste avontuur: liften naar huis. Vriendelijke Duitsers en Nederlanders brengen ons binnen zeven en een half uur in Utrecht. Bij de Duits-Nederlandse grens, of wat daar nog van over is, stopt onze gastheer even met de auto zodat ik de Nederlandse bodem kan kussen. Daarna zet hij ons af bij het eerste tankstation. Van die kus krijg ik gauw spijt, als ik op het tankstation direct word geconfronteerd met de Nederlandse regelzucht. Ik vraag namelijk aan de pompbediende om een stukje karton voor het opschrijven van een nieuwe plaatsnaam. Dat krijg ik, maar er volgt wel direct achteraan: "Je weet wel dat je hier niet mag liften, vanwege veiligheid enzo. Als de politie komt, heb je problemen. Op de parkeerplaats, dertig meter verderop, mag het wel." Welkom in Nederland, het land der millimeterregelaars en azijnzuurpissers. Ik was het bijna vergeten. Ik was het bijna gaan idealiseren! Maar nee. Ik verlang nu al weer terug. Waar zijn de mannen met machinegeweren gebleven die de rode loper voor je uitrollen als je ze iets vraagt? Waar staan zes pompbediendes je toe te lachen en zwaaien als een held omdat je er anders uitziet? Waar worden de regels met een lach door iedereen massaal genegeerd? Alleen in Azie. Ik wil terug.

de Transsiberie-Express

11 Apr '06 - 10:19 by wPim

Op het Irkutsker perron wacht trein nummer 9 op ons. Het is de trein die in een ruk door van het oosten van Siberie naar Moskou zal rijden. Een rit van zo’n 6000 kilometer, 78 uur, oftewel 3 dagen non-stop op de trein. We hebben er zin an. Geheel in stijl gaan we met onze tickets voor de laagste slaapklasse op de Russische treinen, de zogeheten Platskartny. Misschien iets minder luxe dan in de eerste klasse met champagne en een douche, maar kaartjes hebben ons dan ook slechts 67 euro per persoon gekost, wat het totaal brengt op minder dan 160 euro per persoon all the way van Beijing naar Moskou. Een lachtertje, als je het vergelijkt met de buitensporige woekerprijzen die we eerder via internet vonden bij reisagentschappen. De les die we al eerder leerden van deze reis wordt eens en te meer bevestigd: regel alles zelf in het land zelf en laat reisorganisaties voor wat ze zijn, de kaffers. Zo veel meer plezier voor zoveel minder geld.

De Platskartny-treinwagon valt alles mee en ziet er beter uit dan ik had verwacht. De compartimenten zijn weliswaar open, maar er zijn maar vier bedden. Aan de overkant van het gangetje zijn nog eens twee bedden boven elkaar. Er liggen dekens en matrassen, lakens moet je voor twee euro kopen. Wat de derde klasse tot de derde klasse maakt zijn echter de reisgenoten op de trein. De eerste etappe van onze rit naar Krasnoyarsk delen we met een Rus met 26 liter wijn in zijn tas. Die zijn bedoeld voor ouders en vrienden, maar zelf lust Serge er ook wel een flesje van. Zonder aarzelen breekt hij een eerste hervulde colafles rode wijn aan en schenkt ons fikse theeglazen vol. Hij zet zijn eigen glas aan de lippen en begint te slorpen alsof het limonade is. Martine houdt hem aardig bij, ik ken mijn grenzen. Helemaal feest wordt het als Serge van de trein gaat. Zijn plaats wordt namelijk opgevuld door een stel Oekraiense mannen op zoek naar geluk (werk) in Rusland. Na vijf minuten krijgen we de eerste fles wodka onder onze neus gedrukt. Of we willen. Wij passen, maar zelf klokken ze hem aardig door. De alcoholwalm in het treinstel intensiveert met de minuut. Na een tijdje flink innemen zijn ze zo moe dat ze op de bovenste bedden proberen te kruipen. Een van de kerels, die mij twee uur geleden nog trots een familiefoto van zijn pas getrouwde dochter liet zien, is zo lam dat hij de halfvolle fles wodka niet meer meester is en laat het ding uit zijn handen glijden. Op mijn hoofd. Een keiharde klap van de glazen fles op mijn hersenpan volgt en luttele seconden wordt het zwart. Ik hervind mijzelf en weet niet waar ik het zoeken moet van de pijn. Ik begin heel hard ‘fuck’ richting de arme man te roepen terwijl ik op mijn hoofd wrijf. Het spijt hem vreselijk en hij wil het goedmaken maar ik vertel hem in het Nederlands op te rotten. Hoewel hij alleen Russisch en Oekraiens spreekt, begrijpt hij de boodschap duidelijk en wisselt hij bedden met een kerel in het compartiment naast ons. De rust keert weder. Voor nu.

De volgende ochtend gaan de halve literblikken bier alweer om kwart voor zeven ’s ochtends lokale tijd open. In de loop van de morgen komt er een nieuwe passagier de trein binnen. Terwijl deze zijn koffer probeert weg te leggen kan meneer de flessengooier zich wederom niet beheersen. Zonder aarzelen spuugt hij een flinke straal kots over de spijkerbroek van de nieuwe passagier. De gehele cabine vervult zich met een indringende overgeefgeur, de nieuwe passagier kijkt radeloos om zich heen. De spuger helpt met schoonmaken van de broek en de gang en kijkt beteuterd. Ik prijs mijzelf met de minuut gelukkiger dat hij na het flessenincident een ander bed heeft genomen.

De monotonie van het drinken in de derde klas wordt iedere middag rond vijf uur afgewisseld met een bezoek aan Andy en Chelsea, een Australisch stel dat we op deze trein hebben leren kennen. Ze huizen zelf in een luxe eersteklas coupe en genieten daar zichtbaar van. En om vijf uur is het 'happy hour' en gaan de flessen bier en Bacardi open. Als we vertellen over de gebeurtenissen in de Platskartny, lachen ze hartelijk om deze ‘zoo’ en zijn ze blij dat ze daar zelf niet zitten. Dan leert Chelsea ons de trucks van het blackjack-spel, omdat ze zelf croupier is geweest in het Australische casino. Voor we het weten arriveert de trein na drie dagen in Moskou. Zelf de Oekraieners hebben het gered. Handen worden geschud, fouten en mogelijke irritaties vergeven. Spasiba, spasiba, spasiba, leve de wodka. En de Trans-Sib.

Irkutsk en het Baikal-meer

08:49 by wPim

De trein van Mongolie naar Irkutsk is fijn en gaat snel. We kunnen slechts een pot RISK spelen en de tijd verstrijkt of het niets is. De Russische grenscontrole in de trein is er eindelijk een van wat je van een grenscontrole verwacht: grondig, streng, rigoureus en het holst van de nacht. Enorme Russinnen, hoogblond en van het formaat klimrek, marcheren ons treinstel binnen. Ze dragen groene korte uniformrokjes en hoge zwarte laarzen. De paspoorten worden uitvoerig doorgebladerd en ingenomen. We worden bevolen uit onze coupe te komen. Als we vol spanning in het nauwe halletje van de trein staan, verschijnt een potige Rus met een zaklamp en keert ons cabine ondersteboven. Merci, dat bed had ik net opgemaakt. Als de Russen zijn verdwenen met onze persoonsdocumenten, herschik ik mijn bed en doezel in een zoete slaap, dromend over groene weilanden en een frikadel. Ik heb het dan ook niet door als de grens-Russen na enige tijd onze passen komen retourneren. Bij het ontwaken vind ik mijn paspoort naast mijn hoofdkussen. De lieverds. Ze zijn zo slecht nog niet.

In het Siberische Irkutsk is het koud vandaag. De ijzige wind giert langs mijn oren en het sneeuwt. Eigenlijk hebben we hier ook niet zoveel te zoeken en we vervolgen onze reis richting Listvianka, een dorp aan het Baikal-meer. Het uitzicht is er prachtig, maar leeg. Het hele meer, dat honderden kilometers lang is en zo een 65 kilometer breed, is door de koude omgetoverd tot een enorme witte ijsvlakte. De lege ijswoestijn strekt uit tot zover het oog reikt en wordt alleen onderbroken door een paar vissersschepen die vastgevroren liggen langs de kant en een paar vissers bij een rond gat in het ijs. Over het ijs lopen bandensporen van auto's en in de verte worden liefhebbers meegenomen op sneeuwscoorters over het meer. Ik wil ook op het meer, maar Martine blijft liever op de kant. Stel je voor, je zou er doorzakken.

Ulaan Baatar

04 Apr '06 - 06:48 by wPim

Ulaan Baatar is triestheid ten top. Ik zit in de taxi naar het UB-Guesthouse en kan niet anders concluderen, al doe ik nog zo mijn best. Fletse betonnen flatgebouwen worden afgewisseld met armoedige houten huisjes. In sommige wijken is alleen de schutting van hout en wonen de mensen zelf in gers, grote ronde traditionele Mongolische tenten, gemaakt van ooit wit doek. Het asfalt in de stad is door en door gebarsten en de lijnbussen die erop rijden, stammen nog van voor het jaar 1930. Ik heb met ze te doen, de Mongolen. Hun land is groot, maar er is niets te vinden waar je rijk van zou kunnen worden, bomen groeien er niet en water is enorm schaars. Veel mensen zijn arm en op straat is het vooral 's avonds wordt de straat onveilig gemaakt door rovende bendes, zo wordt er gewaarschuwd. Gelukkig is het gezellige drukte in 'het UB', waar Engelsen en Canadezen lusteloos onderuitgezakt een slechte Hollywood-productie bekijken. Een dag later zou ik ze begrijpen. In de stad zelf is weinig te zien en wat de moeite van het bezoeken waard is, is op het tijdstip van ons bezoek gesloten. Na anderhalf uur zijn we klaar met de stad, een record. We besluiten om met de Denen en de Zweden de biezen te pakken naar het Mongoolse platteland.

Dat blijkt een goede beslissing. Bijna twee uur rijden vanuit de stad bereiken we een nationaal park met een enorme oppervlakte. Om ons heen strekken de heuvels en bijzondere rotspartijen zich kilometers ver uit. Op een grote lege vlakte vinden we enkele gers en een stal met paarden. We wandelen een paar uur over de heuvels, mijmeren voor ons uit en rijden paard. Martine sluit een verbond met het beest waar zij op zit: het paard mag zijn eigen gang gaan. Het werkt. Ik waan me een cowboy van de Mongoolse steppe en probeer ik de versnellingen van mijn paard te vinden, maar wat ik ook probeer (hard 'tsjoe' roepen, trappen in de zij), het beest geeft geen sjoege. Pas als de echte Mongoolse cowboy, die ons begeleidt, een geheim signaal geeft, gaan alle paarden in galop. Het speciale signaal kan ik niet ontdekken. Dan maar geen cowboy der Mongoolse steppe. Al reis je tachtig maanden, je blijft een lullige backpacker uit het Westen. 's Avonds aanschouwen we een heldere sterrenhemel maken we uit verveling een eigen RISK-spel en drinken Mongools bier in onze tent. Maar niet te veel, want morgen is het weer vroeg op voor de trein naar Irkutsk.

Foto's bij dit verhaaltje

de Gobi-woestijn

29 Mrt '06 - 13:22 by wPim

Daar gaan we dan. De langverwachte treinrit der treinritten is begonnen: de Trans-Mongolie-Express van de Chinese hoofdstad Beijing naar het Russische Moskou. De eerste etappe: van Beijing naar Ulaan Bataar, hoofdstad van Mongolie. We stappen 's middags in de trein en we zijn nog niet vertrokken of we worden direct geconfronteerd met Mongoolse handelsdames die onze coupe volstouwen met grote volgetapete weekendtassen met goedkoop handelswaar zoals spijkerbroeken, glassnijders en koffiekannen. Het lijkt er even op dat ze ook onze bagage en beenruimte willen confisceren totdat een strenge maar rechtvaardige Chinese conducteur zich met de zaak bemoeit, omdat een meisje niet bij haar plaats in onze coupe kan. De dames krijgen een flinke snauw en het hele circus (inclusief tassen) wordt verplaatst naar de coupe naast ons, waar twee Deense jongens met argusogen gadeslaan hoe hun lebensraum wordt geelimineerd tot een minimum. Vol leedvermaak lach ik Joe en Chris toe. Zo leggen we de eerste contacten met onze medereizigers en laten het bruine berglandschap aan ons voorbij trekken. We kaarten wat met twee Zweedse meisjes, Louise en Jessica, van de andere coupe, en dan is het alweer midden in de nacht als we bij de Chinees Mongoolse grens arriveren. De douanebeambten hebben weinig medelijden met het feit dat ik moe ben en overstelpen ons met een reeks immigratie en aangifteformulieren die we correct moeten invullen. Er volgt een lakse bagagecontrole, waarbij aan de Mongoolse zijde van de grenscontrole een strenge geuniformeerde vrouw ons beveelt uit de coupe te komen. Na een korte blik in ons compartiment, mogen we weer terug, eindelijk naar bed. Pas echt in slaap vallen we na een urenlange procedure waarbij de onderstellen van de trein worden verwisseld: de Mongoolse en Russische sporen zijn net iets breder dan in de rest van de wereld. Daarna stommelt de trein eindelijk door en in slaap vallen is dan ook geen kunst: als een baby word je in dromenland gesust.

's Ochtends word ik vroeg wakker. Martine en onze Chinese coupegenote slapen nog, dus zo stil mogelijk trek ik mijn pyjama uit en mijn kleding aan. Daarna poets ik mijn tanden bij het kraantje in het toilet. Zodra ik naar buiten kijk ben ik stomgeslagen door het uitzicht. Ik kijk uit over een enorme zandvlakte met daarop niets. Af en toe staan er een paar houten huisjes langs het spoor die op instorten staan, of een ger, verder is het de zanderige koude droogte die overheerst. Een straffe zandwind vanuit de Gobi-desert heeft de hele nacht langs de trein geblazen. De zandhoos heeft zich een weg gebaand door alle gaten en kieren die er in onze K23-trein te vinden zijn. Ik werp een blik in het gangpad en zie een dikke bruine waas in de lucht hangen. Het raamkozijn is gevuld met een dikke laag bruin stof. Ik concludeer dat ik daar vannacht met mijn hoofd bij lag. Mijn kussen ligt ook vol, zie ik nu. En, ja hoor, mijn haar ook. Gelukkig is Ulaan Baatar nog maar zes uurtjes rijden. Ik hoop dat ze een douche hebben.

Foto's bij dit artikel

de ban van De Muur

27 Mrt '06 - 09:10 by wPim

Helden zijn we. Tenminste, volgens Mao dan. We beklimmen vandaag namelijk de Grote Muur van China. Samen met Jane en twee van haar vriendinnen, reizen we mee naar een verlaten en authentiek stukje muur ten noordoosten van Beijing. De Amerikaanse ontmoette we een week eerder bij McDonalds. Ze vertelde ons dat ze een tien kilometer lange wandeling wilde gaan maken over en langs de muur en of we zin hadden om mee te gaan.

Natuurlijk hebben we dat, want voor ons is dit een mooie kans om de toeristische kermis bij Badaling te omzeilen, alwaar je kunt eten bij een KFC aan de voet van een grondig gerenoveerd en rolstoelvriendelijk stuk Chinese muur en dan voor veel geld een petje en t-shirt koopt met de tekst 'I climbed the Great Wall' en daarmee als een debiel zo blij weer in je aircon tourbus stapt. Daar past de die-hard-(ahem)-backpacker uiteraard voor. Nee, wij pakken een lijnbus en daarna een taxi en prijzen ons gelukkig dat Jane vloeiend Chinees spreekt omdat ze in Beijing werkt. Na anderhalf uur zijn we op onze plek van bestemming en beginnen we de wandeling, de heuvels in. Slechts tien minuten op dreef en de drie Amerikaanse dames raken de weg kwijt, maar dat komt gelukkig snel weer goed als ik me ermee bemoei. Een steile klim volgt, waardoor we het prachtige landschap om ons heen bijna vergeten, maar al snel doemt De Grote Muur op vanachter het struikgewas. Daar staat hij dan. Een grote hap oude stenen. Ik word er stil van en denk aan vroeger. Als kind namen mijn ouders mij namelijk altijd mee naar de Katwijkse duinen alwaar we resten beklommen van de Atlantikwall, een dikke betonnen muur die de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog bouwden als verdediging tegen de geallieerden. Voor het gemak noemden we deze muur ook altijd 'Chinese Muur' en als ik er overheen liep, droomde ik er vaak van om ooit een keer over de echte Chinese muur te lopen.

Die droom wordt nu bewaarheid. Door nauw struikgewas en prikkelige bomen, banen we ons een weg naar een klein toegangspoortje in de muur met daarachter een trap naar boven. Althans, wat daar nog van over is, want de muur is in hevige staat van ontbinding. Losse stenen en gruis noopt ons met voorzichtige schreden naar boven te klimmen. Op de muur is het al niet beter; gras en struiken tieren er welig. Het uitzicht is er gelukkig niet minder om. En lunchen op de Grote Muur, wie heeft dat nou niet altijd al gewild? Van mijn onbeschaamd wildplassen op de Grote Muur hebben we maar geen foto gemaakt...

hondenfilet

23 Mrt '06 - 11:31 by wPim

's Avonds laat onthullen de kleine achterafstraatjes hun geheimen. Het is donker en laat in Beijing en ik loop door de Hutong. Voor een restaurantje waar nog licht brandt en de deur open staat, zijn drie mannen druk bezig met iets. Ze hebben messen in hun hand en op de straat liggen drie dieren en bloed. Aanvankelijk denk ik aan varkens, maar ik zie al snel dat dat niet zo is. Het zijn drie flinke honden, zojuist geslacht en gevild door de mannen met de messen, midden op de openbare weg. De kelen van de beesten zijn doorgesneden. Ik slik en blijf kijken hoe een van de kerels het laatste haar van de dieren afplukt. Een van de honden slaakt een laatste vermoeide grom uit, maar met een fikse trap op zijn nek helpt de man met het baardje het beest uit zijn lijden. Die horen we niet meer. Nu ziet de man met het baardje mij. Hij snauwt me iets toe in het Chinees en maakt met zijn mes een gebaar dat ik weg moet gaan. Uit lijfsbehoud volg ik zijn advies op. Als ik nog een keer achterom kijk, zie ik dat ze de honden aan stukken beginnen te snijden. Heel kun je hond natuurlijk niet serveren.

Russische handen

21 Mrt '06 - 08:35 by wPim

En trek die flessen wodka maar open! Wij zijn vandaag namelijk in het bezit gekomen van felbegeerde en moeilijk te verkrijgen Russische visa! Een mooier verjaarsgeschenk kon ik mij niet wensen.

Aanvankelijk duwde de strenge Russin het stapeltje documenten resoluut terug onder het raampje door. "Je moet originelen hebben", sprak ze gedecideerd. Ze doelde op een 'tourist voucher' en een 'confirmation', documenten die je nodig hebt bij de aanvraag van een Russisch visum. Wij hadden deze stukken echter per e-mail aangevraagd via een speciale website en zodoende alleen kopieen in het bezit. Maar aangezien de documenten mij reeds zestig dollar hadden gekost, had ik geen zin om me te laten afschepen vandaag. Achter de strenge lokettisten achter het glas liep een man die leek op een baas. "Die man moet ik hebben", zei ik tegen Martine. Toen hij plotseling vanachter een deur van een speciaal kamertje even tevoorschijn kwam, gooide ik mijn voet tussen de deur. "Mogen we u even spreken, mijnheer?" Dat mocht. We legden ons probleem uit en hij reageerde met de mededeling dat 'hij zou kijken wat hij kan doen'. Even later konden we onze visumaanvraag indienen bij een iets minder strenge Russin die ineens niet moeilijk deed over kopieen inplaats van originelen. En dat zonder steekpenningen.

En vandaag, 21 maart, is het zover: het visum zit in het paspoort. Leve de elastische Russische bureaucratie. Nu snel het Mongools visum scoren en bij het Beijing International Hotel twee tickets kopen naar de Mongoolse hoofdstad Ulan Bator, onze eerste stop op de Trans-Mongolie-Express. Op weg naar het hotel worden we tegengehouden door de politie. Eerst raakt ik lichtelijk geagiteerd en wil ik doorlopen, maar dan blijken ook andere voetgangers, fietsers, bromfietsers en zelfs een hele drukke straat met auto's te moeten stoppen. Martine en ik zijn benieuwd wat er gaande is. Een sliert dure auto's met zwaailichten rijdt voorbij. Een verslaggever en zijn cameraman rennen langs. "Wie was dat?", vraag ik. "Vladimir Poetin", roept de cameraman. Poetin himself, op staatsbezoek in China, rijdt hier voorbij! Mijn agitatie verdwijnt als sneeuw voor de zon. Daar gaat mijn genadige redder; mijn schenker van een Russisch visum. Voor hem wil ik best even wachten, ook al kost deze grap mij in totaal 270 dollar.

Beijing

17 Mrt '06 - 11:36 by wPim

De menigte om ons heen beweegt, maar wij staan een moment stil voor de stationshal voor een gedenkwaardig moment. Na zes en een halve maand ploegen door Azie hebben we het meest oostelijke punt van onze tocht bereikt: Beijing (Peking). We hebben zojuist een treinreis van ruim eenenveertig uur achter de rug (een nieuw duurte-record), van Kunming naar Beijing en dit is het dan, hier hebben we het allemaal voor gedaan. De stad is met bijna vijftien miljoen inwoners nog ruimer opgezet dan alle Chinese miljoenensteden die we hiervoor hebben gezien. Lange boulevards met dikke kantoren en dure hotels bepalen het beeld. Daarachter staan vaak nog de restanten van het oude Beijing: de Hutong, een wirwar van nauwe straatjes met kleine, vervallen huisjes. Het contrast tussen deze twee Beijing's is enorm. Op de hoofdstraat overvalt me een kosmopolitisch gevoel met shoppingcentra en een overvloed aan Westerse fastfood-ketens, een afslag in een zijstraatje plaatst me in een eeuwenoud levend decor van marktkraampjes, oude knarren met vervallen bakfietsen en vrouwtjes die spiezen schapenvlees roosteren op een zelf in elkaar gezette barbecue. Over enkele dagen huur ik een fiets om dit nostalgische Beijing eens grondig te bekijken, voordat alles met de grote Chinese Sloopkogel Van De Vooruitgang wordt genivelleerd voor een of ander onbenullig evenement.

Uiteraard bezoeken we ook de grote toeristische trekpleisters van de stad, zoals het Plein van de Hemelse Vrede, de Verboden Stad (beunen) en het mausoleum van chairman Mao. Vooral het laatste maakt indruk. We sluiten achter aan in de rij bij het mausoleum waar de Communistische volksmenner ligt opgebaard. Honderden Chinezen voor ons en nog meer achter ons worden met militaire en bijna nazistische precisie tussen gele lijnen naar de ingang van het gebouw geleid. Mannen met lange zwarte jassen, zonnebrillen en megafonen, overigens een erg populair artikel in het Chinese, kijken of het allemaal goed gaat en instrueren de menigte. De menigte is stil, luistert naar de megafoon en koopt een gele bloem bij de ingang van het mausoleum. We gaan naar binnen en betreden een grote hal die de rust en het cachet heeft van een duur hotel. Rode vloerbedekking op de grond, gedimd licht vanuit het plafond. Achter in de zaal staat een enorm wit beeld van de leider, zittend op een luxe stoel. De mensen met een gele bloem lopen richting het beeld, buigen een aantal keer nederig met de bloem tussen hun handen en leggen deze daarna bij de enorme verzameling gele bloemen die er al lag. We worden naar de volgende zaal geleid. Een oude man voor mij krijgt een strenge berisping: hij moet zijn pet af doen. En daar is hij dan, het lichaam van Mao in een glazen kist. In het schaarse licht zie ik een plastic-achtig gezicht met daaronder een uniform. Het had een creatie van Madame Toussaud kunnen zijn. De menigte wordt door de bewakers snel langs Mao geleid, het buitenlicht in. Daar vinden we een rij glazen vitrines met allerhande Mao-reut: Mao-horloges, Mao-bekers, Mao-aanstekers, Mao-petten, Mao-medailles en Mao-fotolijstjes. Veel Chinezen worden verleid tot de aankoop van iets moois.

dierenlief en -leed

13 Mrt '06 - 08:31 by wPim

In het Dolfinarium Harderwijk komen kinderen op een leerzame manier met zeedieren in aanraking. Kijken naar de prachtige kunsten van dolfijnen en als ze voorzichtig zijn, mogen ze zelfs een rog aaien! Dat het altijd educatiever kan, blijkt tijdens een bezoek aan een echte Chinese dierentuin in Yunnan's provinciale hoofdstad Kunming. De Chinese kindertjes kunnen er goed zien hoe doorgedraaide dieren continu met hun kop tegen een ijzeren deur rammen omdat ze levenslang zijn opgesloten in kleine oud-Maoistische betonnen verblijven. De allerkleinsten mogen op de foto met een echte lamgespoten tijger, die suf de camera inkijkt als de oppasser maar hard genoeg aan zijn halsband sjort. Toppunt van het bezoek aan de Kunming Zoo is de speciale goudvissentuin, waar kleine Chineesjes de vissen en kreeften op een verantwoorde manier duidelijk maken wie er de baas is. Voor nog geen euro krijgen de deelnemertjes een schepnetje en een bakje waarmee ze goudvisjes mogen vangen. Omdat dat het een beetje moeilijk is om dat vanaf de rand te doen, krijgen de kids rubberlaarsjes waarmee ze in een ondiep zwembadje vrolijk tussen de vissen door kunnen banjeren. Met zijn zessen tegelijk lukt het aardig de honderden kleine goudvisjes de stuipen op het lijf te jagen. Uiteraard krijgen de kinderen regelmatig een visje te pakken, dat vervolgens in een bakje met een net iets te ondiep laagje water ligt te gaspen. Het spel is volledig veilig, want ouders kunnen vanaf de rand van het bad een oogje in het zeil houden, terwijl ze zelf een bak slappe patat naar binnen werken of MahJongg spelen. Bezoekers dienen uit te kijken dat ze niet uitglijden over verongelukte vissen die per ongeluk naast het zwembad terecht zijn gekomen. Als het vissen vangen weinig succes oplevert voor de kinderen, kunnen ze altijd nog hun motoriek oefenen bij het levende-kreeften-vangen-met-een-hengeltje-spel, bij het plastic tuinzwembad even verderop. Ook daar gaat het wel eens mis voor de kreeftjes; knijpschaartjes en andere lichaamsdelen vliegen in het rond als kinderen uit ballorigheid met de hengeltjes op de beestjes inhakken. Gelukkig gaat het erom hoeveel rompen van kreeften er uiteindelijk in het emmertje belanden, missende ledematen leveren geen strafpunten op.

De Staat

12 Mrt '06 - 11:36 by Martine

Na alle chaos in de rest van Azie is het meteen duidelijk dat in China De Staat regeert. Bij aankomst op het vliegveld in Urumqi staan de uniformen klaar om de passagiers in het gareel te houden. Chinese moslimvrouwtjes lopen druk om en over de bagageband heen om hun 5-literflessen Mekka-water te redden, maar De Staat kent geen genade en al spoedig stroomt er heilig ZamZam over de vloer. Ondertussen test China een nieuw apparaatje met wijzer uit op een Pakistaan, waarbij de wijzer steeds onheilspellend zijn kant uit schiet als De Staat langsloopt.

Op het treinstation in Urumqi is onze verbazing nog groter. In plaats van daklozen, bedelaars, verkopers en/of koeien, bevinden zich in de stationshal slechts drie uniformen. We worden doorverwezen naar een grote hal waar iedereen netjes in rijen wacht tot ze het perron op mogen. Dit moment wordt aangekondigd door drie vrouwen die iets door megafoons tetteren. Op het perron staat bij iedere wagon wederom een uniform dat het ticket controleert. Ze blijkt ook 24 uur onze gastvrouw te zijn, is erg aardig, maar ook zeer resoluut wanneer haar plicht roept. Zo lacht ze ons urenlang vriendelijk toe, maar gooit de treindeur voor mijn neus dicht als ik noodles op het station wil kopen. Aan een Engelssprekende Chinees vertellen we hoe het eraan toe gaat in Indiase treinen en op stations. Voor Chinezen bestaat de wereld uit 'Little Brothers' en vijanden. India valt in de laatste categorie, en de hele coupe moet hartelijk lachen om zulk een grote achterlijkheid. De Staat is zo slecht nog niet.

De plicht roept niet altijd. De Staat steekt graag een sigaret op en maakt grappen met collega's. En De Staat shopt. Vergezeld door trendy vriendin, struint De Staat de winkelstraten af, behangen met kartonnen tasjes van kleding- en schoenenmerken.

de Tiger Leaping Gorge

10 Mrt '06 - 12:18 by wPim

Voor de eerste keer in zes maanden splitsen we op. Niet door slaande ruzie, maar vanwege het feit dat Martine weer eens een nacht doorbrengt op het hurktoilet vanwege opstandige darmen. We zouden een tweedaagse trekking gaan maken door bergen en dat gaat niet lekker met een zere maag en een verzwakt gestel. Na instemming van haar besluit ik op eigen houtje de wandelschoenen aan te gorden, mijn rugzak te pakken, en nog voor het ochtendgloren de bus te pakken naar de Tiger Leaping Gorge. De bus zet me af in Quitou, waar de trekking begint. Ik haal het verfrommelde kaartje uit mijn broekzak en zoek een orientatiepunt. Over de brug van de bergbeek in het dorp vind ik 'Margo's', een cafe dat zich richt op backpackers die de trek gaan maken, of er net van terug komen. Zonder 'hallo' te zeggen vraagt de Australische Margo me op bitse toon of ik koffie of thee wil. Koffie maar. "Ontbijt of lunch?", bijt ze er achteraan. "Wat houdt een ontbijt of lunch in?', vraag ik. "Ontbijt of lunch?", herhaalt ze. Ik: "Nou ja, ontbijt bijvoorbeeld." Het blijken eieren met toast. Ik durf Margo niet veel vragen meer te stellen over de trektocht, en eet zwijgzaam mijn eieren. Margo wordt wat vriendelijker als de kat begint te miauwen. "De kat mist de andere kat, die hier normaal ook is, maar die is nu verdwenen. Ik weet niet waarheen. Stil maar kat." Terwijl ze blijft oreren over de katten, betaal ik haar en vervolg mijn weg. "Omhoog bij paaltje 194", roept ze me nog na. Bij paaltje 194 is een klein paadje de bergen in, waar de eigenlijke trektocht begint.

Dan ben ik echt alleen. Ver weg van Chinezen die vloeren van bussen onder rochelen en altijd vlak onder je neus sigaretten opsteken. Ver weg van haar, zij met het darmprobleem. Ver weg van Nederland, van eeuwig kleinburgerlijk getrut, ver weg van doelloze discussies over leven en het land. Of het nou thuis is, of op reis, zelden ben ik echt op mijzelf aangewezen, besef ik me. Behalve nu. Ik word omringd door frisgroene rijstvelden, ruig berglandschap met besneeuwde toppen, bomen en in de verte kleine dorpjes. Het lijkt er zelfs op dat de chronische kermis in mijn hoofd eventjes stilvalt. Urenlang loop ik de berg op, langs smalle paadjes, watervalletjes en Chinezen die het land bewerken. Stel je voor dat ik echt niemand tegenkom en het twee volledige dagen echt helemaal zelf moet rooien? Misschien ben ik wel de enige in het hotelletje op de route vanavond en is het vreselijk saai. Na een paar uur innerlijke rust, begin ik nu wat ongerust te worden. Alleen is leuk, voor drie uur, maar daarna is het eigenlijk wel weer mooi geweest.

In de verte hoor ik stemmen en besluit nog harder te gaan lopen dan ik al deed. De stemmen komen dichterbij. Het blijken zes Israeliers die ook met de trekking bezig zijn. We raken aan de praat en ik besluit met hen verder te lopen. Dat blijkt later handig, want een van de jongens spreekt Chinees en laten we nou net in het Chinees worden gewaarschuwd voor dynamiet dat even verderop moet gaan ontploffen. Met de bom worden worden stenen uit de berg losgemaakt voor de bouw van een huis. 's Middags komen we aan bij de 'Halfway lodge', halverwege op de route. In het zonnetje genieten we van bier en noedels met varkensvlees. Later arriveren er nog een Duitser en een Japanner. Ik wentel me in het gezelschap en we hebben een gezellige avond. Ik prijs me gelukkig dat de wereld zo druk bevolkt is.

(Ik dacht dat ik het nou wel kon, maar de Israeliers leren me wat echt afdingen is. In plaats van anderhalve euro voor het dormitory-bed, betaal ik nu slechts een. De volgende dag lopen we naar het eindpunt van onze route; Sean's guesthouse. Ik leg mijn sokken te drogen in de zon, gooi mijn benen languit op het terras en drink een lekker koud Chinees biertje van 660 ml. Dankzij de Israeliers kost de bus terug naar Lijang kost me ook beduidend minder.)

Foto's bij dit artikel.

Yunnan

09 Mrt '06 - 11:58 by wPim

Onze winter was verrot streng, maar heeft ook niet langer dan een week geduurd. Snel met rammelende bussen en comfortabele slaaptreinen afgereisd naar zuidelijker en warmere Chinese oorden, te weten de provincie Yunnan, waar het in het middagzonnetje weer zo een behagelijke 25 graden celcius is. Natuurlijk haalt het het niet bij de Alblasserwaard, maar de heuvels zijn weer prachtig groen en het loof tiert er welig. Palmbomen, bananenbomen, bloesem en frisgroene rijstvelden bepalen het beeld. We bezoeken de plaatsen Lijang en Dali en constateren dat het Chinese massatoerisme hier schandalig huishoudt. Kleine charmante dorpjes met authentieke huisjes en geplaveide straatjes zijn verworden tot commerciele valkuilen met dure restaurantjes, ontelbare hordes groep-Chinezen met rode petjes op, camera's in hun handen en een gids ervoor met een seniel vlaggetje op zijn hoofd. Bovendien, wie denkt dat China een ver land is dat onbekend en eng is, heeft het mis. Ook hier kun je in het zonnetje een Heineken-pils drinken met een loungemuziekje op de achtergrond. Internet is beschikbaar in ieder cafe en restaurant en van de snelheid van de verbindingen kun je thuis alleen maar dromen. Nou alleen de bitterballen nog en jullie hoeven niet meer bang te zijn om over te komen. China traditioneel en avontuurlijk mijn hol.

Yakbar Ouwersloot

06 Mrt '06 - 06:25 by wPim

Mijn maag is de laatste maanden tien centimeter gekrompen, maar de reusachtige Big Mc Yak Attack lonkt en de tijd is er rijp voor. Nu moet het maar gebeuren. Vol goede moed stap ik over de drempel van Leisha's Cafe in Langmusi naar binnen. Als je de yakburger in een keer naar binnen krijgt, schrijven ze je naam op het grote erebord buiten. Het bord is nog maagdelijk leeg en wat zo het toch mooi zijn als mijn naam daar als eerste prijkt. Voor de zekerheid heb ik een pasfotootje meegenomen, voor erbij op het bord. Ik bestel. 'Weet je het zeker?', vraagt de baas van Leisha's nog. Ja, ik weet het zeker. Geroutineerd gaat de lange Tibetaan aan de slag. Het vertrek waar wij zitten, dient tegelijkertijd als keuken met een groot kolenfornuis, dus ik kan precies zien hoe mijn burger wordt bereid. Een flinke homp yakvlees wordt aan reepjes geslagen en gaan in de pan. Daarna volgen de stukjes aardappel en wat groenten. Als het goed gaar is, gaat de hele mik op een 'broodje' en krijg ik het voor mijn neus. De hele reut wordt opgediend en ik moet even slikken als ik zie dat de burger een grotere diameter heeft dan mijn hoofd. De MegaBurger van mijn vaste vreetstek Snackbar Ouwersloot valt erbij in het niet. Dapper begin ik aan dit avontuur dat een uur duurt. Daarna ligt er een halve yakburger op mijn bord. Martine kijkt mij smalend aan. 'Zie je nou wel.' Mijn maag kreunt, maar niet van genot. Beteuterd kijk ik naar de kok. 'Hij was heerlijk, maar ik kan hem niet op. Ik neem de rest wel mee, voor morgen.' De baas van Leisha's schijnt er niet mee te zitten. 'Ik kom zeker niet op het bord nu?', probeer ik voorzichtig. Het antwoord is een resoluut 'NEE', maar gaat gelukkig gepaard met een glimlach. De restanten van de Big Mc Yak Attack gaan in een plastic zakje. 's Avonds op de hotelkamer begint dat zakje echter wat muf te ruiken en Martine protesteert. Als niemand kijkt, leg ik de koude halve yakburger snel in een vuilnisbakje op de gang.